Alle soorten › Insecteneters › Mollen en desmans › Russische desman

Russische desman | Desmana moschata

Russian Desman | Desman Ruso

De Russische desman is de grootste soort van de molfamilie en leeft in de oude rivierarmen en trage rivieren van de stroomgebieden van Wolga, Don en Oeral. Hij is de enige soort van zijn geslacht en een van de twee nog levende desmans. In de negentiende en vroege twintigste eeuw werd hij om zijn vacht en zijn muskus op grote schaal bejaagd; sindsdien is het areaal uiteengevallen in losse populaties. In 2023 is de soort op de Rode Lijst van de IUCN van bedreigd naar ernstig bedreigd overgeplaatst, na een geschatte afname van 83 procent in tien jaar in Rusland.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Het belangrijkste spoor is het hol. De desman graaft in steile oevers een gangenstelsel met een ingang onder water en een nestkamer boven het hoogwaterpeil; alle ingangen leiden van het nest naar beneden, onder de waterspiegel. Het aantal bewoonde holen per kilometer oever is dan ook de maat die bij tellingen wordt gebruikt; in de huidige populaties worden 0,5 tot ruim 15 holen per kilometer geteld. Rond de holen liggen lege schelpen van zoetwatermossels en slakken als etensresten. Een sterke muskusgeur bij een hol wijst ook op de soort. Omdat de ingangen onder water liggen, vallen de holen vooral op bij laag water en in het vroege voorjaar, wanneer de oeverbegroeiing nog laag staat. Prenten en keutels worden bij tellingen zelden als bewijs gebruikt.

Herkenning

Een gedrongen, rattengroot waterdier met een lange, beweeglijke, van boven gegroefde, slurfvormige snuit die ver voorbij de bek uitsteekt. De ogen zijn zeer klein, uitwendige oren ontbreken. De vacht is dicht en tweelagig, met een onderwol en langere dekharen, roodbruin tot donkerbruin op de rug en zilvergrijs op de buik. Voor- en achtervoeten hebben zwemvliezen, en de zolen zijn omzoomd met stijve haren; de achtervoeten zijn groot. De staart is ongeveer even lang als het lijf, geschubd en zijdelings afgeplat, aan de basis dik en voorzien van geurklieren die een muskusachtige stof afscheiden. Kop-romplengte 19,3 tot 24,0 cm, staart 18 tot 21 cm, achtervoet 51 tot 58 mm, gewicht 370 tot 450 gram.

Gelijkende soorten

De enige andere desman, de Pyrenese desman (Galemys pyrenaicus), leeft ruim 2500 kilometer verder naar het westen en is minder dan een vijfde zo zwaar; verwarring tussen beide is uitgesloten. Binnen het areaal van de Russische desman zijn het vooral zwemmende knaagdieren waarmee hij kan worden verward. De muskusrat (Ondatra zibethicus), die in dezelfde wateren is uitgezet, is groter, heeft een stompe knaagdierkop met zichtbare oogjes en oortjes, en een zwarte, verticaal afgeplatte staart zonder muskusklieren aan de basis. De woelrat (Arvicola amphibius) heeft een ronde, behaarde staart en een stompe snuit. Een zwemmende Amerikaanse nerts is lang en slank en heeft een ruige staart. Wat de desman in één oogopslag onderscheidt, is de slurfvormige snuit; op afstand in het water is die zelden te zien, en een waarneming zonder foto of video is dan niet te bevestigen.

