Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera schmutzii

Drosera schmutzii

Drosera schmutzii is een knolvormende zonnedauw die uitsluitend op Kangaroo Island voor de kust van Zuid-Australië voorkomt. Hij werd pas in 2002 ontdekt door pater Erwin Schmutz, een priester en amateurbotanicus naar wie de soort is genoemd, en in 2008 door Allen Lowrie en John Conran beschreven. Het is een naaste verwant van D. whittakeri en D. aberrans.

Drosera schmutzii
Foto: Andrew Thornhill — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een compacte rozet van 3 tot 4 cm breed, met groene tot rode bladeren, die in het natte seizoen uit een ondergrondse knol groeit. Anders dan bij zijn verwanten liggen de bladeren niet plat op de grond, maar staan ze half op; ze hebben zeer smalle bladstelen zonder klieren, met aan het eind de kleverige bladschijf. Een tweede kenmerk is dat er naast de basale rozet enkele bladeren in een krans hoger aan een korte stengel staan, los van de rozet. Betrouwbare gegevens over de bloemen waren voor deze gids niet beschikbaar; dat veld blijft leeg.

Gelijkende soorten

Drosera whittakeri, die ook in Zuid-Australië voorkomt, heeft brede, spatelvormige bladeren die plat in een rozet liggen, zonder smalle stelen en zonder kransstandige bladeren boven de rozet. D. aberrans heeft eveneens plat liggende, zittende spatelvormige bladeren en vormt via uitlopers kolonies. De combinatie van half opstaande bladeren op smalle, klierloze stelen en de enkele losse kransbladeren is kenmerkend voor D. schmutzii.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels op de bladschijven vangen kleine insecten in een kleverig slijm; de tentakels buigen naar de prooi, die vervolgens wordt verteerd. De bladstelen zelf dragen geen klieren en vangen dus niets. Omdat de plant alleen in het koele, natte seizoen boven de grond staat, valt de vangst in de winter en vroege lente.

Standplaats en ecologie

Open plekken op zandige klei met lateriet (D3), in struikgewas en heide met Allocasuarina muelleriana (B5). De soort groeit vaak samen met Stylidium tepperianum. In de zomer overleeft hij als knol in de uitgedroogde grond.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Kangaroo Island, Zuid-Australië, in het noorden en oosten van het eiland. De gebiedsomschrijving 'Zuid-Australië' klopt, maar is ruimer dan het werkelijke areaal, dat tot één eiland beperkt is. Hoogtegrenzen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd; het hoogteveld blijft leeg.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 4 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort behoort tot de groep van knolvormende rozetzonnedauwsoorten rond D. whittakeri, die sinds 2008 in drie soorten is gesplitst: D. whittakeri, D. aberrans en D. schmutzii. De late ontdekking laat zien hoe onvolledig de kennis van de Australische knolzonnedauwsoorten tot voor kort was.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de Australische winter, juni tot september, op open plekken op lateritische, zandige klei in het noorden en oosten van Kangaroo Island. De kleine rozetten met half opstaande bladeren staan vaak tussen laag struikgewas; zoek naar Allocasuarina als aanwijzing. Een groot deel van het eiland werd in 2019–2020 door bosbranden getroffen; houd rekening met afgesloten gebieden en herstellende vegetatie.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst staat de soort als Niet bedreigd (LC); hij staat niet in CITES. Het areaal is echter klein en beperkt tot één eiland. De effecten van de grote bosbranden van 2019–2020 op de populaties zijn in de geraadpleegde bronnen niet gedocumenteerd; knolplanten overleven vuur vaak goed, maar veranderingen in vegetatie en invasieve soorten na brand kunnen de standplaatsen aantasten. Ook verlies van natuurlijke vegetatie aan landbouw speelt op het eiland een rol.

Wetenschappelijke naam

Drosera schmutzii | Lowrie & Conran, 2008

Drosera schmutzii werd in 2008 beschreven door Allen Lowrie en John G. Conran, in het tijdschrift Telopea, deel 12(2): 147–165, in een artikel over de herziening van Drosera whittakeri sensu lato waarin deze nieuwe soort van Kangaroo Island werd afgesplitst. Het typemateriaal is afkomstig van Kangaroo Island, Zuid-Australië (noordelijke en oostelijke delen van het eiland). De soort werd voor het eerst gevonden in september 2002 door pater Erwin Schmutz. Het exacte type-specimen (verzamelaar/datum van het holotype zelf) kon niet met zekerheid worden achterhaald. De soortsnaam eert pater Erwin Schmutz, die de plant als eerste ontdekte op Kangaroo Island; het is dus een eponiem.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.