Alle soorten › Vleermuizen › Gladneuzen › Brandts vleermuis

Brandts vleermuis | Myotis brandtii

Brandt's Bat | Murciélago De Brandt

Brandts vleermuis is een kleine Myotis van bosrijke streken in het noorden en midden van Europa en West-Siberië, met geïsoleerde populaties in Midden-Italië, Turkije en de Kaukasus. Uitwendig lijkt zij sterk op de baardvleermuis, waarmee zij lang als één soort werd behandeld; genetisch onderzoek plaatst de twee echter in verschillende groepen binnen het geslacht. De soort staat bekend om het hoogste bekende leeftijdsrecord van een vleermuis in het wild: 41 jaar, in Siberië.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Zomerverblijven liggen in boomholten, spleten in stammen, tussen balken en achter loszittende schors; kraamkolonies ook op zolders, in holle ruimten onder daken en in vleermuiskasten. Onder zo'n verblijf ligt soms wat mest: kleine, donkere keutels die tot insectengruis verbrokkelen. In kasten zitten meestal niet meer dan 20 dieren, soms samen met dwergvleermuizen. 's Winters hangen de dieren alleen of in kleine groepjes in grotten, mijnen en kelders. In de nazomer, vanaf begin augustus, verschijnen mannetjes bij zwermplaatsen voor grotingangen, waar 's nachts veel vleermuizen rond de ingang vliegen.

Herkenning

Een kleine vleermuis met een onderarm van 33 tot 38 mm en een gewicht van 5 tot 7 gram. De vacht is bruin of zwartachtig met goudkleurige haarpunten; de buik is maar weinig lichter dan de rug. Met de leeftijd wordt de bruine tint duidelijker; jonge dieren zijn bijna geheel zwart. De oren zijn lang en ver uit elkaar geplaatst, de naakte huid is donker, maar gemiddeld minder donker dan bij de baardvleermuis. Een lob achter de spoor aan de staartvlieghuid ontbreekt. De echolocatie bestaat uit breedbandige, sterk gemoduleerde signalen van ongeveer 4 tot 7 ms tussen 20 en 100 kHz, in het patroon van de kleine Myotis-soorten.

Gelijkende soorten

De soort behoort tot de uitwendig nauwelijks te scheiden 'baardvleermuizen'. De baardvleermuis (M. mystacinus) is gemiddeld iets kleiner (onderarm 32 tot 36,5 mm), heeft een donkerder gezicht en een donkere oorbasis. Myotis alcathoe is nog kleiner en heeft een lichtere, bruinere gezichtshuid. Bij mannetjes is de vorm van de penis een bruikbaar kenmerk; verder zijn de kleine bovenpremolaren van Brandts vleermuis relatief hoog en fors. Bij vrouwtjes en jonge dieren is de determinatie zonder gebitskenmerken of DNA vaak niet sluitend. De watervleermuis (M. daubentonii) heeft een lichtere gezichtshuid, een grijze, iets lichtere buik en grote voeten. Het exacte areaal van Brandts vleermuis is door verwarring met de baardvleermuis niet overal bekend.

Leefgebied

Gemengd bos, naaldbos en loofbos, meestal in de buurt van water: moerassen, meren, venen en vochtige terreinen. De soort komt voor van zeeniveau tot ongeveer 1800 m; in het zuidelijkste deel van het areaal vooral in bergstreken. Zij jaagt langs bosranden, bomenrijen en boven de kronen, en in licht oeverbos, beuken- en eikenbos. Zomerverblijven liggen vaak ver van menselijke bewoning; winterverblijven in grotten, mijnen en kelders.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Het noorden en midden van Europa, van Zuid-Fennoscandinavië en Groot-Brittannië tot Zuidoost-Europa, en oostwaarts tot West-Siberië, met geïsoleerde populaties in Midden-Italië, Turkije, de Kaukasus en Centraal-Azië. De precieze grenzen van het areaal zijn onzeker, omdat de soort in het veld met de baardvleermuis wordt verward. In het noorden van het areaal is zij plaatselijk talrijk.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Brandts vleermuis jaagt in wendbare vlucht op vliegende insecten (luchtjacht), ook al leeft zij in de buurt van water op landinsecten: vooral nachtvlinders, dansmuggen en steekmuggen, daarnaast spinnen, hooiwagens en oorwormen. Een onderzochte kolonie gebruikte 's zomers tot 13 afzonderlijke jachtgebieden van 1 tot 4 ha, samen meer dan 100 ha. Kraamkolonies in natuurlijke verblijven tellen enkele tientallen vrouwtjes, soms tot 200. De jongen, meestal één en soms een tweeling, worden in juni geboren, afhankelijk van de breedtegraad. Vrouwtjes planten zich pas vanaf hun tweede levensjaar voort. De dieren verspreiden zich vanaf juli, vroeger dan andere soorten, en mannetjes bezoeken zwermplaatsen vanaf begin augustus. De soort kan plaatselijk honkvast zijn of tot ongeveer 300 km trekken tussen zomer- en winterverblijf. De hoogste bekende leeftijd in het wild is 41 jaar.

Waar en wanneer kijken

In het veld is Brandts vleermuis zonder dier in de hand niet van de baardvleermuis te onderscheiden, ook niet met een batdetector; noteer een waarneming daarom als Myotis mystacinus/brandtii. De soort is in de zomer het best te zien bij het uitvliegen uit een bekend verblijf of jagend langs bosranden bij water. Determinatie gebeurt bij vangonderzoek door bevoegde onderzoekers, op grond van gebit, penisvorm en zo nodig DNA. Winterverblijven worden in de winter niet betreden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2020). De soort is wijdverspreid en komt in een groot deel van het areaal in hoge dichtheden voor, vooral in het noorden. Een afname is alleen gemeld uit het noorden van Turkije, aan de rand van het areaal. Genoemde aandachtspunten zijn het verlies van boomholten en andere verblijven en verstoring van winterverblijven. De soort staat op bijlage IV van de Habitatrichtlijn en valt onder de Conventie van Bern en het EUROBATS-verdrag.

Wetenschappelijke naam

Myotis brandtii | (Eversmann, 1845)

Eversmann beschreef de soort in 1845 als Vespertilio Brandtii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Myotis is Grieks, van mys, genitief myos, 'muis', en ous, genitief ōtos, 'oor': 'muisoor'. brandtii eert Johann Friedrich von Brandt (1802–1879), de uit Duitsland afkomstige zoöloog die het zoölogisch museum in Sint-Petersburg leidde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rusland, Orenburgsk.