Alle soorten › Steltloperachtigen › Scholeksters › Scholekster

Scholekster | Haematopus ostralegus

Eurasian Oystercatcher | Ostrero Euroasiático

De scholekster is de bekende zwart-witte scholekster van de Europese kusten en een zeldzame maar vrijwel jaarlijkse gast in zuidelijk Afrika. Meestal gaat het om losse vogels die zich aansluiten bij de Afrikaanse zwarte scholeksters of zich ophouden bij estuaria en lagunes.

Scholekster (Haematopus ostralegus)
Foto: Hans Hillewaert — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, schel kliep of te-piep, vaak in de vlucht; alarm is een snel, hard kip-kip-kip. In het overwinteringsgebied roepen losse vogels weinig, vaak alleen bij het opvliegen.

Luister: ZangXC1167665

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–45 cm. Kop, borst en bovendelen zijn zwart, de buik wit. In de vlucht vallen een brede witte vleugelstreep en een witte stuit en onderrug op, afgesloten door een zwarte staartband. De snavel is lang, recht en oranjerood, het oog rood met een oranje oogring, de poten zijn dofroze. In zuidelijk Afrika zijn vrijwel alle vogels in winterkleed of onvolwassen: die hebben een witte keelband, een doffere snavel met donkere punt en grijzige poten.

Verwarrings­soorten

De Afrikaanse zwarte scholekster Haematopus moquini is geheel zwart, zonder witte buik, vleugelstreep of stuit, en heeft een zwaardere snavel. In gemengde groepen valt de scholekster al in rust op door de witte flanken; in de vlucht is het verschil onmiskenbaar.

Leefgebied

Estuaria, getijdenlagunes, zandstranden en rotskusten, zelden kwelders of kustmeren iets landinwaarts. Foerageert op slik en in de getijdenzone op schelpdieren, wormen en krabben, samen met Afrikaanse zwarte scholeksters of tussen andere steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied een zeldzame gast, vooral langs de kust van Namibië (Walvisbaai en Sandwich Harbour), de Zuid-Afrikaanse Weskus, KwaZulu-Natal en Mozambique; landinwaarts vrijwel onbekend. Broedt in Europa en West- en Centraal-Azië; overwintert vooral langs de kusten van West-Europa en West-Afrika, in mindere mate langs de Oost-Afrikaanse kust tot in Mozambique.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek tussen september en april in de estuaria en lagunes van de westkust, met Walvisbaai als de meest betrouwbare plek, of bij kustmondingen in KwaZulu-Natal en Mozambique. Kijk bij elke groep Afrikaanse zwarte scholeksters of er een vogel met witte flanken tussen staat, en controleer vliegende vogels op de witte vleugelstreep.

Staat van instandhouding

Wereldwijd gevoelig; de populaties in Europa, vooral in de Waddenzee, zijn sterk afgenomen door overbevissing van schelpdieren, verlies van broedgebied en overstromingen van nesten. In zuidelijk Afrika gaat het steeds om enkele vogels, zodat het gebied voor de soort als geheel weinig gewicht heeft.

Wetenschappelijke naam

Haematopus ostralegus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Haematopus voerde hij in datzelfde werk in. Haematopus is Grieks, van haima 'bloed' en pous 'voet', naar de rode poten. ostralegus is Latijn, van ostrea 'oester' en legere 'oprapen, verzamelen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Öland in Zweden.