Alle soorten › Zangvogels › Wielewalen › Zwartvleugelwielewaal

Zwartvleugelwielewaal | Oriolus nigripennis

Black-Winged Oriole | Oropéndola Alinegra

De zwartvleugelwielewaal is een regenwoudsoort die binnen het gebied alleen in het noorden van Angola leeft. Hij is de kleine, contrastrijke tegenhanger van de maskerwielewaal: zwarte kop, zwarte vleugels en een goudgeel lijf, hoog in het kronendak, waar hij vaak met gemengde groepen meetrekt.

Zwartvleugelwielewaal (Oriolus nigripennis)
Foto: Lionel CASSET — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Heldere, vloeiende fluittonen in korte frasen, zachter en minder vol dan bij de blauwvleugelwielewaal, zoals oe-lie-oe, en een nasale, schorre njèèh als contactroep.

Luister: ZangXC1011734

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–21 cm. Kop, keel en bovenborst zijn zwart, afgezet tegen een goudgele onderzijde en een geelgroene tot gele mantel, met een smalle gele nekband. De vleugels zijn vrijwel geheel zwart, zonder grijs paneel en met hooguit een klein lichtgeel vlekje op de handpenndekveren. De staart is zwart in het midden met brede gele toppen aan de buitenste pennen. Snavel roze-rood, oog rood. De geslachten zijn gelijk. Jonge vogels hebben een doffe, gestreepte kop en keel en een donkere snavel.

Verwarrings­soorten

De blauwvleugelwielewaal Oriolus brachyrynchus leeft in hetzelfde bos en is even groot, maar heeft blauwgrijs gerande armpennen en tertials die een grijs vleugelpaneel vormen, een olijfgroene mantel en olijfgroene middelste staartpennen. De maskerwielewaal Oriolus larvatus is groter, heeft witte randen en een witte vlek op de zwarte vleugel en leeft in bosveld.

Leefgebied

Hoog kronendak van vochtig laaglandregenwoud en galerijbos, ook oud secundair bos en bosranden; vaak in gemengde groepen van kronendakvogels. Eet insecten, vooral rupsen, en vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden van Angola: Cabinda en het regenwoud van de noordwestelijke provincies zuidwaarts tot Cuanza Norte, met plaatselijke vondsten in galerijbos verder oostelijk. Daarbuiten van Sierra Leone en Liberia door de regenwoudzone tot in Zuid-Soedan, westelijk Oeganda en het Congobekken.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in het Maiombe-bos van Cabinda naar gemengde groepen in het kronendak en controleer elke zwartkopwielewaal op de vleugel: bij deze soort is die geheel zwart. Een telescoop op een uitzichtpunt boven het bos helpt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; wijdverbreid in het Afrikaanse regenwoud. In Angola beperkt tot een klein, door houtkap en ontginning bedreigd bosgebied, maar de soort verdraagt enige verstoring.

Wetenschappelijke naam

Oriolus nigripennis | Verreaux & Verreaux, 1855

Verreaux & Verreaux beschreef de soort in 1855 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Oriolus werd in 1766 ingevoerd door Linnaeus. Oriolus is middeleeuws Latijn voor de Wielewaal; de naam is klanknabootsend en weerspiegelt de melodieuze roep van de Wielewaal. nigripennis komt van het Latijnse niger, 'zwart', en penna, 'veer, vleugel' — naar de zwarte vleugels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabonrivier (Komo-estuarium), Gabon.