Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes benstonei

Nepenthes benstonei

Een kannenplant die pas in 1999 een naam kreeg, hoewel Henry Ridley hem al in 1911 op Gunung Tahan moet hebben verzameld. Nepenthes benstonei werd beschreven door Charles Clarke, de auteur van het standaardwerk over de kannenplanten van Sumatra en het Maleisisch schiereiland, en genoemd naar de botanicus Benjamin Stone, een van de eersten die de plant verzamelde. Clarke vond haar 'onopvallend', en dat is ze misschien ook: middelgrote, groengele tot baksteenrode bekers aan een plant met blauwig berijpte bladeren. Maar ze heeft eigenaardigheden die haar tot een interessante soort maken, en Clarke zag in haar mogelijk een schakel tussen de kannenplanten van Indochina en die van het schiereiland.

Nepenthes benstonei
Foto: Robert Tan Hung Huat — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes benstonei — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: PJ Ding — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes benstonei — de standplaats
De standplaats · Foto: PJ Ding — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een forse klimplant, tot tien meter lang, met ronde stengels van vier tot acht millimeter dik en lange stengelleden. De bladeren zijn breed lijn-lancetvormig, meestal 25 tot 30 cm maar soms tot 60 cm lang, met drie tot vijf lengtenerven aan elke kant; ze zijn zittend tot kortgesteeld en omvatten de stengel met een brede schede. Stengel en bladeren hebben een dikke waslaag die ze een witblauwe glans geeft. De onderbekers hebben een uitgesproken 'heup': onderaan eivormig, daarboven abrupt vernauwd en cilindrisch, tot 15 à 20 cm hoog, met gefranjerde vleugels tot vier millimeter en een cilindrisch peristoom van drie tot zes millimeter met kleine tandjes aan de binnenrand. De bovenbekers zijn smaller, tot 15 à 20 cm hoog en 3 cm breed, onderaan trechtervormig, dan smal eivormig en bovenaan cilindrisch; hun peristoom heeft geen tandjes. De kleur varieert van groen en geel tot baksteenrood.

Gelijkende soorten

Het meest lijkt de soort op Nepenthes sanguinea, van hetzelfde schiereiland, maar die heeft een hoekige stengel, kleinere, zittende bladeren, en groeit hoger. Clarke noemt verder Nepenthes smilesii uit Indochina, waarvan de bekers erg op die van benstonei lijken, en Nepenthes macrovulgaris van Borneo, die slechts één bloeiwijze tegelijk heeft met uitsluitend tweebloemige zijsteeltjes. Nepenthes albomarginata heeft een witte band onder het peristoom, en de bovenbekers van Nepenthes mirabilis kunnen erop lijken, al heeft de rest van die plant weinig met deze soort gemeen. Een goed kenmerk van benstonei is dat een stengel vaak twee of drie bloeiwijzen tegelijk draagt, wat in het geslacht zeldzaam is.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil met twee duidelijk verschillende bekervormen. De onderbekers, met hun gezwollen voet en vernauwde 'heup', houden veel vloeistof vast en vangen kruipend gedierte, geleid door de gefranjerde vleugels; de tandjes aan de binnenrand van het peristoom bemoeilijken ontsnappen. De bovenbekers missen die tandjes en hangen hoger, waar ze vliegende insecten vangen. De buitenkant van de bekers draagt een ijle bekleding van korte, vertakte rode haren. Specifiek onderzoek naar prooi van deze soort is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Standplaats en ecologie

Open secundaire vegetatie in volle zon, zoals bermtaluds, aardverschuivingen en andere verstoorde plekken (B5, H1); in dicht bos (B1) groeit de plant ook, maar vormt ze weinig bekers. Op de typevindplaats is ze plaatselijk zeer talrijk op taluds langs een verharde weg. De bronnen geven verschillende hoogten: Cheek en Jebb (2001) noemen 450 tot 600 m, Clarke een totaal bereik van 150 tot 1350 m, met op Gunung Tahan planten tussen 800 en 1350 m. Door die uiteenlopende opgaven blijft het hoogteveld leeg.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op het Maleisisch schiereiland: bekend uit de lage heuvels van Kelantan en het noorden van Terengganu, en van Gunung Tahan in het nationaal park Taman Negara in Pahang. De typevindplaats is de heuveltop van Bukit Bakar bij Machang in Kelantan, waar Clarke de soort in juli 1998 verzamelde. Ons eigen overzicht noemt het schiereiland in het algemeen, wat klopt.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten beschreven. De bekerkleur varieert van groen en geel tot baksteenrood. Tot 2025 was één natuurlijke hybride bekend, Nepenthes benstonei × Nepenthes mirabilis, gevonden als enkel exemplaar op Bukit Bakar; in 2025 is een kruising met Nepenthes rafflesiana gemeld. Herbariummateriaal van deze soort droogt volgens Clarke lichter op dan dat van sanguinea, een handig kenmerk voor wie oude collecties doorzoekt.

Waar en wanneer te zien

Bukit Bakar, een recreatiebos bij Machang in Kelantan, is de klassieke plek: de planten groeien er op de taluds langs de weg naar de top en zijn zonder zoeken te zien. Kijk naar klimmende stengels met blauwig berijpte bladeren en bekers met een duidelijke heup. Op Gunung Tahan groeit de soort langs het westelijke pad; daarvoor is een meerdaagse tocht met gids nodig. De natte moesson aan de oostkust valt van november tot januari.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Clarke achtte haar toekomst in het wild veilig: de typevindplaats ligt in een beschermd gebied, de soort gedijt in verstoorde vegetatie, en door haar onopvallende uiterlijk is verzameling geen ernstige bedreiging. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes benstonei | Clarke, 1999

Nepenthes benstonei werd in 1999 beschreven door Charles Clarke, in "Nepenthes benstonei (Nepenthaceae), a new pitcher plant from Peninsular Malaysia" (Sandakania 13: 79-87). Het holotype is door Clarke zelf op 24 juli 1998 verzameld bij Bukit Bakar, Kelantan, op 450-550 m hoogte, en ligt in het Forest Research Institute of Malaysia (Kepong); isotypen bevinden zich onder meer in Kew, Leiden en Singapore. Bukit Bakar, Kelantan, schiereiland Maleisië, op 450-550 m hoogte. De soortsnaam eert botanicus Benjamin Clemens Stone, een van de eersten die de soort verzamelde.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.