Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes armin
Nepenthes armin
Een kannenplant met een naam die aan een politieke moord herinnert. Nepenthes armin is genoemd naar Armin Rios Marin, gemeenteraadslid op Sibuyan en oud-medewerker van het Wereld Natuur Fonds, die op 3 oktober 2007 werd doodgeschoten door een functionaris van een mijnbouwbedrijf terwijl hij een protest leidde tegen de ontbossing voor een mijn. Martin Cheek en Matthew Jebb beschreven de soort in 2014 naar een collectie die George Argent en Reynoso al in 1989 op Sibuyan hadden gemaakt.

Herkenning
Een klimplant tot ongeveer vijf meter, met een rond-vierkantige stengel van drie tot vijf en een halve millimeter dik; in de bladoksels staan dichte bruine haren. De bladeren zijn dun leerachtig, smal langwerpig-elliptisch tot bijna lijnvormig, 10 tot 17,5 cm lang en 1,4 tot 3,7 cm breed, met een geleidelijk aflopende voet en twee paar lengtenerven in het buitenste derde van het blad; ze dragen verspreide, rechtopstaande lichtbruine haartjes. Bekend zijn alleen de bovenbekers: smal cilindrisch, 10 tot 16 cm hoog en 2 tot 3 cm breed, groen met een vage paarse marmering. De onderste helft is smal ellipsoïde, daarna versmalt de beker geleidelijk tot 1,3 à 2,2 cm halverwege en wordt hij onder het peristoom weer wijder. De vleugels zijn teruggebracht tot onopvallende richels, de beker is bezet met vertakte haartjes. Het peristoom is cilindrisch en dun, een à twee millimeter. Het deksel is rond, twee à drie centimeter, en aan de onderzijde helder paarsrood gemarmerd, met een lage lijst aan de voet. De mannelijke bloeiwijze is 25 tot 28 cm lang met 70 tot 95 eenbloemige zijtakjes; de bloemen zijn groen bij het opengaan en worden later rood.
Gelijkende soorten
Op Sibuyan groeit ook Nepenthes graciliflora, waarvan de typecollectie zelfs van Guiting-Guiting komt; het is de algemene, wijdverbreide soort uit dezelfde groep. De combinatie van zeer smalle, in het midden ingesnoerde bovenbekers zonder franjevleugels, behaarde bladoksels en een dekselonderkant die helder paarsrood gemarmerd is en dicht bezet met kleine nectarklieren met opstaande randen, onderscheidt Nepenthes armin. De andere Sibuyaanse soorten, Nepenthes sibuyanensis en Nepenthes argentii, groeien veel hoger en hebben totaal andere, gedrongen bekers. Bij latere verwantschapsonderzoeken bleek de soort tot de kleine sectie Alatae te behoren, samen met Nepenthes alata en enkele soorten van Luzon.
De val en hoe hij werkt
Een slanke valkuil van het type dat in de alata-groep veel voorkomt: een smalle, hangende beker met een dun, rond peristoom met fijne ribbels, een kwart millimeter uit elkaar. Het deksel draagt aan de onderzijde dichte, ronde nectarklieren van een vijfde millimeter, elk omringd door een opstaand vliezig randje; vier tot tien per vierkante millimeter. De paarsrode kleur van de dekselonderkant valt samen met de plek van de nectar. Zonder franjevleugels hebben de bovenbekers geen duidelijke looproute voor kruipende dieren; vliegende en langs de stengel klimmende insecten zijn de waarschijnlijke prooi. Onderzoek naar de prooi ontbreekt.
Standplaats en ecologie
Het enige bekende leefgebied is bos op de kam boven Magdiwang, richting Mayos Peak, op ongeveer 750 m (B1). Daarmee is het de laagst groeiende kannenplant van het Guiting-Guiting-massief, onder de zone van Nepenthes graciliflora. Over bodem en vegetatie meldt de beschrijving verder weinig. Het gebied ligt aan de noordkant van het eiland, waar de hellingen van het massief naar Magdiwang afdalen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Sibuyan, in de provincie Romblon, en alleen bekend van de kam boven Magdiwang op ongeveer 750 m. De aanduiding 'Sibuyan' in onze soortenlijst klopt en kan worden aangescherpt tot de noordhelling van het Guiting-Guiting-massief.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. De bovenbekers variëren behoorlijk in maat, van tien tot zestien centimeter, en het deksel van rond tot, zelden, ingesneden aan de top. Onderbekers, tussenbekers en vruchten zijn nog niet bekend. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
De vindplaats ligt aan de route die vanaf Magdiwang de kam op leidt naar Mount Guiting-Guiting, de gebruikelijke toegang tot het natuurpark. Op ongeveer 750 m, ruim onder de open kammen, zoek je in het bos naar een slanke klimplant met smalle, groene, ingesnoerde bekertjes. Keer het deksel voorzichtig om te zien: de helder paarsrode onderkant is het beste veldkenmerk. Een tocht in het park vraagt een vergunning en een lokale gids.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern). De beschrijvers kwamen in 2014 tot een heel ander oordeel, ernstig bedreigd, met naar schatting minder dan vijftig volwassen planten. Hoe dat verschil is ontstaan, is uit de voor deze gids beschikbare bronnen niet op te maken; het laat vooral zien hoe weinig er over de populatie bekend is. De naam blijft een herinnering aan de spanning tussen mijnbouw en natuur op Sibuyan. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes armin | Jebb & Cheek, 2014
Nepenthes armin werd in 2014 beschreven door Matthew Jebb en Martin Cheek, in "Expansion of the Nepenthes alata group (Nepenthaceae), Philippines, and descriptions of three new species" (Blumea 59(2): 144-154). Het typemateriaal is in 1989 verzameld op het eiland Sibuyan, Filipijnen, in galerijbos op ultramafisch gesteente op ongeveer 750 m hoogte. De soortsnaam eert Armin Rios Marin, een voormalig lokaal raadslid en functionaris van het Wereld Natuur Fonds, die in 2007 werd vermoord tijdens een protest tegen bosontginning voor een mijnbouwproject op Sibuyan.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.