Alle soorten › Knaagdieren › Muizen en ratten › Macedonische huismuis

Macedonische huismuis | Mus macedonicus

Balkan Short-tailed Mouse | Ratón Macedónico

De Macedonische huismuis (Mus macedonicus) is een wilde muis van het oostelijke Middellandse Zeegebied die in bouw, spitse snuit en inkeping van de bovensnijtand overeenkomt met de huismuis, maar niet in gebouwen leeft. In de Balkan en Anatolië bewoont de huismuis de dorpen en schuren; de Macedonische huismuis leeft in het omringende land: akkers, boomgaarden, oevers en duinen.

Macedonische huismuis (Mus macedonicus)
Foto: Mohammad Amin Ghaffari — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Er zijn geen sporen die deze soort van de huismuis onderscheiden. De keutels zijn die van een Mus: drie tot acht millimeter, spoelvormig met spitse uiteinden, vers zwart en glanzend, verspreid en niet in latrines. Ze liggen buiten, langs akkerranden, onder strohopen, in oevervegetatie en tussen de wortels van olijfbomen, en niet langs plinten of in laden. Veegsporen en urinepilaartjes, de kenmerkende sporen van de huismuis in gebouwen, ontbreken, omdat de soort niet binnen komt. Knaagsporen met paarsgewijze tandgroeven van ongeveer een millimeter zitten op zaden, graankorrels en vruchten; het zaad wordt uitgehold en de dop blijft liggen. Prenten van minder dan een centimeter, met vier tenen voor en vijf achter en een sleepspoor van de staart, zijn te zien in stof op dorsvloeren of in fijn slib langs beken. De vindplaats is de beste aanwijzing: een Mus die buiten leeft, op de Balkan of in het Nabije Oosten, in akkerland, riet of duin, is waarschijnlijk deze soort.

Herkenning

Een muis van zes en een halve tot bijna tien centimeter, met een staart die duidelijk korter is dan kop en romp; daaraan ontleent de soort haar Engelse naam. De rug is licht tot donker grijsbruin, de buik wit tot grijswit en vrij scherp afgegrensd. Oren negen tot zestien millimeter, achtervoet twaalf tot achttien. Vrouwtjes zijn zwaarder dan mannetjes en hebben vijf paar tepels. Het gewicht bedraagt elf tot dertig gram; grote exemplaren zijn zwaarder dan een gemiddelde huismuis. De bovensnijtand heeft aan de achterzijde de inkeping die bij Mus-soorten voorkomt; dat kenmerk plaatst de soort in het geslacht, maar onderscheidt haar niet van verwante soorten.

Gelijkende soorten

De huismuis (Mus musculus) is de soort waarmee de Macedonische huismuis het vaakst wordt verward. Het onderscheid berust op twee kenmerken. Het eerste is de staart: bij de huismuis even lang als kop en romp, bij deze soort merkbaar korter. Het tweede is de buik: bij de huismuis grijs tot geelwit met een geleidelijke overgang, bij deze soort witter en scherper begrensd. Beide verschillen zijn klein; de vindplaats is de betrouwbaarste aanwijzing, want deze soort wordt niet in huizen gevangen, terwijl de huismuis in het oostelijke Middellandse Zeegebied juist vooral daar wordt gevangen. De steppemuis (Mus spicilegus) is de zustersoort, lijkt sterk op de Macedonische huismuis en komt op de Balkan met haar in contact; de steppemuis bouwt aardhopen en komt niet zuidelijker voor dan Griekenland. Op Cyprus is de wilde veldmuis niet deze soort maar Mus cypriacus, met duidelijk grotere oren en ogen. De bosmuis en de oostelijke bosmuis zijn groter en roodbruiner, met veel grotere ogen en oren, een zuiver witte buik, een springende gang en een lange staart.

Leefgebied

Vrijwel alle open en halfopen biotopen, maar geen bos en geen gebouwen. De soort is gevonden in duinen en oevervegetatie, in riet langs meren en rivieren, in boomgaarden, akkers, moestuinen en struweel, en op verlaten, verruigde percelen, tot ongeveer vijftienhonderd meter hoogte. Waar de huismuis het dorp bewoont, leeft de Macedonische huismuis in het omringende landbouwgebied, zodat beide soorten vaak op enkele tientallen meters van elkaar leven zonder te mengen. Dicht, gesloten bos wordt gemeden.

Verspreiding

Het oostelijke Middellandse Zeegebied en de Kaukasus: Albanië, Kosovo, Noord-Macedonië, Bulgarije en Griekenland met Samothraki, Lesbos, Chios, Samos en Rodos, heel Turkije met Gökçeada en Bozcaada, en verder Armenië, Georgië, Azerbeidzjan, Noordwest-Iran, Syrië, Libanon, Israël, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië; waarschijnlijk ook Irak. In Europa beperkt het areaal zich tot de Balkan en de Egeïsche eilanden; in West-, Midden- en Noord-Europa ontbreekt de soort.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Nachtactief en uitsluitend op de grond levend. Het voedsel bestaat uit zaden en ander plantaardig materiaal; de soort eet minder dierlijk voedsel dan de huismuis in gebouwen. De voortplanting valt in lente en zomer en stopt in de winter; de huismuis plant zich binnenshuis het hele jaar voort, en dat verschil hangt samen met de leefwijze buiten. Het aantal embryo's bedraagt gemiddeld zes tot zeven op de Balkan en zeven in Anatolië. Over territoria, sociale organisatie en verplaatsingen is vrijwel niets gepubliceerd. Geen winterslaap.

Waar en wanneer kijken

Zoek in het voorjaar of de nazomer bij het invallen van de duisternis met een zaklamp langs de bodem van akkerranden, olijfgaarden of verruigde percelen in Noord-Griekenland, Bulgarije of Anatolië; een kleine grijsbruine muis met een korte staart die rent in plaats van springt, is waarschijnlijk deze soort. In dorpen gaat het meestal om de huismuis. Op de Egeïsche eilanden komt de soort voor langs terrasranden en droge stapelmuurtjes. Zekerheid geeft alleen een dier in de hand: meet de staart ten opzichte van kop en romp en let op de scherpte van de buikgrens. De soort komt ook voor in braakballen van kerkuilen uit Thracië en Anatolië.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2016); wijdverbreid en plaatselijk talrijk. Schaalvergroting in de landbouw, het verdwijnen van kleinschalige boomgaarden en de omzetting van oever- en duinvegetatie in akkers of bebouwing verkleinen het leefgebied, maar omdat de soort algemeen is en weinig eisen stelt, leidt dat niet tot een bedreiging. Als landbouwplaag is de soort van weinig betekenis. In het laboratorium is ze, samen met de steppemuis en de Algerijnse muis, een van de wilde soorten waarmee de genetica van de huismuis wordt vergeleken; over haar erfelijk materiaal is daardoor meer bekend dan over haar leefwijze in het veld.

Wetenschappelijke naam

Mus macedonicus | B. Petrov & Ružić, 1983

B. Petrov & Ružić beschreef de soort in 1983 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Mus is het Latijnse woord voor 'muis', verwant met het Griekse mys. macedonicus betekent 'Macedonisch'; Petrov en Ružić beschreven het dier van Valandovo in het huidige Noord-Macedonië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Macedonië, Valandovo.