Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes mindanaoensis
Nepenthes mindanaoensis
Een kleurrijke klimmer uit de Nepenthes alata-groep, van het laagland en de lagere berghellingen van Mindanao en Dinagat. Nepenthes mindanaoensis werd in 2001 beschreven door de Japanse kannenplantenkenner Shigeo Kurata en is genoemd naar het eiland Mindanao. De naamgeving heeft een ingewikkelde voorgeschiedenis: planten van deze groep werden lang onder Nepenthes alata geschaard, en een door Macfarlane in 1908 beschreven variëteit, Nepenthes alata var. ecristata, is afwisselend met deze soort en met andere soorten van de groep in verband gebracht. De herziening van de groep door Cheek en Jebb in 2013 heeft de afgrenzing verduidelijkt.



Herkenning
Een plant met klimmende, wurgende of kruipende, vertakte stengels tot zes meter. De bladschijf is elliptisch of lancetvormig, tot 25 cm lang en 6 cm breed, vaak helder groen, en staat op een opvallend lange, buisvormige tot gegoten bladsteel tot 10 cm: een van de belangrijkste verschillen met verwante soorten. Stengel en ranken kunnen geel, groen, oranje of felrood zijn. Ranken en bekers dragen korte oranjebruine haren, de bladranden zachte bruine haren tot een halve centimeter, en de middennerf is dicht en fijn wit stervormig behaard. De onderbekers, alleen kort gevormd door jonge planten, zijn tot 15 cm hoog, onderaan eirond of bolrond, met gefranjerde vleugels en een peristoom van 3 tot 10 mm. De bovenbekers worden tot 26 cm hoog en 6 cm breed, met vleugels die tot richels zijn teruggebracht of ontbreken. Het deksel heeft een diep hartvormige voet.
Gelijkende soorten
De soort hoort tot de Nepenthes alata-groep, soorten met gevleugelde bladstelen, een basale richel of aanhangsel onder het deksel en bovenbekers die meestal nabij de voet het breedst zijn. Nepenthes alata in strikte zin komt alleen op Luzon voor en heeft dicht grijs behaarde bekers. Op de berg Hamiguitan groeien Nepenthes hamiguitanensis, met gedrongen bovenbekers en een stompe bladtop tegenover de spitse top van Nepenthes mindanaoensis, en Nepenthes justinae, die eerder als Nepenthes mindanaoensis werd gedetermineerd. De lange bladsteel, de fijne witte sterharen op de middennerf en het peristoom met gelobde buitenrand helpen bij het onderscheid.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval met twee duidelijk verschillende vormen. Jonge planten maken kort onderbekers: onderaan bol, met gefranjerde vleugels die kruipende dieren naar de mond leiden. Volwassen planten maken vrijwel alleen bovenbekers, die hoog in de omringende vegetatie hangen en vooral vliegende insecten vangen. Het peristoom heeft fijne ribben op minder dan een millimeter afstand; zodra het nat is, glijden insecten erop weg. Onder het deksel, dat een onvertakte spoor tot 12 mm draagt, liggen nectarklieren. De opvallende kleurpatronen van de bovenbekers, met donkere vlekken of strepen op een lichte grond, dienen vermoedelijk als lokmiddel, maar dat is niet specifiek onderzocht.
Standplaats en ecologie
Laaglandheidebos, gedegradeerde of herstellende secundaire vegetatie, blootgestelde kliffen en aardverschuivingen, open plekken in laagland-dipterocarpenbos en laag-montaan bos, meestal tussen zeeniveau en 800 m en soms tot 1400 m (B3, B5, R3). Cheek en Jebb noemen open struweel op ultramafisch substraat. De soort groeit ook epifytisch. Ze is duidelijk lichtminnend en kan zich goed handhaven op verstoorde, open plekken, zoals wegbermen en herstellende kapvlakten.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Filipijnen: Mindanao en het eiland Dinagat. Cheek en Jebb noemen voor de soort in hun afgrenzing vooral de provincie Surigao in het noordoosten van Mindanao; latere overzichten melden ook planten van de bergen Masay en Hamiguitan, al zijn de planten van Hamiguitan deels anders gedetermineerd. Onze eigen soortenlijst noemt 'Mindanao, Filipijnen', wat klopt; Dinagat hoort er ook bij.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen in het wild beschreven, maar de kleur is uitzonderlijk variabel. De buitenkant van de bovenbekers kan roomwit, geel, groen, oranje, roze, rood of paars zijn, gevlekt of gestreept met donkerrood, donkerpaars of zwart; de binnenkant is roomwit of lichtgeel. Er zijn natuurlijke hybriden gemeld met Nepenthes bellii, Nepenthes merrilliana, Nepenthes truncata en planten die onder de oude, brede naam Nepenthes alata vielen; op Hamiguitan kunnen sommige planten kruisingen zijn met soorten van die berg.
Waar en wanneer te zien
Op Dinagat en in de Surigao-provincies is de soort plaatselijk algemeen, vaak op open, verstoorde plekken langs wegen en op hellingen. Kijk omhoog naar de kleurrijke, gevlekte bovenbekers in het struikgewas; onderbekers zie je vooral bij jonge planten aan de grond. Waar de soort samen met Nepenthes merrilliana en Nepenthes bellii groeit, is het de middelste in bekergrootte. Informeer vooraf naar de veiligheidssituatie in delen van Mindanao.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als niet in gevaar (Least Concern). De soort is wijdverbreid in het noordoosten van Mindanao en op Dinagat en verdraagt verstoorde vegetatie goed. Wel gaat in deze regio veel laaglandhabitat verloren door ontbossing en mijnbouw op ultramafisch gesteente. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes mindanaoensis | Kurata, 2001
Nepenthes mindanaoensis werd in 2001 beschreven door Shigeo Kurata, in "Two new species of Nepenthes from Sumatra (Indonesia) and Mindanao (Philippines)" (Journal of Insectivorous Plant Society 52(2): 30-34). De eilanden Mindanao en Dinagat, Filipijnen; de precieze typelocatie kon niet nauwkeuriger worden vastgesteld. De naam betekent "van Mindanao" en verwijst naar het Filipijnse eiland waar deze soort vandaan komt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.