Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera monticola

Drosera monticola

Een knolzonnedauw van de bergtoppen: monticola betekent 'bergbewoner'. De soort groeit alleen op de hoogste toppen van de Stirling Range, de bergketen die boven de vlakten van het zuiden van West-Australië uitsteekt, in de zone waar de wolken de toppen raken. Het is een van de meest geïsoleerde zonnedauwen van het zuidwesten.

Drosera monticola
Foto: Em Lamond — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera monticola — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Em Lamond — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera monticola — de standplaats
De standplaats · Foto: Em Lamond — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een kleine, overblijvende plant van meestal 2 tot 7 cm hoog, die uit een helderrode, bolvormige knol van ongeveer 6 mm opkomt. De roodachtige, ronde vangbladen staan in kransen rond de rechtopstaande stengels. Anders dan bij sommige verwanten kunnen de bladschijfjes zich niet om een prooi heen vouwen. In oktober en november verschijnt een kale tros met roze bloemen aan de top. De plant vormt ongeslachtelijk kolonies; rijp zaad is nog niet beschreven.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Drosera stolonifera, waarvan D. monticola oorspronkelijk een ondersoort was. D. stolonifera is groter, met twee tot drie halfopgerichte zijstengels van 10 tot 15 cm, en groeit in de laagvlakten en het jarrahwoud. Door de beperking tot de bergtoppen van de Stirling Range en het kleine formaat is verwarring in het veld onwaarschijnlijk.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De ronde bladschijfjes dragen tentakels met een kleverige druppel. Een insect dat erop landt, blijft kleven en de tentakels buigen naar de prooi toe, maar het blad zelf vouwt zich er niet omheen, zoals bij sommige andere leden van de sectie wel gebeurt. De vangst op de winderige toppen bestaat uit kleine vliegjes en ander klein grut.

Standplaats en ecologie

Leemgrond die zich 's winters verzamelt op richels en in holtes in de rotsen, op de toppen in de wolkenzone (R3, R1), tussen lage bergheide (B5). Het is voor een Zuidwest-Australische zonnedauw een uitzonderlijk koel en vochtig milieu, met regelmatige mist en in de winter soms zelfs sneeuw.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de toppen van Toolbrunup Peak en Bluff Knoll in het Stirling Range National Park, in het zuiden van West-Australië. De ontdekkers achten het waarschijnlijk dat de soort ook op andere toppen in de keten groeit, maar er zijn alleen van deze twee toppen herbariumcollecties.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Allen Lowrie en Neville Marchant beschreven de plant in 1992 als Drosera stolonifera subsp. monticola. In 2005 verhief Lowrie hem tot soort, maar zonder correcte verwijzing naar het basioniem, waardoor de naam ongeldig was. In 2011 herstelde Lowrie die fout en werd D. monticola geldig gepubliceerd. De soort hoort bij de sectie Stolonifera.

Waar en wanneer te zien

De beklimming van Bluff Knoll is een populaire, steile wandeling; de planten groeien aan de top, in oktober en november in bloei. Blijf strikt op het pad: de toppen zijn kwetsbaar, de wortelrot Phytophthora cinnamomi is in de Stirling Range een ernstige bedreiging, en schoenen met aarde van elders zijn de belangrijkste verspreider. Maak je schoenen schoon bij de reinigingsstations aan het begin van het pad.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als kwetsbaar (VU). In CITES is hij niet opgenomen. Het hele bekende areaal beperkt zich tot twee bergtoppen; de belangrijkste risico's zijn de wortelrot Phytophthora cinnamomi, die de bergheide van de Stirling Range aantast, te frequente branden en betreding langs de wandelpaden. Opwarming van het klimaat kan de koele wolkenzone op de toppen verder inperken.

Wetenschappelijke naam

Drosera monticola | (Lowrie & Marchant) Lowrie, 1992

De naam werd oorspronkelijk gepubliceerd als Drosera stolonifera subsp. monticola door Allen Lowrie en Neil G. Marchant, in Nuytsia, deel 8, p. 326 (1992). Lowrie verhief het taxon in 2005 tot soortniveau (Nuytsia 15(3): 365), maar die publicatie was nomenclatuur-technisch ongeldig; de geldige publicatie van Drosera monticola als soort volgde pas in 2011, in Nuytsia 21(3): 152. Het holotype (PERTH 02642964) werd verzameld op de top van Toolbrunup Peak, in de Stirling Range, West-Australië. De verzamelaar en de precieze verzameldatum konden niet met zekerheid worden achterhaald, al ligt het voor de hand dat het gaat om een verzameling van Lowrie en/of Marchant. De naam komt van het Latijnse monticola, "bergbewoner" (van mons, "berg", en colere, "bewonen") — een beschrijvende naam die aansluit bij de groeiplaats van het typemateriaal op de top van Toolbrunup Peak in de Stirling Range.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.