Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera oblanceolata
Drosera oblanceolata
Een kleine rozetvormende zonnedauw uit het zuiden van China, pas in 1981 door de Chinese botanicus Y.Z. Ruan beschreven. Drosera oblanceolata dankt zijn naam aan de omgekeerd lancetvormige bladschijf — smal aan de voet, het breedst voorbij het midden. Het meeste wat over de soort bekend is, komt uit Hongkong, waar hij op een handvol eilanden en heuvels staat; daarbuiten zijn er slechts verspreide vondsten uit Guangdong, Guangxi en Fujian. Het is een soort uit de verwantschap van de wijdverbreide D. spatulata.

Herkenning
Een overblijvende, platte tot halfopgerichte rozet van omgekeerd lancetvormige bladeren: de bladschijf versmalt geleidelijk naar de voet, zonder scherp afgezette bladsteel, en draagt rode tentakels op de bovenzijde en langs de rand. De bloemstengels komen uit het hart van de rozet en dragen een eenzijdige tros van enkele bloemen. Voor maten en bloemkleur kon voor deze gids geen betrouwbare bron worden ingezien — de oorspronkelijke beschrijving en de behandeling in de Flora of China waren niet toegankelijk — en daarom zijn de maatvelden leeg gelaten.
Gelijkende soorten
De meest voor de hand liggende verwarring is met Drosera spatulata, die in hetzelfde gebied voorkomt en een spatelvormige bladschijf heeft op een kortere, duidelijker afgezette steel; D. oblanceolata heeft langere, smallere en geleidelijker versmalde bladeren. Verder staan in Zuid-China D. burmannii, met een platte rozet van korte, wigvormige blaadjes en vijf stijlen, en D. peltata, die een rechtopstaande stengel met schildvormige bladeren vormt. Volgens de beschrijvers van D. ultramafica is D. oblanceolata ook verwant aan die soort en aan D. neocaledonica; de verspreidingsgebieden overlappen niet.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De rode tentakels op de bladschijf dragen elk een druppel kleverig slijm; een klein insect dat erin terechtkomt, blijft vastzitten, waarna de tentakels zich naar de prooi toe buigen. De klieren scheiden enzymen af en nemen de vrijgekomen voedingsstoffen op. Bij rozetten van deze grootte bestaat de vangst vooral uit kleine muggen, vliegjes, mieren en springstaarten.
Standplaats en ecologie
In Hongkong staat de soort op natte, open plekken op heuvelhellingen: op vochtige rotsjes en kale grond waarover sijpelwater loopt, langs beekoevers en in natte, open grasland- en moerasvegetatie (R1, W4). Het gaat steeds om zure, voedselarme grond met veel licht. Gedetailleerdere standplaatsbeschrijvingen uit de oorspronkelijke literatuur kon deze gids niet inzien; de codes geven de algemene lijn weer.
Verspreiding en hoogte
Het zuiden van China: Hongkong, waar de meeste gedocumenteerde vondsten vandaan komen, en verspreid in Guangdong, Guangxi en Fujian. Buiten China is de soort niet bekend. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet gevonden; het hoogteveld blijft leeg.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort behoort tot de lastige groep rond D. spatulata, waarin de laatste decennia meerdere nauw verwante soorten zijn beschreven. Niet alle auteurs zijn het erover eens of D. oblanceolata een zelfstandige soort is of binnen de variatie van D. spatulata valt; Plants of the World Online erkent haar als soort.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de natte tijd, van het late voorjaar tot in de zomer, op open, natte heuvelhellingen met sijpelwater, langs paden in de bergparken van Hongkong. De rozetten zijn klein en liggen vaak tussen mos en gras; kijk op plekken waar water over de grond of over rotsjes loopt. Blijf op de paden, want deze natte plekjes zijn klein en makkelijk vertrapt.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Het bekende areaal is klein en ligt in een van de dichtstbevolkte delen van de wereld; verstedelijking, aanleg van wegen en veranderingen in de waterhuishouding zijn plausibele bedreigingen. In Hongkong ligt een deel van de groeiplaatsen in beschermde landparken.
Wetenschappelijke naam
Drosera oblanceolata | Ruan, 1981
Drosera oblanceolata werd in 1981 beschreven door de Chinese botanicus Y.Z. Ruan, in Acta Phytotaxonomica Sinica, deel 19(3), p. 340, met afbeelding (fig. 1). De soort is bekend uit China (onder meer Hongkong en de omliggende kustprovincies). De precieze typevindplaats (provincie), verzamelaar en verzameldatum konden niet met zekerheid worden achterhaald. De naam is beschrijvend botanisch Latijn: het voorvoegsel "ob-" ("omgekeerd") gecombineerd met "lanceolata" ("lancetvormig") geeft "omgekeerd lancetvormig" (oblanceolaat), en verwijst naar de vorm van het bladblad, dat lancetvormig is maar het breedst is nabij de top in plaats van bij de basis.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.