Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera miniata
Drosera miniata
Een dwergzonnedauw uit Zuidwest-Australië, beschreven door de Duitse botanicus Ludwig Diels, die aan het begin van de twintigste eeuw de eerste grote monografie van de zonnedauwfamilie schreef en zelf in West-Australië verzamelde. Drosera miniata hoort bij de sectie van de dwergzonnedauwen. Voor deze soort hebben we alleen de naam, de auteur en de indeling kunnen controleren; de tekst is daarom kort.


Herkenning
De soortnaam miniata betekent 'vermiljoenrood', naar het rode pigment menie; bij een zonnedauw verwijst zo'n naam doorgaans naar de bloemkleur, maar dat hebben we niet in een bron kunnen bevestigen. Als dwergzonnedauw vormt de plant een kleine rozet met in het hart een pluk witte of zilverige stipels, en aan het eind van het groeiseizoen broedknoppen (gemmae). Maten, bloemkleur en bloeitijd blijven leeg.
Gelijkende soorten
In het zuidwesten staan tientallen dwergzonnedauwen, en de oranje- en roodbloeiende soorten onder hen, zoals Drosera leucoblasta en D. hyperostigma, verschillen vooral in de vorm van kroonbladen en stempels en de kleur van helmdraden en stijlen. Zonder bloem en zonder de sleutel in Lowrie (2013) is een betrouwbare determinatie niet te verwachten.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval op miniatuurschaal. De bladschijfjes dragen gesteelde klieren met een kleverige druppel; lange randtentakels vangen de prooi en buigen haar naar het midden van het blad, waar kortere klieren de vertering overnemen. De prooi bestaat uit springstaarten, mijten en de kleinste vliegjes.
Standplaats en ecologie
Een gepubliceerde standplaatsbeschrijving hebben we niet kunnen inzien. De codes volgen het algemene beeld van Zuidwest-Australische dwergzonnedauwen, op open lateriet en zand tussen lage heide (D3, B5, D1), en zijn voorlopig. Zoals alle dwergzonnedauwen groeit de plant in de natte winter en rust hij in de droge zomer.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Zuidwest-Australië. Een nauwkeuriger beschrijving van het areaal konden we niet controleren.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven voor zover wij konden nagaan. Ongeslachtelijke vermeerdering met broedknoppen, die door regendruppels worden weggeschoten, zorgt bij dwergzonnedauwen vaak voor dichte groepjes genetisch identieke planten.
Waar en wanneer te zien
Dwergzonnedauwen bloeien in het Zuidwest-Australische voorjaar, en hun bloemen gaan alleen bij zon open. Ga op een heldere dag rond het middaguur, kniel bij open plekken in de heide en neem een loep mee voor de details van stijlen en stempels.
Staat van instandhouding
Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC). In CITES is hij niet opgenomen. Onzekerheid: behalve naam, auteur, sectie en status konden we niets in een bron nalopen; morfologie, bloemkleur, standplaats en verspreiding blijven open tot de oorspronkelijke beschrijving of FloraBase is geraadpleegd.
Wetenschappelijke naam
Drosera miniata | Diels, 1904
Drosera miniata werd in 1904 beschreven door Ludwig Diels, in Botanische Jahrbücher für Systematik, deel 35, p. 206. Er kon geen betrouwbaar type-specimen met verzamelgegevens (locatie, verzamelaar, datum) worden teruggevonden; de soort komt endemisch voor in West-Australië, maar een precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald. De naam komt van het Latijnse miniatus, "met menie/cinnaber gekleurd", d.w.z. vermiljoenrood tot oranjerood — een beschrijvende naam, in overeenstemming met de gangbare Engelse naam "orange sundew".
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.