Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera arenicola

Drosera arenicola

De zandbewoner, letterlijk vertaald. Drosera arenicola is een tepui-zonnedauw uit het Venezolaanse Guayana-gebied, beschreven door Julian Steyermark, die in de jaren veertig en vijftig als een van de eersten de flora van de tafelbergen systematisch verzamelde. Er is sindsdien weinig over de soort gepubliceerd; wat volgt is daarom beknopt, en de maatvelden blijven leeg.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een meerjarige rozetplant van de zandsteenplateaus, met bladeren die dicht met tentakels bezet zijn en in de volle zon rood kleuren. Zoals bij verschillende andere zonnedauwen van het Guyana-hoogland kan de plant met de jaren een kort stammetje van oude bladeren vormen. Betrouwbare maten en een bevestigde bloemkleur uit de oorspronkelijke beschrijving of de Flora of the Venezuelan Guayana konden hier niet worden nagegaan; wie de soort wil determineren, moet die bronnen raadplegen.

Gelijkende soorten

Op en rond de tepuis groeien meerdere zonnedauwen die in het veld moeilijk te scheiden zijn: Drosera roraimae met langgesteelde bladeren, Drosera hirticalyx met een behaarde kelk, Drosera kaieteurensis en Drosera felix als piepkleine rode rozetten, en Drosera esmeraldae van de witte zanden van het laagland. De naam verwijst naar de zandige standplaats, maar dat is geen onderscheidend kenmerk: bijna alle soorten van het gebied groeien op zand.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten die over het zand lopen of laag erboven vliegen; de omringende tentakels buigen daarna naar de prooi toe. Op de kale, voedselarme zandsteenplateaus is dierlijke prooi een van de weinige bronnen van stikstof en fosfor.

Standplaats en ecologie

Zandige, zure en uiterst voedselarme bodems op en rond de tafelbergen: kaal zandsteen en zandvlakten op de plateaus, en natte zandige grond in open, moerassige vegetatie (R5, D2, W4). Het klimaat op de tepuis is koel en zeer regenrijk.

Verspreiding en hoogte

Het Guayana-hoogland van Venezuela, in de deelstaten Bolívar en Amazonas. Voor zover bekend beperkt tot Venezuela; vermeldingen uit aangrenzende landen zijn niet bevestigd. Een betrouwbaar hoogtebereik kon niet worden nagegaan.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 8 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Naast de typische vorm is een variëteit beschreven van tepuis in het westen van het Guayana-gebied (var. occidentalis); of dat onderscheid in een moderne revisie standhoudt, is onbekend. De Guyana-zonnedauwen zijn als groep nooit volledig herzien, en verschillende namen kunnen bij nader onderzoek samenvallen of juist uiteenvallen.

Waar en wanneer te zien

Tepuis zijn alleen te bereiken met gidsen, vergunningen en vaak per helikopter; spontaan veldwerk is er niet bij. Wie een expeditie meemaakt, doet er goed aan elke zonnedauw te fotograferen met bloem, bladvoet en kelk in beeld, en de exacte standplaats te noteren. Zulke gegevens zijn schaars en waardevol.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De tafelbergen liggen grotendeels in nationale parken en zijn moeilijk toegankelijk, zodat directe bedreigingen gering zijn. Klimaatverandering en toenemend toerisme op enkele populaire tepuis zijn de voornaamste risico's; over populatiegrootte en trends is niets bekend.

Wetenschappelijke naam

Drosera arenicola | Steyermark, 1952

Beschreven door Julian Alfred Steyermark in 1952, in Fieldiana, Botany, deel 28, p. 243. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort is endemisch voor de staten Amazonas en Bolívar, Venezuela, en komt voor op meer dan 1200 m hoogte, onder meer op tepui-plateaus. Van het Latijnse arena ("zand") en -cola ("bewoner van") — "zandbewonend", passend bij de zanderige/rotsige tepui-habitat van de soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.