Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Kakelaars › Zuid-Afrikaanse boomhop

Zuid-Afrikaanse boomhop | Rhinopomastus cyanomelas

Common Scimitarbill | Abubilla Arbórea Cimitarra

De Zuid-Afrikaanse boomhop is een slanke, zwarte klauteraar met een lange, sterk sikkelvormig gebogen snavel en een lange, getrapte staart. Hij werkt zich alleen of in paren langs stammen en takken omhoog en peutert met de snavel insecten uit schorsspleten en holtes.

Zuid-Afrikaanse boomhop (Rhinopomastus cyanomelas)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks hoge, fluitende noten, swie-swie-swie-swie, vaak van hoog in een boom en een tijd lang herhaald, daarnaast een schurend, kwetterend kekekeke bij opwinding.

Luister: RoepXC715835

Opname: Tony Archer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 26 cm, waarvan bijna de helft staart. Het verenkleed is zwart met een blauwpaarse glans, bij goed licht metaalachtig. Op de handpennen ligt een smalle witte band die vooral in de vlucht opvalt. De snavel is zwart, dun en zeer sterk gebogen, de poten zijn zwart. Het vrouwtje en de jonge vogel hebben een doffere, bruine kop en een kortere, minder gebogen snavel. Vliegt met snelle vleugelslagen en een licht golvende baan van boom naar boom.

Verwarrings­soorten

De groene kakelaar (Phoeniculus purpureus) is veel groter, groener geglansd, heeft een rode snavel en rode poten, witte vlekken in de staart en leeft in lawaaiige groepen. De zwarte boomhop (Rhinopomastus aterrimus) komt alleen in Angola voor en heeft een kortere, minder sterk gebogen snavel. Honingzuigers hebben een vergelijkbare gebogen snavel maar zijn veel kleiner en korter gestaart.

Leefgebied

Droog bosveld, acaciasavanne, mopane- en miombobos en het Kalahari-zandveld, in het zuiden ook ruig struikgewas. Foerageert in bomen op insecten, larven, spinnen en duizendpoten, en zoekt nectar van aloës en koraalbomen. Broedt in natuurlijke boomholten of oude spechtenholen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijdverspreid over het noorden en midden van het gebied: Namibië (behalve het westen en de Namib), Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi, het zuiden van Angola, Eswatini en het noorden en oosten van Zuid-Afrika tot in de Oost-Kaap. Ontbreekt in de Kaap, de Karoo en Lesotho. Verder noordwaarts tot Kenia en Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het hele jaar aanwezig maar gemakkelijk over het hoofd gezien. Let op een slanke zwarte vogel die als een boomkruiper langs takken klautert, vaak in gemengde foerageergroepen van kleine zangvogels. De fluitreeks verraadt de vogel meestal eerder dan het zicht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en over het grootste deel van het areaal vrij algemeen. De soort is afhankelijk van boomholten om te broeden, zodat het kappen van oude bomen plaatselijk nadelig kan zijn.

Wetenschappelijke naam

Rhinopomastus cyanomelas | (Vieillot, 1819)

Vieillot beschreef de soort in 1819 als Falcinellus cyanomelas; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rhinopomastus werd in 1828 ingevoerd door Jardine. Rhinopomastus komt van het Griekse rhis, genitief rhinos, 'neusgaten', en pōma, 'deksel' — naar de neusgaten die door een schubvormig dekseltje bijna geheel worden afgedekt (Jardine 1828). cyanomelas komt van het Griekse kyanos, 'donkerblauw', en melas, 'zwart' — naar het blauwzwart glanzende verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Namakwaland.