Alle soorten › Knaagdieren › Muizen en ratten › Mus cypriacus

Mus cypriacus | Mus cypriacus

Cypriot Mouse | Mus cypriacus

Mus cypriacus is een muis die alleen op Cyprus voorkomt. In 2004 werd opgemerkt dat muizen uit de wijngaarden van het Troodosgebergte afweken van huismuizen; in 2006 werd de soort beschreven. Het is het enige endemische knaagdier van Cyprus dat de komst van de mens heeft overleefd: de dwergolifant, het dwergnijlpaard en de Cypriotische genetkat van het eiland zijn daarna uitgestorven. Een Nederlandse naam heeft de soort niet.

Mus cypriacus (Mus cypriacus)
Foto: T. Cucchi e.a., Zootaxa 1241 (figuur 3) — CC0 · Wikimedia Commons

Sporen

Van deze soort is geen eigen sporenbeeld beschreven. De sporen zijn die van een Mus: keutels van drie tot acht millimeter, spoelvormig met puntige uiteinden, vers zwart en glanzend, verspreid langs looproutes en niet in latrines; knaagsporen met paarsgewijze groefjes van ongeveer een millimeter op zaden, vijgen, druiven en amandelen, waarbij de pit wordt uitgehold; en prenten van minder dan een centimeter, met vier tenen aan de voorvoet en vijf aan de achtervoet en een dunne sleepstreep van de staart, in stof of fijn zand. Deze sporen zijn niet van die van de huismuis te onderscheiden. De vindplaats geeft een aanwijzing: sporen van een kleine muis op een verlaten terras, in een wijngaard, langs een droge muur of in open pijnbos zijn eerder van deze soort, sporen in een schuur eerder van de huismuis. Braakballen van kerkuil en dwergooruil zijn de aangewezen methode om de soort op een locatie aan te tonen; het schedelmateriaal moet dan worden gemeten door iemand die de twee soorten kan onderscheiden.

Herkenning

Een stevige muis met een kop-romplengte van zeven tot negen en een halve centimeter en een staart die iets korter is dan kop en romp en duidelijk tweekleurig: donker boven, licht onder. De rug is donker houtbruin, de buik roomkleurig grijs. In het veld is vooral de kop kenmerkend: grote oren, grote ogen en grote tanden; deze verhoudingen leidden tot de ontdekking van de soort. De achtervoet meet vijftien tot negentien millimeter, het oor bijna veertien tot bijna zeventien millimeter, en het gewicht loopt op tot vierentwintig gram; de soort is daarmee gemiddeld groter en zwaarder dan de huismuizen op het eiland. De schedel is groot. De bovensnijtand heeft de inkeping die alle Mus-soorten gemeen hebben.

Gelijkende soorten

Op Cyprus komen twee Mus-soorten voor. De huismuis (Mus musculus) leeft vooral in dorpen, schuren en voorraden; hij is kleiner en grauwer, heeft een staart die even lang is als kop en romp en niet tweekleurig is, en een buik die zonder scherpe grens in de rugkleur overgaat. Mus cypriacus leeft vooral buiten: grotere oren, ogen en tanden, een tweekleurige, iets kortere staart en een roomgrijze buik die duidelijker afsteekt. De vindplaats geeft een aanwijzing: binnenshuis is de huismuis waarschijnlijker, in maquis, wijngaard en verlaten akker deze soort. In het cultuurland komen beide echter samen voor, en daar is een dier in de hand nodig. De Macedonische huismuis (Mus macedonicus), de buiten levende muis van het Turkse vasteland en de Levant, komt op Cyprus niet voor en heeft bovendien kleinere oren en ogen. De andere kleine knaagdieren van het eiland, zwarte rat en bruine rat, zijn veel groter; de spitsmuizen van Cyprus hebben een spitse snuit en behoren niet tot de knaagdieren.

Leefgebied

Mediterraan struweel en dichte maquis, garrigue, verlaten en verruigde akkers, wijngaarden en boomgaarden, akkerranden en halfnatuurlijke bossen, van zeeniveau tot 1600 meter, tot vlak onder de top van de Troodos. De soort is aangetroffen op meer dan tachtig procent van het eiland en heeft een voorkeur voor het kleinschalige landschap van wijngaarden en kleine akkers in het Troodosgebergte, met alle vormen van extensief menselijk gebruik. Het is een soort van het oude cultuurlandschap; dat is waarschijnlijk de reden dat zij de holocene uitstervingsgolf op het eiland heeft overleefd.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Endemisch op Cyprus. De typelocatie is het dorp Alassa, ten noorden van Limassol.

Levenswijze

Terrestrisch en vrijwel zeker nachtactief; de activiteit is nooit systematisch onderzocht. Het voedsel is waarschijnlijk gevarieerd, met zaden, vruchten en insecten, maar ook dat is niet onderzocht. Van de voortplanting is bekend dat gevangen vrouwtjes vijf tot zeven embryo's droegen. Over territoria, sociaal gedrag, verplaatsingen en levensduur zijn geen gegevens. Er is geen winterslaap. Het onderzoek aan Mus cypriacus is tot nu toe vrijwel geheel genetisch en morfometrisch geweest; over de levenswijze is daardoor vrijwel niets bekend.

Waar en wanneer kijken

De beste kansen zijn er in het voorjaar in het traditionele cultuurland van Cyprus: een wijngaard met droge muurtjes, een verlaten terras met brem en cistus, een akkerrand in de uitlopers van de Troodos. Wacht na zonsondergang met een zwakke lamp; een muis die groter oogt dan een huismuis, met grote oren en een staart die boven donker en onder licht is, is deze soort. In dorpen is de huismuis de waarschijnlijke soort. Voor een zekere determinatie is een dier in de hand nodig, en daarvoor is op Cyprus een vergunning vereist.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2023). De soort is over vrijwel het hele eiland verspreid, plaatselijk algemeen en niet gebonden aan een habitat die verdwijnt. Twee zorgpunten worden genoemd: verlies van landbouwgrond en maquis door bebouwing en toerisme, vooral langs de kust en rond Limassol en Paphos, en concurrentie met de ingevoerde huismuis, die het cultuurland binnendringt waar het intensiever wordt gebruikt. Als endemische soort van één eiland heeft zij geen tweede populatie. De soort werd in 2006 beschreven in Zootaxa door Cucchi en medewerkers en werd in de pers aangekondigd als de eerste nieuwe Europese zoogdiersoort in meer dan honderd jaar. Dat klopte niet: in de voorgaande decennia waren in Europa tientallen zoogdiersoorten beschreven, zoals in 2001 Myotis alcathoe. De soort bleef desondanks tot 2006 onbeschreven, in het cultuurland van een druk bezocht eiland.

Wetenschappelijke naam

Mus cypriacus | Cucchi, A. Orth, J.-C. Auffray, Renaud, L. Fabre, J. Catalan, Hadjisterkotis, Bonhomme, & Vigne, 2006

Cucchi, A. Orth, J.-C. Auffray, Renaud, L. Fabre, J. Catalan, Hadjisterkotis, Bonhomme, & Vigne beschreef de soort in 2006 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Mus is het Latijnse woord voor 'muis', verwant met het Griekse mys. cypriacus betekent 'Cypriotisch', naar het eiland waar de soort als enige plaats ter wereld voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cyprus, Alassa village.