Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels › Kakelaars › Damarakakelaar

Damarakakelaar | Phoeniculus damarensis

Violet Wood Hoopoe | Abubilla Arbórea Violeta

De Damarakakelaar is de grote, paars glanzende tegenhanger van de groene kakelaar in het droge noordwesten van Namibië en het zuidwesten van Angola. Hij leeft er in familiegroepen in de galerijbossen langs droge rivierbeddingen.

Damarakakelaar (Phoeniculus damarensis)
Foto: Peter Robson — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een schaterend groepskoor, kek-kek-kakakaka, als bij de groene kakelaar maar gemiddeld wat lager en rauwer van klank, met een scherp kak als contactroep.

Luister: RoepXC358276

Opname: James Lidster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 38 cm, groter en langer gestaart dan de groene kakelaar. Het verenkleed is zwart met een paarse tot violette glans op mantel, rug en staart en slechts een zwakke groene glans op kop en keel. De witte vleugelband en de witte vlekken in de staart zijn als bij de groene kakelaar. Snavel en poten zijn rood, de snavel lang en gebogen, bij het mannetje langer dan bij het vrouwtje. Jonge vogels hebben een zwartachtige snavel.

Verwarrings­soorten

De groene kakelaar (Phoeniculus purpureus) is kleiner en heeft een duidelijk groene glans op mantel en borst; in het noorden van Namibië, onder meer rond Etosha, komen beide soorten en mengvormen voor, zodat niet elke vogel zeker te benoemen is. De Zuid-Afrikaanse boomhop (Rhinopomastus cyanomelas) is veel kleiner, met een zwarte snavel en zwarte poten.

Leefgebied

Rivierbos met hoge acacia's en anabomen langs droge rivierbeddingen in halfwoestijn en doornveld, plaatselijk ook mopaneveld en boerderijerven met oude bomen. Foerageert klauterend op stammen en takken op insecten en larven. Slaapt en broedt in boomholten en broedt coöperatief.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied beperkt tot het noordwesten en noorden van Namibië (Kaokoveld, Damaraland, de omgeving van Etosha) en het aangrenzende zuidwesten van Angola. Daarbuiten een afzonderlijke populatie in Kenia en Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek de soort langs de droge rivieren van Damaraland en het Kaokoveld, zoals de Hoanib, de Huab en de Ugab, en in de rustkampen in het westen van Etosha. Groepen zijn het best te vinden door op het gekakel af te gaan in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het areaal in het gebied is klein, maar de soort is er plaatselijk vrij algemeen. De afhankelijkheid van grote oude bomen langs rivierbeddingen maakt haar gevoelig voor houtkap en voor het afsterven van rivierbos door dalend grondwater.

Wetenschappelijke naam

Phoeniculus damarensis | (Ogilvie-Grant, 1901)

Ogilvie-Grant beschreef de soort in 1901 als Irrisor damarensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phoeniculus werd in 1821 ingevoerd door Jarocki. Phoeniculus is een verkleinwoord van het Griekse phoinix, 'karmozijnrood', naar de dunne rode snavel. damarensis verwijst naar Damaraland in Namibië, waar de typen werden verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Damaraland, Namibië.