Alle soorten › Roofdieren › Hondachtigen › Afghaanse vos

Afghaanse vos | Vulpes cana

Blanford’s fox | Zorro de Blanford

De Afghaanse vos of Blanfords vos is een kleine vos van droge, rotsige berggebieden in het Midden-Oosten en Centraal-Azië. In het gidsgebied is de soort bekend van de hellingen rond de Dode Zee en van het berggebied bij Eilat. Genetisch is zij het naaste familielid van de fennek; de twee lijnen zijn volgens schattingen drie tot vier miljoen jaar geleden uiteengegaan.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Beschrijvingen van prent en keutel van deze soort zijn in de gebruikte bronnen niet gevonden. De onbehaarde zolen en de scherpe, half intrekbare nagels onderscheiden de voet van die van zandvos en fennek, die dicht behaarde voetzolen hebben.

Herkenning

Een kleine vos met een lange, zeer ruige staart die ongeveer driekwart van de kop-romplengte haalt. De kop is oranjegeel, vooral in de winter, met een slank gezicht en een donkere band van de snuit naar de binnenooghoek. De oren zijn groot, aan beide zijden lichtbruin, met lange witte haren langs de voorrand. Het lijf is bruingrijs en wordt naar de buik bleekgeel. Een zwarte middenstreep loopt van de nek over de rug en zet zich voort als een kam over de hele staart; de staartpunt is meestal zwart, bij sommige dieren wit. De wintervacht is zacht en wollig, met een dichte zwarte ondervacht en witgepunte haren op de rug; de zomervacht is dunner en bleker. Anders dan bij de andere vossen van de woestijnen in het Midden-Oosten zijn de zolen onbehaard en de nagels gebogen, scherp en half intrekbaar, zoals bij een kat. Voor de kop-romplengte geven de gebruikte bronnen tegenstrijdige waarden; die maat is daarom opengelaten.

Gelijkende soorten

De zandvos komt in dezelfde streken voor, maar is zandkleurig, heeft een witte staartpunt en behaarde voetzolen, en leeft eerder op vlakke zand- en grindvlakten dan op steile rotshellingen. De rode vos is veel groter en roder, met zwarte oorachterkanten en zwarte voorkanten van de poten. De fennek leeft in zandwoestijn, heeft verhoudingsgewijs nog grotere oren en een kortere staart, en komt in het gidsgebied alleen in Noord-Afrika voor. Een kleine vos met een lange, ruige staart op een steile rotshelling wijst op deze soort.

Leefgebied

Steile, rotsige hellingen, kliffen en kloven in halfdroge steppen en berggebieden, tot ongeveer 2000 meter hoogte. In het gidsgebied gaat het om de rotswanden en wadi's langs de Dode Zee en om het berggebied bij Eilat. Open zandvlakten en de laaglanden tussen de gebergten worden niet bewoond.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Het Midden-Oosten en Centraal-Azië: Israël, Jordanië, de Sinaï in Egypte, Saoedi-Arabië, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten, en verder Iran, Afghanistan, Pakistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan. Het gidsgebied raakt alleen de noordwestrand van het areaal; de waarnemingen daarbinnen komen vrijwel alle uit Israël, met enkele uit Jordanië.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Strikt nachtactief; het begin van de activiteit volgt nauw op zonsondergang, en de dieren zijn acht tot negen uur per nacht actief, onafhankelijk van de lengte van de nacht, en leggen gemiddeld ongeveer 9 km af. De strikte nachtactiviteit wordt uitgelegd als bescherming tegen roofvogels die overdag jagen. De Afghaanse vos jaagt alleen. Het voedsel bestaat vooral uit insecten, zoals kevers, sprinkhanen, mieren en termieten, en uit vruchten, onder meer van de kappertjesstruik. De paartijd valt van december tot februari; na een draagtijd van 50 tot 60 dagen worden in maart of april één tot drie jongen geboren, gemiddeld twee. De soort houdt geen winterrust.

Waar en wanneer kijken

Een waarneming vraagt om een nacht op een bekende plek: een wadi of rotsige helling rond de Dode Zee of bij Eilat, met een lamp die het dier niet recht in het gezicht schijnt. De eerste uren na zonsondergang geven de beste kans. Let op de lange staart met zwarte kam en de donkere streep van snuit naar oog.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2015). In Israël volledig beschermd en in het zuidoosten plaatselijk algemeen, met geschatte dichtheden van ongeveer 2 per km² bij Ein Gedi en 0,5 per km² bij Eilat; een groot deel van het leefgebied ligt daar in beschermde gebieden. In Jordanië en Oman geldt een jachtverbod; in Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Afghanistan en Pakistan is geen wettelijke bescherming bekend. Bebouwing langs de oevers van de Dode Zee wordt als mogelijke bedreiging van het leefgebied genoemd.

Wetenschappelijke naam

Vulpes cana | Blanford, 1877

Blanford beschreef de soort in 1877 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Vulpes is het Latijnse woord voor 'vos'. cana is Latijn voor 'grijs, grauw', naar de zilvergrijze vacht; Blanford schreef nog canus, maar omdat Vulpes vrouwelijk is moet het bijvoeglijk naamwoord cana zijn. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pakistan.