Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Witoorbaardvogel

Witoorbaardvogel | Stactolaema leucotis

White-Eared Barbet | Barbudo Orejiblanco Común

De witoorbaardvogel is een donkerbruine, sociale baardvogel van de oostelijke kustbossen, herkenbaar aan de witte streep achter het oog en de witte buik. Groepjes zitten graag samen op de kale top van een dode boom aan de bosrand en maken daar veel lawaai.

Witoorbaardvogel (Stactolaema leucotis)
Foto: DickDaniels (http://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, snel herhaald tsjie-tsjie-tsjie of een ratelend trree-trree, vaak door de hele groep tegelijk, en een harde knorrende roep. Minder regelmatig en minder melodieus dan de roep van de meeste andere baardvogels.

Luister: ZangXC467156

Opname: Peter Ericsson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 17 cm, gedrongen, met een stevige zwarte snavel. Kop, borst, rug en vleugels zijn donker chocoladebruin tot zwartachtig; achter het oog loopt een opvallende witte streep naar de halszijde. Buik, onderstaartdekveren en stuit zijn wit, zodat de vogel van onderen scherp tweekleurig oogt. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer bruin.

Verwarrings­soorten

Whytes baardvogel (Stactolaema whytii) is bruiner, heeft een lichte vlek in de vleugel, lichte vlekjes op de kop en geen scherp afgezette witte buik; de soorten overlappen nauwelijks. De olijfkleurige baardvogel (Cryptolybia olivacea) is olijfgroen zonder wit. De zwarthalsbaardvogel (Lybius torquatus) heeft een rood gezicht.

Leefgebied

Randen en open plekken van kust-, laagland- en oeverbos, bosjes met vijgen in natte savanne, en tuinen of plantages dicht bij bos. Eet vooral vruchten, vooral vijgen, en daarnaast insecten. Broedt in groepen in holtes die in dode takken worden uitgehakt; de groep slaapt ook samen in een holte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het oosten van het gebied: de kust en de laaggelegen bossen van KwaZulu-Natal (zuidwaarts tot ongeveer de Oost-Kaapgrens), Eswatini, het laagveld en de escarpement-bossen van Mpumalanga en Limpopo, Mozambique, het oosten van Zimbabwe en het zuiden van Malawi. Daarbuiten langs de oostkust van Tanzania en Kenia.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Kijk langs de rand van kustbos in KwaZulu-Natal, bijvoorbeeld in iSimangaliso en rond Durban, naar dode boomtoppen: daar zitten groepjes vaak langdurig in het zicht. Vruchtdragende vijgenbomen trekken ze samen met andere fruitetende vogels aan.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in geschikt bos plaatselijk algemeen. Verlies van kustbos door bebouwing en landbouw heeft het areaal in Zuid-Afrika versnipperd, maar de soort gebruikt ook tuinen en plantages met oude bomen.

Wetenschappelijke naam

Stactolaema leucotis | (Sundevall, 1850)

Sundevall beschreef de soort in 1850 als Megalaema leucotis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Stactolaema werd in 1870 ingevoerd door Marshall & Marshall. Stactolaema komt van het Griekse staktos, 'druppelend', en laimos, 'keel' — naar de gestreepte, als het ware betraande keel en borst van de typesoort. leucotis is Grieks, van leukos, 'wit', en ous, genitief ōtos, 'oor' — naar de witte streep achter het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit KwaZulu-Natal, Zuid-Afrika.