Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes argentii

Nepenthes argentii

Mogelijk de kleinste kannenplant ter wereld. Nepenthes argentii wordt niet hoger dan ongeveer dertig centimeter, klimt nooit, en maakt alleen bekertjes van vier à vijf centimeter die tussen gras en zegge op de grond liggen. De soort werd in augustus 1989 op de kam van Mount Guiting-Guiting op Sibuyan verzameld door George Argent van de botanische tuin van Edinburgh en de Filipijnse botanicus Reynoso, en in 1997 door Matthew Jebb en Martin Cheek beschreven in hun herziening van het geslacht. Argent is bekend om zijn veldwerk op Borneo, de Filipijnen en Nieuw-Guinea en zijn werk aan bananen en rododendrons.

Nepenthes argentii
Foto: onbekend in kweek — Public domain · Wikimedia Commons

Herkenning

Een rechtopstaand, niet-klimmend struikje van rond de dertig centimeter. Van de stengel, twee tot vier millimeter dik, zit het grootste deel, zo'n 22 cm, begraven in de strooisellaag, en slechts een paar centimeter steekt erboven uit, dicht bezet met bladeren, zo'n vier per centimeter. De bladeren zijn dik leerachtig, klein en omgekeerd eirond tot omgekeerd lancetvormig, 3,5 tot 4 cm lang, met een stompe tot afgeknotte top en een korte, de stengel half omvattende bladsteel. De onderzijde van het blad en de rank zijn dicht bezet met rode haren van ongeveer twee millimeter. De enige bekertjes zijn onderbekers: trechtervormig tot kort cilindrisch, 4 tot 4,7 cm hoog, geelbruin met rode vlekken, met twee gefranjerde vleugels waarvan de franjes vaak in groepjes van twee tot vier met een vliesje verbonden zijn. Het peristoom is donkerpaars, ongeveer een millimeter breed, met hoge, zijdelings afgeplatte ribben en krachtige, naar binnen gebogen tanden tot een millimeter bij de kolom. Het deksel is bijna rond, ongeveer anderhalve centimeter, rood gevlekt. De beker is aan de buitenkant bedekt met een viltige laag van stervormige en gedraaide haren.

Gelijkende soorten

Op Sibuyan is er niets mee te verwarren: Nepenthes sibuyanensis, die op dezelfde kammen groeit, heeft bekers van twintig centimeter, en Nepenthes graciliflora en Nepenthes armin zijn slanke klimplanten van lager op de berg. De soort waarmee de beschrijvers hem vergeleken, is Nepenthes bellii van Mindanao en de eilanden ervoor, die ook bolle onderbekers heeft en zelden bovenbekers maakt, maar een klimplant is met andere bladeren. Uniek binnen het geslacht is dat het peristoom van Nepenthes argentii is vergroeid met de onderzijde van het deksel.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil die letterlijk in de grond zit. De bekertjes liggen verscholen in het substraat tussen grassen en zegge, onder de gesloten laag van windgeschoren struikjes, en vangen daar wat over de bodem loopt. Het smalle peristoom met hoge ribben en krachtige binnentanden en het deksel met zeer dichte, putvormige nectarklieren, in het midden elliptisch en aan de rand rond, maken er een compacte, maar volledig uitgeruste valkuil van. Bovenbekers worden kennelijk niet gevormd, zodat de plant geen vliegende prooi vangt zoals klimmende soorten dat met hun luchtbekers doen. Wat er precies gevangen wordt, is niet gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Subalpien struweel met een glad, door de wind geschoren kronendak van ongeveer dertig centimeter hoog, op een kam van ultramafisch gesteente (R3, R5). De plant blijft volledig onder die laag struikjes verborgen. Een opmerkelijke aanpassing is de lange, verticale ondergrondse stengel: de beschrijvers vermoeden dat de stengel langzaam naar boven groeit en zo gelijke tred houdt met de ophoping van organisch materiaal aan de oppervlakte, dat het onderste deel steeds verder begraaft, zoals ook de ronde zonnedauw doet in groeiend veenmos.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Sibuyan, in de provincie Romblon, op het massief van Mount Guiting-Guiting. De typecollectie komt van 1400 m; latere veldwaarnemingen melden de soort tot ongeveer 1900 m, en tussen ongeveer 1600 en 1770 m groeit hij samen met Nepenthes sibuyanensis. De aanduiding in onze soortenlijst klopt.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen vormen of variëteiten beschreven. De soort is klein en onopvallend en ook in het veld weinig variabel voor zover bekend. Natuurlijke hybriden zijn niet vastgesteld, maar een kruising met Nepenthes sibuyanensis, waarmee hij op dezelfde hellingen staat, wordt in de literatuur als mogelijkheid genoemd.

Waar en wanneer te zien

Zoek niet naar bekers, maar naar bloeiwijzen: waarnemers merkten op dat de planten volledig verborgen zitten onder het lage struikgewas en alleen te vinden zijn doordat de bloeistengels boven het dak van de struikjes uitsteken. De bekers liggen dan eronder, tussen gras en zegge. Mount Guiting-Guiting is een beschermd natuurpark en een zware, meerdaagse beklimming; ga met vergunning en gids, en blijf op het pad, want het struweel op de kam is kwetsbaar.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst staat de soort als kwetsbaar (Vulnerable), omdat hij tot één bergmassief beperkt is. Het massief valt binnen het Mount Guiting-Guiting Natural Park, maar houtkap en mijnbouwplannen op Sibuyan worden als bedreiging voor het park genoemd. Het hooggelegen struweel waar deze soort groeit, is door zijn afgelegenheid de best beschermde zone van de berg. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes argentii | Jebb & Cheek, 1997

Nepenthes argentii werd in 1997 beschreven door Matthew Jebb en Martin Cheek, in hun herziening "A skeletal revision of Nepenthes (Nepenthaceae)" (Blumea 42(1): 1-106). De soort komt voor op de berg Guiting-Guiting op het eiland Sibuyan, Filipijnen, in subalpien struikgewas op een ultrabasische bergkam tussen 1400 en 1900 m. De soortsnaam eert de Britse botanicus George Argent.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.