Alle soorten › Evenhoevigen › Dolfijnen › Gestreepte dolfijn

Gestreepte dolfijn | Stenella coeruleoalba

Striped dolphin | Delfín listado

De gestreepte dolfijn is een slanke dolfijn van warm en gematigd water in alle oceanen. In het gidsgebied is het de dolfijn die in de Middellandse Zee het vaakst wordt gezien, en ook in de Golf van Biskaje en ten zuidwesten van de Britse Eilanden komt hij voor. Tussen 1990 en 1992 stierven er in de Middellandse Zee meer dan duizend aan een morbillivirus.

Gestreepte dolfijn (Stenella coeruleoalba)
Foto: Wanax01 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Gestreepte dolfijnen zijn beweeglijk aan het oppervlak: ze springen vaak hoog en ver uit het water, zwemmen mee op de boeggolf en slaan met de kin op het water. Een gedrag dat bij deze soort beschreven is, is het 'roto-tailing': een hoge sprong waarbij het dier in de lucht met de staart ronddraait. De adem is niet zichtbaar. Rond de Britse Eilanden gaat het om losse dieren, om gemengde groepen met gewone dolfijnen of om groepen van tien tot dertig dieren; in de Middellandse Zee zijn de groepen vaak groter. Een groep die snel zwemt, maakt veel opspattend water en is daardoor op grotere afstand te zien dan de dieren zelf. Bij rustig zwemmen komen ze laag en snel boven en zijn ze moeilijker te volgen.

In zijn leefgebied

Gestreepte dolfijn, springende gestreepte dolfijnen in de golf van korinthe, griekenland, september 2012, het leefgebied van een kleine, geïsoleerde deelpopulatie
Springende gestreepte dolfijnen in de Golf van Korinthe, Griekenland, september 2012, het leefgebied van een kleine, geïsoleerde deelpopulatie · Foto: OceanCare — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een slanke dolfijn met een middellange, donkere snavel, die door een duidelijke groef van het voorhoofd is gescheiden. De rug is blauwgrijs tot donkergrijs, de buik wit. Kenmerkend zijn twee donkere strepen: een lange streep van het oog langs de flank naar de anus, en een kortere streep van het oog naar de borstvin. Daarboven loopt een lichtgrijze vlam van de flank schuin omhoog naar onder de rugvin. De rugvin staat midden op de rug en is slank en sikkelvormig tot rechtop; bij dieren uit de Atlantische Oceaan heeft hij soms een lichte vlek in het midden. Volwassen dieren zijn tot 2,56 meter lang.

Gelijkende soorten

De gewone dolfijn is even groot en zwemt soms in dezelfde groepen mee, maar heeft een zandlopertekening op de flank met een gele of okerkleurige voorste helft en een grijze achterste helft; de lange zijstreep van oog naar anus en de lichte vlam onder de vin ontbreken. Omdat beide soorten vaak alleen kort boven komen, is het onderscheid bij een springend of vlak onder het oppervlak zwemmend dier het zekerst: de geelachtige flank wijst op de gewone dolfijn, de lichte vlam die schuin naar de rugvin loopt op de gestreepte. De tuimelaar is groter en egaal grijs, met een korte, dikke snavel. De grijze dolfijn heeft geen snavel en een lichte, bekraste huid.

Leefgebied

Open, diep water voorbij het continentaal plat en boven de helling ervan, meestal waar de zee dieper is dan enkele honderden meters. De soort eet vis, onder meer lantaarnvissen, blauwe wijting, sprot, haring, makreel, heek en zandspiering, en verder kreeftachtigen en inktvissen; een deel van de prooien leeft in de diepere waterlagen en komt 's nachts omhoog. In de Middellandse Zee komt hij voor in het open bekken en in diepe zeegebieden dicht bij de kust, zoals de Ligurische Zee.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Wereldwijd in warme en gematigde zeeën. In het gidsgebied in de oostelijke Atlantische Oceaan ten zuiden van de Britse Eilanden, van de Golf van Biskaje en de westelijke toegang van het Kanaal langs de Iberische kust naar het zuiden, bij Madeira en de Azoren, en in de hele Middellandse Zee. Daar is het de dolfijn die het vaakst wordt gezien, met veel waarnemingen in de Ligurische Zee (het Pelagos-reservaat). Een kleine, geïsoleerde groep leeft in de Golf van Korinthe in Griekenland. Rond de Britse Eilanden is de soort vooral in de zuidwestelijke toegang van het Kanaal te zien, en in de Ierse Zee zelden. Losse dieren komen soms noordelijker, tot in de Noordzee.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Dag en nacht actief. Mannetjes worden geslachtsrijp op zeven tot vijftien jaar, vrouwtjes op zes tot achttien, afhankelijk van de populatie. De draagtijd bedraagt naar schatting twaalf tot dertien maanden en een vrouwtje krijgt eens in de twee tot vier jaar een jong. Een pasgeboren jong is 0,93 tot 1 meter lang en weegt zeven tot tien kilo.

Waar en wanneer kijken

In de Middellandse Zee is de kans het grootst op excursies in het Pelagos-reservaat, vanuit havens aan de Ligurische kust tussen Genua en Imperia en aan de Côte d'Azur, van het voorjaar tot de herfst. Ook op de veerboten van Genua, Livorno, Toulon en Nice naar Corsica en Sardinië kun je vanaf het dek dolfijnengroepen zien. In de Atlantische Oceaan zijn de veerboten tussen Engeland en Noord-Spanje, die de Golf van Biskaje oversteken, een bekende plek. Een groep in de verte verraadt zich door het opspattende water van springende dieren; kijk met de verrekijker naar de lichte vlam onder de rugvin.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2019). De geïsoleerde deelpopulatie van de Golf van Korinthe staat als ernstig bedreigd (CR) op de Rode Lijst. In de Middellandse Zee stierven tussen 1990 en 1992 meer dan duizend gestreepte dolfijnen aan het dolfijnenmorbillivirus, een uitbraak die in Spanje begon en zich over het westelijke bekken, de Tyrreense Zee en de Egeïsche Zee uitbreidde; latere uitbraken eisten veel minder slachtoffers. Hoge gehalten aan organochloorverbindingen zoals pcb's worden in verband gebracht met een verminderde weerstand. Verdere bedreigingen zijn bijvangst, vroeger vooral in drijfnetten, en verstoring door scheepvaart. De soort is beschermd onder de Habitatrichtlijn en valt onder ACCOBAMS en ASCOBANS.

Wetenschappelijke naam

Stenella coeruleoalba | (Meyen, 1833)

Meyen beschreef de soort in 1833 als Delphinus coeruleo-albus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Stenella is een verkleinvorm van Steno, de naam van een verwant dolfijnengeslacht: 'kleine Steno'. coeruleoalba is gevormd uit het Latijnse caeruleus 'hemelsblauw' en albus 'wit', naar de blauwgrijze en witte tekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Argentinië/Uruguay, Río de la Plata.