Alle soorten › Zangvogels › Brilvogels › Zuidelijke Afrikaanse brilvogel

Zuidelijke Afrikaanse brilvogel | Zosterops anderssoni

Southern Yellow White-Eye | Anteojitos del Zambeze

De zuidelijke Afrikaanse brilvogel is de heldergele brilvogel van het savannegebied van het noorden en oosten van het gebied, van Angola tot Mozambique en het noordoosten van Zuid-Afrika. Hij werd tot voor kort tot de Afrikaanse geelbrilvogel gerekend en staat in oudere boeken onder die naam.

Zuidelijke Afrikaanse brilvogel (Zosterops anderssoni)
Foto: Dick Daniels (http://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De contactroep is een zacht, klagend tsiu of tswie, voortdurend herhaald door een groepje. De zang is een snelle, afwisselende, kabbelende reeks van hoge, zoete fluittonen en tjilpjes, iets hoger en ijler dan bij de Kaapse brilvogel.

Luister: ZangXC503802

Opname: Stein Ø. Nilsen — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, de kleinste brilvogel van het gebied. De bovendelen zijn geelgroen, het voorhoofd en de teugels helder geel. De brede witte oogring valt sterk op en wordt vóór het oog onderbroken door een smal zwart streepje. De onderdelen zijn van keel tot onderstaart geheel helder citroengeel, zonder grijze buik of bruingele flanken. De snavel is dun, spits en donker, de poten blauwgrijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een smallere oogring. Het ras in het noordoosten van Zuid-Afrika en het zuiden van Mozambique is iets groener van boven. Trekt in kleine, beweeglijke groepjes door het gebladerte en sluit zich vaak aan bij gemengde groepen.

Verwarrings­soorten

De Kaapse brilvogel Zosterops virens is groter, donkerder groen van boven en heeft een grijze of groengrijze buik met alleen gele keel en onderstaart; beide soorten overlappen in Limpopo, Mpumalanga en het noorden van KwaZulu-Natal, waar de Kaapse brilvogel eerder in vochtiger bos en tuinen zit. De Oranjerivierbrilvogel Zosterops pallidus heeft bruingele flanken en een witte buik. De noordelijke Afrikaanse brilvogel Zosterops senegalensis in het noorden en midden van Angola is in het veld nauwelijks te onderscheiden. De geelbuikeremomela Eremomela icteropygialis heeft een grijze kop en rug en alleen een gele buik, zonder witte oogring.

Leefgebied

Miombo, gemengd bosveld, mopaneveld met hoge bomen, galerijbos en rivierbos, en bosranden; ook in tuinen, parken en boomgaarden. Foerageert in de boomkruinen op kleine insecten, nectar en zacht fruit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In Angola in het zuiden en oosten; in het noorden van Namibië (Kavango en de Zambezi-regio, en plaatselijk in het noord-centrale deel); in het noorden en oosten van Botswana; in vrijwel heel Zambia, Malawi, Zimbabwe en Mozambique; in Zuid-Afrika in Limpopo, het laagveld van Mpumalanga en het noorden van KwaZulu-Natal; schaars in het laagveld van Eswatini. Verder in het zuiden van Congo-Kinshasa en het zuiden en zuidwesten van Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; luister in bosveld en langs rivieren naar het klagende tsiu van een rondtrekkend groepje, bijvoorbeeld in het Krugerpark, het Chobe-gebied of langs de Zambezi. In het overlapgebied met de Kaapse brilvogel is de geheel gele buik het beslissende kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet apart door de IUCN beoordeeld; hij wordt gerekend tot de Afrikaanse geelbrilvogel in ruime zin (Zosterops senegalensis, niet bedreigd). Algemeen en wijdverspreid, met stabiele aantallen; de soort gebruikt ook aangeplante bomen en tuinen.

Wetenschappelijke naam

Zosterops anderssoni | Shelley, 1892

Shelley beschreef de soort in 1892 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Zosterops werd in 1827 ingevoerd door Vigors & Horsfield. Zosterops komt van het Griekse zōstēr, 'gordel', en ōps, 'oog' — naar de witte oogring die de meeste brilvogels hebben. anderssoni eert de Zweedse ontdekkingsreiziger en jager Charles John Andersson (1827–1867), die in het huidige Namibië en Botswana vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Elephant Vley, Damaraland, Namibië.