Alle soorten › Evenhoevigen › Dolfijnen › Gewone dolfijn

Gewone dolfijn | Delphinus delphis

Short-beaked common dolphin | Delfín común

De gewone dolfijn is een slanke dolfijn met een lange snavel en een geel-grijze zandlopertekening op de flank. In Europa is hij de talrijkste dolfijn van de Atlantische wateren tussen Iberië en de Faeröer, met het zwaartepunt in de Golf van Biskaje, het westelijk deel van het Kanaal, de Keltische Zee en rond Ierland. Sinds de jaren negentig komt hij ook in de noordelijke Noordzee voor. In de Middellandse Zee is de soort sterk achteruitgegaan en is ze nu vooral in het westen, rond de Alboránzee, algemeen.

Gewone dolfijn (Delphinus delphis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Een groep gewone dolfijnen is vaak al van ver te zien aan het opspattende water: de dieren zwemmen snel, komen in lage sprongen boven en maken daarbij een witte schuimrand. De adem is niet zichtbaar. De soort springt veel, ook in salto's en zijwaartse sprongen, slaat met de staart en zwemt graag mee op de boeggolf van schepen, soms minutenlang. Van dichtbij hoor je de fluit- en piepgeluiden die de dieren ook boven water maken. Op het continentaal plat tellen groepen meestal zes tot vijftien dieren, soms meer dan honderd; verder op zee zijn groepen van enkele honderden bekend. Waar ze op scholen vis jagen, verzamelen zich jan-van-genten en meeuwen boven de groep; duikende genten zijn vaak het eerste teken.

Herkenning

Slank en gestroomlijnd, met een lange, smalle snavel die met een vouw van de meloen gescheiden is. Het kenmerk is de zandlopertekening op de flank: onder de rugvin kruisen twee vlakken elkaar in een V, het voorste geelachtig tot okerbruin, het achterste lichtgrijs; de rug is donkergrijs tot zwart en de buik wit. De rugvin is hoog, spits en licht gebogen en draagt vaak een lichte vlek in het midden. Volwassen dieren zijn 1,9 tot 2,5 m lang; mannetjes zijn ongeveer zes procent groter dan vrouwtjes. Op afstand valt vooral de lichte flank op, die bij elke sprong oplicht.

Gelijkende soorten

De gestreepte dolfijn is even groot en heeft ook een lange snavel, maar mist de gele flank: van oog tot anus loopt een donkere streep, en een lichte veeg reikt vanaf de flank schuin omhoog tot onder de vin. In de westelijke Middellandse Zee en de Golf van Biskaje leven de twee soorten naast elkaar en zijn ze in snelle, springende groepen op afstand niet altijd te scheiden. De tuimelaar is groter, effen grijs en heeft een korte, dikke snavel. De witsnuitdolfijn van de noordelijke wateren is zwaarder, heeft een korte, lichte snavel en lichte vlakken achter de vin. De bruinvis is klein, zonder snavel, met een laag driehoekig vinnetje, en springt zelden. De gele voorvlek is het beslissende kenmerk; wie die ziet, heeft een gewone dolfijn.

Leefgebied

Open zee boven het continentaal plat en de helling daarvan, in gematigd tot warm water; de soort komt ook in kustwateren en diepe baaien, maar zelden in ondiepe riviermondingen. Het voedsel bestaat uit vis die in scholen zwemt, zoals heek, horsmakreel, makreel, sardine en ansjovis, en uit inktvis; de dieren jagen in groepen en drijven een school samen.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

In Europa van het Iberisch Schiereiland tot de Faeröer. Het zwaartepunt ligt in de Golf van Biskaje, de westelijke ingang van het Kanaal, de Keltische Zee, de Ierse Zee (vooral de Celtic Deep), ten westen van Ierland en rond de Hebriden. Bij de zomertelling van 2016 werden in de oostelijke Noord-Atlantische Oceaan ongeveer 480.000 gewone dolfijnen geschat. Sinds de jaren negentig komt de soort ook in de noordelijke Noordzee voor en is ze een enkele keer tot in de Oostzee gezien; in de zuidelijke Noordzee is ze zeldzaam. In de Middellandse Zee is ze vooral in de Alboránzee en de Straat van Gibraltar algemeen, en elders sterk afgenomen. In de Zwarte Zee leeft een aparte ondersoort, D. d. ponticus.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Dag en nacht actief; de groepen verplaatsen zich snel en jagen vaak in de avond en nacht op vis en inktvis die dan naar het oppervlak komen. Paring en geboorte vallen vooral tussen mei en september; de draagtijd is tien tot elf maanden, en een vrouwtje krijgt eens in twee tot vier jaar of langer een jong. Het pasgeboren jong is ongeveer een meter lang. Vrouwtjes zijn geslachtsrijp op acht tot tien jaar, mannetjes op elf tot twaalf. De soort kan dertig jaar oud worden.

Waar en wanneer kijken

De veerboten van Plymouth en Portsmouth naar Santander en Bilbao kruisen de Golf van Biskaje en passeren de continentale helling; vanaf het hoge dek zijn gewone dolfijnen daar het grootste deel van het jaar te zien, vaak in groepen die naar het schip toe komen om op de boeggolf mee te zwemmen. Vanaf de kust zijn de kapen van Cornwall, West-Ierland en Galicië geschikt, bij rustige zee in de zomer en het najaar. In de Straat van Gibraltar varen boten uit Tarifa en Gibraltar. Kijk naar duikende jan-van-genten: waar ze in groten getale het water in schieten, jaagt vaak een groep dolfijnen onder hen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2021). De populatie van de Middellandse Zee staat als aparte deelpopulatie als bedreigd (EN) op de Rode Lijst. De grootste bedreiging in de Atlantische wateren is bijvangst in de visserij: in het voorjaar van 2019 spoelden aan de Franse kust van de Golf van Biskaje meer dan duizend dode gewone dolfijnen aan, en in de winter van 2024 werd een deel van de Franse visserij in de Golf van Biskaje een maand stilgelegd om de bijvangst te beperken. Verder spelen kwik en andere vervuilende stoffen en onderwatergeluid van seismisch onderzoek en sonar een rol. De soort is beschermd onder de Habitatrichtlijn en valt onder de verdragen ASCOBANS en ACCOBAMS.

Wetenschappelijke naam

Delphinus delphis | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Delphinus is het Latijnse woord voor dolfijn, ontleend aan het Griekse delphis. delphis is het Griekse woord voor dolfijn: de soortnaam herhaalt de geslachtsnaam in het Grieks.