Alle soorten › Lipbloemigen › Byblidaceae › Byblis gigantea
Byblis gigantea
Rainbow plant
Een halfstruik die er in de zon uitziet alsof hij met glas is bepoederd: elk blad draagt duizenden kleefdruppels, en in tegenlicht breken die het licht in kleuren — vandaar de Engelse naam regenboogplant. Hij groeit op de zandvlakte rond Perth, en juist daar is de grond het meest gewild; van alle soorten in deze gids staat hij er het slechtst voor.


Herkenning
Een opgerichte halfstruik tot 45 cm hoog, met een houtige, knolachtige voet waaruit meerdere stengels komen. De bladeren zijn draadvormig en rond in doorsnede, wijzen schuin omhoog en lopen spits toe; over hun hele lengte staan gesteelde klieren met een druppel en daartussen kleine zittende kliertjes. De bloemen staan afzonderlijk op lange stelen uit de bladoksels: vijf roze tot paarse, zelden witte kroonbladen in een open schotel, met vijf meeldraden waarvan de helmknoppen naar één kant zijn gebogen. De hele plant glinstert; oude planten dragen een dichte bos stengels.
Gelijkende soorten
Het geslacht zelf is in West-Australië onmiskenbaar, de soorten onderling zijn dat niet. Byblis gigantea is de grote, overblijvende soort van het zuidwesten; de eenjarige soorten van het tropische noorden blijven kleiner, sterven in de droge tijd helemaal af en staan buiten dit gebied. De planten van de zandvlakten ten noorden van het kerngebied worden sinds 1998 grotendeels tot B. lamellata gerekend, die geribde bladeren heeft; waar de grens tussen beide precies loopt, is nog niet uitgemaakt. Zonnedauwen delen dezelfde natte laagten, maar hebben hun klierharen op een platte bladschijf en niet op een ronde draad.
De val en hoe hij werkt
Een passieve lijmval, net als bij Drosophyllum en anders dan bij de vetbladen: er beweegt niets. De gesteelde klieren houden de prooi vast, de zittende klieren scheiden het verteringssap af, en het blad blijft recht staan. Wat hij vangt is klein en vliegt: muggen, vliegen, kleine kevers. Op de kleverige bladeren woont bovendien een wants uit het geslacht Setocoris, die zich er ongestraft over beweegt en de gevangen insecten leegzuigt — een verstekeling die van de val van de plant leeft. Ook de bloem heeft een eigen mechaniek: het stuifmeel komt pas uit de helmknoppen als een bij er op de juiste toon tegenaan zoemt.
Standplaats en ecologie
Zandige veengrond op vlakten die in de winter blank staan en in de zomer kurkdroog liggen, in open struikgewas en heide op arme zandbodem. Boven de grond sterft de plant in de zomer af en overwintert hij in de houtige, knolachtige voet. Na een brand loopt hij opnieuw uit en bloeit hij uitbundig: vuur hoort bij zijn levensloop, zoals overal in dit landschap.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. Hij staat op de zandvlakte rond Perth en op de aangrenzende rand van het Jarrah-bosgebied; de gevolgde bron noemt daarnaast de zandvlakten verder naar het noorden, waar de afgrenzing tegenover de verwante soort omstreden is. Verder gaat deze gids niet: bij een soort in deze staat van bedreiging is een precieze vindplaats een routebeschrijving voor wie planten uitgraaft.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Binnen de soort zijn geen variëteiten erkend; de variatie zit in de bloemkleur, die van bleekroze tot diep paars loopt en zelden wit is. Het echte verhaal zit in de afbakening van de soort zelf: wat vroeger allemaal B. gigantea heette, is inmiddels over twee soorten verdeeld, en welke populaties bij welke horen, staat nog niet overal vast. Natuurlijke hybriden zijn niet beschreven.
Waar en wanneer te zien
September tot december, aan het eind van de natte tijd: dan bloeit hij en staan de stengels op hun hoogst. Ga naar een reservaat op de zandvlakte rond Perth waar met vuur wordt beheerd, en kijk in de winterse laagten. Zoek met de zon tegen: de druppels lichten dan op en de plant is van tientallen meters te zien, terwijl hij met de zon in de rug volledig in de vegetatie wegvalt. Raak niets aan en graaf niets uit — hier telt elke plant mee.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd op de Rode Lijst, en in West-Australië ook wettelijk als bedreigde flora aangewezen. De reden is eenvoudig: zijn gebied is de zandvlakte waarop Perth is gebouwd. Wat over is ligt versnipperd tussen wijken, wegen en landbouwgrond, en die restanten drogen uit doordat grondwater wordt opgepompt en water wordt afgevoerd. Daar komt een veranderd brandregime bij: te vaak branden put de wortelvoet uit, helemaal niet branden laat het struweel dichtgroeien. Herstel en beheer liggen bij de staat; het uitgraven van planten is verboden.
Wetenschappelijke naam
Byblis gigantea | Lindley, 1840
Beschreven door John Lindley, in zijn werk “A Sketch of the Vegetation of the Swan River Colony”; het werk wordt vaak op 1840 gedateerd (het jaartal dat ook in deze gids wordt aangehouden), maar volgens sommige bronnen verscheen het al in 1839. Het typemateriaal werd in 1839 verzameld door de Schotse plantenverzamelaar James Drummond in de omgeving van de Swan River in West-Australië. De soortnaam gigantea is Latijn voor "reusachtig" en verwijst naar de aanzienlijk grotere afmetingen van deze soort in vergelijking met de nauw verwante Byblis liniflora.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.