Alle soorten › Onevenhoevigen
Onevenhoevigen | Perissodactyla
Odd-toed ungulates | Perisodáctilos
Hoefdieren waarbij de derde teen de as van de voet vormt en het gewicht draagt; bij de paardachtigen is hij als enige overgebleven en is zijn nagel een hoef geworden. Het onderbeen bestaat uit één lang bot met alleen pezen eromheen — licht, met een grote pas, gebouwd op volhouden in open land en niet op wenden. De kiezen zijn zeer hoog en van ingewikkeld geplooid glazuur, bestand tegen het kiezelzuur in gras, en ze schuiven bij slijtage verder de kaak uit. De vertering gebeurt achter de maag, in een zeer ruime blinde darm en dikke darm: het voer gaat er snel doorheen, zodat een schraal en houterig rantsoen niet beter maar méér gegeten wordt — een paard kan leven van gras waar een herkauwer op verhongert. Er wordt één veulen geboren na een dracht van ongeveer een jaar, dat binnen het uur staat en meeloopt.
Families in deze orde
- Paardachtigen | Equidae1 soortVan elke voet is alleen de derde teen over, en zijn nagel is tot een hoef geworden: een hoornen wand die vanaf de kroonrand naar beneden doorgroeit en aan de onderzijde een elastische straal draagt die bij elke stap wordt ingedrukt en het bloed weer omhoog helpt. De boven- en ondersnijtanden staan recht tegenover elkaar en knippen gras vlak bij de grond af — korter dan een herkauwer het kan. Achter een tandeloze ruimte staan zes zeer hoge kiezen per kaakhelft. Manen op de hals en lang haar aan de staart zijn familiekenmerken, evenals het brede geluidsrepertoire van hinniken, balken, snuiven en gillen en een gezichtsuitdrukking die van dichtbij leesbaar is. De sociale vorm hangt van het water af: waar gras en water ruim zijn, leven blijvende groepen van merries met één hengst; op woestijnsteppe verdedigen hengsten juist een gebied rond een drinkplaats en zijn de groepen los. Eén veulen per dracht.