Alle soorten › Zangvogels › Drongo's › Treurdrongo

Treurdrongo | Dicrurus adsimilis

Fork-Tailed Drongo | Drongo Ahorquillado

De treurdrongo is een van de meest vertrouwde vogels van het Afrikaanse bosveld: een glanzend zwarte vogel met een diep gevorkte staart, rechtop op een kale tak. Hij is brutaal en luidruchtig, valt arenden en kraaien aan, volgt grazend wild en bosbranden en begint vaak al voor zonsopgang te zingen.

Treurdrongo (Dicrurus adsimilis)
Foto: Bernard Gagnon — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een eindeloze variatie aan metalige, krassende en tjilpende geluiden, vaak in snelle reeksen: tsjink-tsjerrr-tsjiep. Imiteert met gemak andere vogels, vooral roofvogels zoals de geparelde dwerguil, en gebruikt valse alarmroepen om prooi van andere dieren af te pakken. Zingt vaak in het donker voor zonsopgang en op maanlichte nachten.

Luister: ZangXC1161807

Opname: Walter Wallner — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm. Geheel zwart met een blauwe glans; de staart is lang en diep gevorkt, met naar buiten gekrulde punten. Het oog is rood, de snavel zwart en krachtig. In vlucht vallen de zilvergrijze binnenvlaggen van de handpennen op als een licht vleugelpaneel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met lichte veerranden op buik en vleugeldekveren, een minder diepe vork, een gelige mondhoek en een bruin oog. Zit opvallend in het open en jaagt vanaf een uitkijkpost op insecten in de lucht en op de grond.

Verwarrings­soorten

De rechtstaartdrongo Dicrurus ludwigii is kleiner, heeft een rechte staart en leeft in gesloten bos. De Kaapse drongovliegenvanger Melaenornis pammelaina is dof zwart zonder glans, met een donker oog, een rechte of licht ingekeepte staart en een fijne snavel. Het mannetje van de Kaapse rupsvogel Campephaga flava heeft een afgeronde staart en een gele mondhoek en zit verscholen in het blad. In het noorden van Angola heeft de bosdrongo Dicrurus modestus een dieper blauwe glans met een fluweelzwarte mantel en leeft in bos.

Leefgebied

Vrijwel elk type open bosveld en savanne: miombo, mopane, gemengd bosveld en acaciasavanne, ook bosranden, rivierbos, plantages, landbouwgebied met bomen en tuinen. Mijdt gesloten bos, boomloos grasland en de kale woestijn. Jaagt vanaf een uitkijkpost, volgt grazers, kuddes, mensen en vuurfronten en eet vooral insecten, soms ook nectar en kleine gewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijdverbreid en algemeen in het hele gebied: in heel Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe en Botswana, in het noorden en midden van Namibië, en in Zuid-Afrika in het noorden, oosten en langs de oostkust tot in de Oost-Kaap. Ontbreekt grotendeels in de Namib, de hoge Karoo, het hooggebergte van Lesotho en het fynbos van de Westkaap. Buiten het gebied in bijna heel Afrika ten zuiden van de Sahara.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond en overal in het bosveld makkelijk te zien, bijvoorbeeld in Kruger of de Okavangodelta. Let op zijn gedrag rond grote zoogdieren en bij veldbranden, en luister bij dageraad naar zijn zang, vaak een van de eerste geluiden van de dag. Hij is een goede leerschool voor imitaties: een 'roofvogel' in het bosveld blijkt vaak een drongo.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen en in veel streken een van de meest waargenomen vogels. De soort past zich goed aan cultuurland en gebieden met verspreide bomen aan; grootschalige bedreigingen zijn niet bekend.

Wetenschappelijke naam

Dicrurus adsimilis | (Bechstein, 1794)

Bechstein beschreef de soort in 1794 als Corvus adsimilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dicrurus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Dicrurus komt van het Griekse dikros, 'gevorkt', en oura, 'staart' — naar de gevorkte staart van de meeste drongo's. adsimilis is Latijn voor 'gelijkend op', vermoedelijk naar de gelijkenis met andere drongo's. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Duiwenhoksrivier, West-Kaap, Zuid-Afrika.