Alle soorten › Zangvogels › Drongo's › Bosdrongo

Bosdrongo | Dicrurus modestus

Velvet-Mantled Drongo | Drongo Modesto

De bosdrongo is een grote, sterk glanzende drongo van het West- en Centraal-Afrikaanse regenwoud, die in ons gebied alleen in het noorden van Angola voorkomt. Hij lijkt op een treurdrongo, maar zit hoog in de kruinen langs bosranden en open plekken in het woud en heeft een opvallend contrast tussen een matte mantel en glanzende vleugels.

Bosdrongo (Dicrurus modestus)
Foto: Zac Peterson — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een gevarieerd repertoire van harde, metalige en nasale roepen, fluittonen en krassend gekwetter, zoals tsjiek-tsjwerrr; minder imitaties dan de treurdrongo, maar in toon vergelijkbaar. Zingt vaak al in de schemering.

Luister: ZangXC1011738

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–26 cm. Zwart met een sterke staalblauwe glans op kop, borst, vleugels en staart; de mantel is fluweelachtig matzwart en steekt daar duidelijk tegen af. De staart is lang en diep gevorkt, met naar buiten gebogen punten. Het oog is rood, de snavel zwart en krachtig. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met minder contrast op de rug, lichte randjes op de onderzijde en een donker oog. Zit hoog en open op dode takken aan de bosrand en vliegt vandaar uit naar insecten.

Verwarrings­soorten

De treurdrongo Dicrurus adsimilis is iets kleiner, mist het contrast tussen matte mantel en glanzende vleugels, toont in vlucht een licht vleugelpaneel en leeft in open bosveld; in overgangszones kunnen beide voorkomen. Sharpes drongo Dicrurus sharpei en de rechtstaartdrongo Dicrurus ludwigii zijn veel kleiner, met een rechte staart, en blijven in de middenlaag. Het mannetje van de purperrupsvogel Campephaga quiscalina heeft een afgeronde staart.

Leefgebied

Het bladerdak en de randen van vochtig laagland- en escarpmentbos, open plekken in het woud, secundair bos, galerijbos en oude plantages onder schaduwbomen. Kiest hoge, kale uitkijkposten en jaagt vandaar op vliegende insecten, soms in gemengde foerageergroepen in de kruinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden van Angola: Cabinda en de bossen van het noordwestelijk binnenland en de escarpmentzone. Buiten het gebied van Nigeria en de Kameroense hooglanden door het Congobekken tot Oeganda en West-Kenia, met een aparte ondersoort op de eilanden in de Golf van Guinee.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond in de bossen van Cabinda en het noordwesten van Angola. Zoek langs bosranden en open plekken hoge dode bomen af; een drongo die daar hoog en open zit, in bosgebied, met een matte rug en glanzende vleugels, is waarschijnlijk deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in het Centraal-Afrikaanse regenwoud wijdverbreid en vrij algemeen. De soort verdraagt enige verstoring en gebruikt secundair bos en plantages, maar is in Angola beperkt tot het slinkende areaal bos in het noorden.

Wetenschappelijke naam

Dicrurus modestus | Hartlaub, 1849

Hartlaub beschreef de soort in 1849 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dicrurus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Dicrurus komt van het Griekse dikros, 'gevorkt', en oura, 'staart' — naar de gevorkte staart van de meeste drongo's. modestus is Latijn voor 'bescheiden, eenvoudig', naar het weinig opvallende, egaal zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Principe (Sao Tomé en Principe).