Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera tubaestylis
Drosera tubaestylis
Een kleine knoldragende rozetzonnedauw van de moerasranden bij Perth, die zijn naam dankt aan een detail dat alleen met een loep te zien is: trompetvormige stijltoppen in het hart van de bloem. Drosera tubaestylis — 'met trompetstijl' — werd in 1992 beschreven en is verwant aan de bekendere D. bulbosa.


Herkenning
Een platte rozet van 2 tot 3 cm breed, die elk natte seizoen opnieuw uit een ondergrondse knol verschijnt. Het determinerende kenmerk zit in de bloem: de toppen van de stijlen zijn trompetvormig verbreed. Bloemkleur, bloeitijd en nauwkeurige blad- en bloemmaten zijn in de geraadpleegde bronnen niet vermeld; die velden blijven leeg.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Drosera bulbosa, eveneens een knoldragende rozetplant van Zuidwest-Australië. De trompetvormige stijltoppen van D. tubaestylis zijn het beslissende verschil; daarvoor is een bloeiende plant en een loep nodig. Let ook op de naamsgelijkenis met Drosera tubistylis, een andere, apart erkende naam — niet verwarren.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval, dicht tegen de grond. De bladeren van de rozet liggen plat op de bodem en dragen op de bovenzijde en langs de rand gesteelde klieren met een kleverige druppel. Wat over de grond kruipt of er even landt — mieren, springstaarten, kleine kevers en muggen — raakt verstrikt, waarna de tentakels langzaam naar binnen buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden. Stikstof, fosfor en mineralen uit de prooi worden via hetzelfde bladoppervlak opgenomen. Omdat de plant maar een paar maanden per jaar blad heeft, is dat voedsel direct bestemd voor de knol, die de volgende droge zomer moet overbruggen.
Standplaats en ecologie
Fijne zandige klei aan de randen van moerassen (W7, W4). Die randen zijn in de winter verzadigd en drogen in de zomer uit; de plant overleeft als knol.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor West-Australië, in een gebied in de omgeving van Perth. Een nadere begrenzing is in de geraadpleegde bronnen niet gegeven. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Allen Lowrie en N.G. Marchant beschreven de soort in 1992. Er worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden. De soort hoort bij de knoldragende rozetzonnedauwen van ondergeslacht Ergaleium.
Waar en wanneer te zien
Zoek in het natte seizoen langs moerasranden in de omgeving van Perth. Om de soort zeker te herkennen, heb je een bloeiende plant nodig en een loep voor de stijlen — pluk geen bloemen, maar kijk ter plaatse. Veel moerasranden rond Perth liggen in stedelijk gebied en zijn zwaar belast; blijf op paden.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. De geraadpleegde bronnen noemen geen specifieke bedreigingen. Moerasranden op de kustvlakte bij Perth staan onder druk van stadsuitbreiding, dalende grondwaterstanden en onkruid.
Wetenschappelijke naam
Drosera tubaestylis | Marchant & Lowrie, 1992
Drosera tubaestylis werd in 1992 beschreven door Neville Gordon Marchant en Allen Lowrie, gepubliceerd in Kew Bulletin, deel 47(2), pagina 321. Het holotype werd op 26 mei 1984 verzameld door A. Lowrie, op een locatie "2,5 km ten oosten van Murray Bend, Ravenswood" in West-Australië, in een gebied nabij Perth met zanderige kleigrond aan de rand van moerassen. De naam tubaestylis is samengesteld uit het Latijnse "tuba" (trompet) en "stylis" (stijl, het vrouwelijke bloemorgaan) en verwijst naar de trompetvormige top van de stijlen van deze soort — een beschrijvende naam op basis van een morfologisch kenmerk.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.