Leefgebied

Oude rivierarmen, afgesneden meanders en trage rivieren in brede uiterwaarden, bij voorkeur 2 tot 6 meter diep, met een modderbodem, een rijke moeras- en waterplantenbegroeiing, struiken en oorspronkelijk bos op de oevers, en veel ongewervelde bodemdieren. De oevers moeten stevig genoeg zijn om holen in te graven en boven het gewone hoogwater uit te steken. De soort is afhankelijk van een natuurlijk overstromingsregime: in het voorjaar trekken de dieren bij hoog water naar hoger gelegen oevers en keren daarna naar de oude armen terug. Waar de uiterwaarden zijn ingepolderd, gedraineerd of door stuwmeren zijn vervangen, verdwijnt de soort.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Tegenwoordig beperkt tot verspreide populaties in de stroomgebieden van Wolga, Kama, Don en Oeral in het Europese deel van Rusland, het noordwesten van Kazachstan langs de Oeral, en het oosten van Oekraïne. In Oekraïne leefde de soort vroeger langs de Dnjepr en de Siverski Donets; de populatie van de Dnjepr verdween in de jaren dertig, die van de Donets in de jaren zeventig. De enige Oekraïense populatie die overbleef, langs de Sejm en twee zijrivieren in de oblast Soemy, stamt van dieren die vanaf 1961 in de aangrenzende Russische oblast Koersk zijn uitgezet; de laatste gedocumenteerde waarneming daar dateert van 2018. Buiten het gidsgebied is de soort in het stroomgebied van de Ob in West-Siberië uitgezet. Fossielen tonen aan dat desmans ooit veel verder naar het westen voorkwamen, tot op de Britse Eilanden.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Vooral actief in de schemering en de nacht. De desman zwemt met de achterpoten en de staart, en kan tot enkele minuten onder water blijven; hij zoekt op de bodem met de snuit naar voedsel. Het dieet omvat tweekleppige schelpdieren, slakken, bloedzuigers, insectenlarven, kreeftachtigen, regenwormen, en ook kikkers en kleine vissen, aangevuld met waterplanten zoals paardenstaart, pijlkruid, fonteinkruid, riet en waterlelie. Buiten de voortplantingstijd is de soort verdraagzaam: tot acht dieren kunnen een hol delen. Paren zijn in het voortplantingsseizoen monogaam. Voortplanting is het hele jaar mogelijk, met een piek in het voorjaar; na een draagtijd van 40 tot 45 dagen worden één tot vijf jongen geboren, de meeste in juni tot augustus. Mannetjes zijn na vier tot zes maanden geslachtsrijp, vrouwtjes na negen tot elf maanden. Volwassen dieren verplaatsen zich over enkele kilometers: tot 7 km stroomafwaarts en 2 tot 3,5 km stroomopwaarts. In de winter blijven ze actief onder het ijs.

Waar en wanneer kijken

De Russische desman wordt in het wild zelden gezien: hij is schuw, overwegend nachtactief, en leeft in wateren waar hij zich onder de oever terugtrekt bij de minste verstoring. Waarnemingen komen vooral voort uit tellingen van bewoonde holen in natuurreservaten langs de Oka, de Chopjor en de middenloop van de Wolga, uitgevoerd door beschermingsinstanties en onderzoekers. Een bezoeker van die gebieden draagt het meest bij door de soort niet te verstoren: geen visnetten plaatsen of laten staan in oude rivierarmen, en afstand houden van steile oevers met holen. Een waarneming van een levend of dood dier, met foto en precieze plaats, wordt door de beschermingsprogramma's gebruikt.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (CR, 2023). Rond 1930 werd de totale stand nog op 600.000 tot 800.000 dieren geschat. Een overzicht uit 2018 noemde nog ruim 13.000 dieren in Rusland, en in de laatste beoordeling wordt het aantal in Rusland op waarschijnlijk minder dan 4000 gezet, met een geschatte daling van 83 procent in de voorgaande tien jaar. In Oekraïne resten hooguit enkele honderden dieren. Voor de Eerste Wereldoorlog werden alleen al in Oekraïne jaarlijks 100.000 vachten verkocht, maar de huidige oorzaken liggen elders. De belangrijkste is bijvangst in vaste visnetten, die vaak lang onder water blijven staan en waarin desmans verdrinken. Daarnaast spelen de verandering van de uiterwaarden door stuwdammen, drooglegging en een verminderde voorjaarsvloed, droogte en klimaatverandering, vervuiling, vee in de oeverzone, predatie door de uitgezette Amerikaanse nerts en concurrentie met de muskusrat. In Oekraïne komen daar sinds 2022 de gevolgen van de oorlog bij. De soort is in Rusland, Oekraïne en Kazachstan wettelijk beschermd en staat in de nationale Rode Boeken van alle drie de landen.

Wetenschappelijke naam

Desmana moschata | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Castor moschatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Desmana is het Zweedse desman 'muskus', uit desmansråtta 'muskusrat'; het woord kwam via het Nederduits uit het middeleeuws Latijn bisamum 'muskus'. moschata is laat-Latijn voor 'muskusdragend', bij moschus 'muskus', naar de sterke geur van de klieren aan de staartwortel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rusland.