Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Kakelaars
Kakelaars | Phoeniculidae
Wood-hoopoes and Scimitarbills | Abubillas arbóreas
Een uitsluitend Afrikaanse familie van negen soorten in twee geslachten, waarvan er vier in dit gebied voorkomen. Kakelaars zijn slanke, langstaartige vogels met een glanzend zwart verenkleed dat in het licht paars, blauw of groen oplicht. De staart is lang en getrapt, vaak met witte vlekken of banden. De lange, dunne snavel is bij Phoeniculus matig gebogen en bij de sikkelbekken (Rhinopomastus) sterk sikkelvormig. Ze gebruiken hem om in schorsspleten, onder losse schors en in rot hout naar insecten, larven en spinnen te peuteren. Daarbij klauteren ze met sterke, gekromde tenen over stammen en takken, soms met de buik naar boven. De boskakelaars trekken in luidruchtige familiegroepen door savanne en bos. Het koor van kakelende, oplopende roepen waarmee de groep een territorium markeert, gaf de familie haar Nederlandse naam. Sikkelbekken leven meer alleen of in paren. Kakelaars broeden in boomholten, vaak oude holen van spechten of baardvogels. Het vrouwtje broedt de twee tot vier eieren alleen uit. Bij de Groene kakelaar voeren helpers uit eerdere broedsels het broedende vrouwtje en de jongen mee. De groep overnacht samen in holten, wat warmte bespaart. Een scherp riekende afscheiding van de stuitklier, bij nestjongen extra sterk, maakt het nest onaantrekkelijk voor rovers.
Inheemse soorten 4 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Phoeniculus 2 soorten








