Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Sharpes reiger
Sharpes reiger | Egretta vinaceigula
Slaty Egret | Garceta Gorjirroja
Sharpes reiger is een middelgrote, leigrijze reiger van de grote overstromingsvlakten in het hart van zuidelijk Afrika. Met een wereldpopulatie van hooguit enkele duizenden vogels en een areaal dat vrijwel binnen dit gebied valt, is hij een van de meest gezochte soorten van de Okavango en de Zambiaanse vloedvlakten.
Geluid
Grotendeels stil. Bij opvliegen of in de kolonie een lage, schorre kraak en een zacht, keelachtig gekras.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 60 cm, geheel donker leigrijs met een kleine maar opvallende roestrode tot wijnrode keel en voorhals, die op afstand vaak alleen als een warme veeg zichtbaar is. De snavel is zwart en slank. De poten zijn geelgroen tot geel, ook de tenen, en de onderpoten zijn het beste kenmerk wanneer de keel niet te zien is. In broedkleed lange grijze pluimen op achterhoofd, rug en borst. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een bleker rossige keel en groenachtiger poten. Jaagt staand of langzaam lopend, vaak met half gespreide vleugels.
Verwarringssoorten
Zwarte reiger Egretta ardesiaca is dieper zwart, zonder rode keel, heeft zwarte poten met gele tenen en jaagt met de vleugels als een paraplu boven de kop gesloten; Sharpes reiger doet dat niet. Roodbuikreiger Ardeola rufiventris is kleiner en gedrongener, met roodbruine buik, vleugels en staart en een gele snavelbasis. Een donker gekleurde kleine zilverreiger Egretta garzetta is in dit gebied uiterst zeldzaam en heeft zwarte poten met gele tenen.
Leefgebied
Ondiepe, tijdelijk overstroomde graslanden en de randen van vloedvlakten, lagunes en kanalen met korte begroeiing, vaak waar het water net terugtrekt. Mijdt diep open water en dichte rietvelden. Het voedsel bestaat uit kleine vissen, kikkers en waterinsecten, gevangen door langzaam te lopen en snel toe te steken. Broedt in gemengde reigerkolonies in bomen en struiken boven water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Het kerngebied ligt in het noorden van Botswana (Okavangodelta, Linyanti en Chobe) en in Zambia (Kafue Flats, Bangweulu, Liuwa-vlakte en de Zambezivlakten in het westen). Verder in de Caprivistrook van Namibië en in het zuidoosten van Angola; zeldzaam langs de Zambezi in Zimbabwe en als dwaalgast zuidelijker. Buiten dit gebied alleen losse waarnemingen, onder meer in het zuiden van Congo-Kinshasa en Tanzania.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best in de Okavangodelta en op de Kafue Flats aan het eind van de natte tijd en in het begin van de droge tijd, wanneer het water zakt en de vogels op de ondergelopen graslanden jagen. Let op een grijze reiger met gele poten; een keel die in het licht rossig oplicht bevestigt de determinatie. Vanuit een mokoro of een boot in de ondiepe lagunes van de delta komt men vaak dichtbij.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar volgens de IUCN, met een kleine wereldpopulatie van enkele duizenden vogels. De voornaamste bedreigingen zijn veranderingen in de overstromingen door dammen en wateronttrekking, zoals op de Kafue Flats, drooglegging, begrazing en branden in de vloedvlakten, en verstoring van de weinige broedkolonies.
Wetenschappelijke naam
Egretta vinaceigula | (Sharpe, 1895)
Sharpe beschreef de soort in 1895 als Melanophoyx vinaceigula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. vinaceigula komt van het Latijnse vinaceus, 'wijnkleurig', en gula, 'keel' — naar de wijnrode keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Potchefstroom, Zuid-Afrika.
