Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera aurantiaca

Drosera aurantiaca

Oranje bloemen zijn bij zonnedauwen niet zeldzaam in de dwergzonnedauwen van het zuidwesten, maar wel in de groep rond Drosera indica, waar roze en wit de regel zijn. Drosera aurantiaca, 'de oranjekleurige', werd in 2014 door Allen Lowrie beschreven en is naar die bloemkleur genoemd. Het is een eenjarige van het tropische noorden, niet van het zuidwesten zoals de basislijst vermeldt.

Drosera aurantiaca
Foto: Benjamin Anderson — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een eenjarige zonnedauw uit de sectie Arachnopus. Soorten uit die sectie groeien met een opgaande of neerliggende stengel die lange, lijnvormige bladeren draagt, over de hele lengte bezet met gesteelde klieren, en vormen bloemtrossen tegenover de bladeren. Het kenmerk waarnaar de soort is genoemd, is de oranje bloem. Nauwkeurige maten en de bloeitijd waren in de toegankelijke bronnen niet te vinden; de beschrijving van Lowrie (2014) is voor zover bekend de enige uitvoerige bron.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn de andere Noord-Australische leden van de sectie Arachnopus, zoals Drosera indica in brede zin, D. aquatica, D. barrettiorum, D. cucullata en D. glabriscapa. Binnen die groep is de oranje bloemkleur het opvallendste kenmerk van D. aurantiaca; voor een zekere determinatie zijn de volledige bloem- en zaadkenmerken uit de oorspronkelijke beschrijving nodig.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De lange, smalle bladeren zijn bedekt met gesteelde klieren die kleverige druppels afscheiden en zo als vliegenvangers langs de stengel hangen. Kleine insecten die erop landen blijven plakken; de tentakels krommen zich naar de prooi en de klieren scheiden verteringsenzymen af. Voor een eenjarige die in één natte tijd moet kiemen, groeien, bloeien en zaad zetten, is die snelle aanvoer van voedingsstoffen belangrijk.

Standplaats en ecologie

De toegankelijke bronnen geven geen standplaatsbeschrijving. Leden van de sectie Arachnopus in Noord-Australië groeien doorgaans in zandige of lemige, in de natte tijd drassige grond in open savanne en langs seizoensmoerassen; de codes W7 en B6 zijn op die algemene kennis gebaseerd en moeten als voorlopig worden beschouwd.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Noord-Australië: het Northern Territory en het noorden van West-Australië. FloraBase noemt voor West-Australië de bioregio's Central Kimberley, Dampierland en Northern Kimberley. De vermelding 'Zuidwest-Australië' in de basislijst wijkt daar sterk van af.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 16 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort behoort tot een reeks die Lowrie in 2014 uit het brede begrip Drosera indica afsplitste; de afbakening van deze nieuwe soorten ten opzichte van elkaar is nog weinig getoetst door andere onderzoekers.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het natte seizoen, ruwweg december tot april, wanneer eenjarige zonnedauwen in de Kimberley opkomen en bloeien. De oranje bloemen gaan open bij zon en zijn dan van enige afstand te zien. Veel groeigebieden zijn in de regentijd alleen met moeite bereikbaar; plan zorgvuldig en respecteer de regels voor Aboriginal-land en nationale parken.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. Door de afgelegen ligging en de korte tijd sinds de beschrijving is er weinig bekend over populatiegrootte en trends. De bronbasis voor deze tekst is dun: de oorspronkelijke beschrijving van Lowrie (2014) is de enige goede bron en kon voor deze gids niet worden ingezien.

Wetenschappelijke naam

Drosera aurantiaca | Lowrie, 2013

Beschreven door Allen Lowrie, beschreven december 2013, gepubliceerd 2014, in "Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus", deel 3, p. 1268 — dezelfde publicatie als D. aquatica, verderop in deze golf. Vermoedelijk verzameld op 7 juni 1995 bij een doorwaadbare plaats van Grevillea Creek, Kimberley-regio, West-Australië — dit betreft collectiegegevens die zeer waarschijnlijk, maar niet met zekerheid, bij het holotype horen. Van het Latijnse aurantiaca ("oranjekleurig") — verwijst naar de oranje bloemen van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.