Alle soorten › Roofdieren › Marterachtigen › Meles canescens

Meles canescens | Meles canescens

Caucasian Badger | Meles canescens

Meles canescens is de das van Zuidwest-Azië: van de Kaukasus en Anatolië via de Levant en Iran tot Centraal-Azië, met daarnaast bevolkingen op Kreta en Rhodos. William Blanford beschreef hem in 1875 als aparte soort uit Iran; in 1899 werd hij tot ondersoort van de das teruggebracht. In 2013 gaven Abramov en Puzachenko hem op grond van schedel- en gebitskenmerken opnieuw de soortstatus, en de Mammal Diversity Database volgt dat. Binnen het gidsgebied gaat het om Kreta, Rhodos, Anatolië ten westen van 37°O en de Levant.

Meles canescens (Meles canescens)
Foto: Lemur12 — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De sporen van deze soort zijn niet afzonderlijk van die van de das beschreven. Tot 2013 vielen de Zuidwest-Aziatische dassen onder Meles meles, en wat in overzichtswerken over dassen staat, gaat dus ook over deze bevolkingen: dassen wonen in burchten met meerdere ingangen, gangen en kamers, die jaar na jaar worden gebruikt, met in de omgeving mestputjes en vaste, uitgelopen paden naar de foerageergebieden. Of dat patroon bij M. canescens in de droge, warme delen van het areaal hetzelfde is, is niet onderzocht.

Herkenning

Een das met het bekende zwart-witte kopmasker: aan weerszijden van de kop loopt een brede zwarte tot zwartbruine streep van de snuitpunt over oog en oor, met daartussen een zuiver witte middenstreep die over de achterkant van de kop tot op de nek doorloopt. Snuit, wangen en oorpunten zijn wit. De vacht is als geheel lichter dan die van de das, zilvergrijs gespikkeld. De soort is duidelijk kleiner dan de das. Aan de schedel zijn het kortere snuitdeel en de kortere onderkaak, de lage schedel en de niet afgeplatte gehoorblazen kenmerkend; de eerste bovenpremolaar ontbreekt vaak, de tweede onderpremolaar is groot en meestal éénwortelig.

Gelijkende soorten

De das (Meles meles) is groter en donkerder en heeft een vergelijkbaar kopmasker; in het veld is het verschil alleen op grootte en kleur te zien, en een zekere determinatie berust op schedel en gebit of op DNA. Binnen het gidsgebied volgt de scheiding de geografie: de Bosporus en de Dardanellen scheiden de das in Europa van M. canescens in Anatolië. In de noordelijke Kaukasus, buiten het gidsgebied, is de grens tussen beide soorten niet vastgesteld en zijn mogelijke kruisingen gevonden. De Aziatische das (Meles leucurus) leeft verder naar het oosten en heeft een ander gezichtsmasker.

Leefgebied

In Syrië komt de soort voor in bijna alle leefgebieden, behalve in droge en halfdroge gebieden. In Oezbekistan, waar zij samen met de Aziatische das voorkomt, leeft M. canescens in de bergen en de Aziatische das in de vlakten en halfwoestijn. Het enige bekende dier uit Afghanistan werd gevonden op 3192 m hoogte, in droge bergsteppe met dwergstruiken en alpenweiden.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

De Kaukasus (Armenië, Georgië, Azerbeidzjan en de noordhelling van de Grote Kaukasus), Turkije, Iran, Irak, Syrië, Libanon, Israël, Noord-Afghanistan, Turkmenistan en de uitlopers van de westelijke Tiensjan en het Pamir-Alajgebergte in Kirgizië, Oezbekistan en Tadzjikistan. Daarnaast Kreta en Rhodos. Ten oosten van de Kaspische Zee zijn de arealen van M. canescens en de Aziatische das gescheiden door de woestijnen Karakoem en Kyzylkoem. Binnen het gidsgebied zijn recente waarnemingen bekend uit Israël, Griekenland (de eilanden), Turkije, Syrië, Libanon en de Palestijnse gebieden.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Voedsel, voortplanting en ruimtegebruik zijn voor deze soort nauwelijks afzonderlijk onderzocht; gegevens over Zuidwest-Aziatische dassen uit de tijd vóór 2013 staan onder de das. Volgens mitochondriaal DNA scheidden de lijnen van M. canescens en de das zich tussen 2,37 en 0,45 miljoen jaar geleden. De auteurs die de soort in 2013 opnieuw erkenden, wijzen de Grote Kaukasus en de Bosporus en de Dardanellen aan als barrières die de genetische uitwisseling tussen beide hebben verhinderd.

Waar en wanneer kijken

Op Kreta en Rhodos is het de enige das; in Anatolië en de Levant ook. Een das die daar 's nachts wordt gefotografeerd hoort bij deze soort. Voor de kaart van de soort zijn waarnemingen van Kreta, Rhodos en uit West-Anatolië het meest waardevol, met foto van kop en flank.

Staat van instandhouding

Niet beoordeeld (NE) op de mondiale Rode Lijst; de IUCN behandelt deze bevolkingen als onderdeel van de das (Meles meles, LC, 2016). In Syrië geldt de soort als talrijk. Over aantallen, trend en bedreigingen van M. canescens als afzonderlijke soort zijn geen gegevens bekend.

Wetenschappelijke naam

Meles canescens | Blanford, 1875

Blanford beschreef de soort in 1875 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Meles is het Latijnse woord voor 'das'; bij de Romeinen kon het ook op de marter slaan. canescens is Latijn voor 'grijzend', het tegenwoordig deelwoord van canescere 'grijs worden', bij canus 'grijs', naar de grijzige vacht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Iran, Abadah.