Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes petiolata
Nepenthes petiolata
Een slecht bekende bergsoort van Mindanao, genoemd naar haar duidelijk gesteelde bladeren. Nepenthes petiolata werd in 1928 beschreven door B. H. Danser in zijn monografie The Nepenthaceae of the Netherlands Indies, op basis van een verzameling van de Amerikaanse botanicus A. D. E. Elmer. Tot de Flora Malesiana van 2001 waren er slechts drie onvolledige herbariumvellen, zonder bloemen of vruchten, zodat de verwantschap van de soort onduidelijk bleef. Er is geopperd dat het om een plant van hybride oorsprong gaat, maar dat is niet aangetoond.


Herkenning
Een klimplant van minstens een meter, met behaarde stengels en bladranden. De bladeren zijn dun van textuur en duidelijk gesteeld, elliptisch tot langwerpig, 10 tot 15 cm lang en 3 tot 5 cm breed. De bekende bekers zijn tussenbekers: bijna cilindrisch, in de onderste helft iets verwijd, 7 tot 13 cm hoog en 2 tot 4 cm breed, met gefranjerde vleugels in de bovenste twee derde. De mond is eirond met een toegespitste achterkant, hol en scheef. Het peristoom is afgeplat en breed, 9 tot 15 mm, met hoge ribben en een binnenrand met lange tanden. Het deksel is breed eirond tot breed elliptisch, ongeveer drie en een halve bij drie centimeter, en draagt geen aanhangsels aan de onderkant. De bekers zijn olijfgroen tot kastanjebruin, met een karmijnrood peristoom.
Gelijkende soorten
Volgens de Flora Malesiana is de soort met haar slanke bekers zonder aanhangsels onder het deksel onwaarschijnlijk te verwarren met een andere soort van Mindanao. Het breed afgeplatte, lang getande peristoom op een smalle beker is een goed kenmerk. Er is gesuggereerd dat de soort een kruising zou kunnen zijn tussen een plant uit de Nepenthes alata-groep en Nepenthes truncata; een natuurlijke kruising van Nepenthes petiolata met Nepenthes truncata wordt eveneens vermoed. Zonder bloeiend materiaal en genetisch onderzoek blijft de plaats van de soort in het geslacht onzeker.
De val en hoe hij werkt
Over de vangst is weinig bekend, omdat de soort vooral van herbariummateriaal wordt beschreven. De bekende bekers zijn slank en gevleugeld, met een breed, afgeplat peristoom en een binnenrand met lange tanden: een constructie die het voor een gevallen insect moeilijk maakt om weer naar buiten te klimmen. De gefranjerde vleugels kunnen kruipende dieren naar de mond leiden. Onder het deksel liggen, zoals bij het hele geslacht, nectarklieren, en onderin staat verteringsvloeistof. Duidelijk onderscheiden onder- en bovenbekers zijn in de geraadpleegde bronnen niet beschreven.
Standplaats en ecologie
Bergbos en submontaan bos met onder meer Agathis en eik, rond 1500 m volgens de Flora Malesiana, mogelijk op ultramafische bodem; andere overzichten geven een hoogte van 1450 tot 1900 m (B1, R3). Het gaat om koel, vochtig nevelwoud met een dikke moslaag, waarin de plant door de vegetatie omhoog klimt. Over bodem en lichtomstandigheden van de standplaatsen is weinig gepubliceerd.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Mindanao in de Filipijnen; de Flora Malesiana noemt het bergland van de provincies Agusan en Surigao in het noordoosten van het eiland. Onze eigen soortenlijst plaatst de soort op Palawan, maar dat is onjuist: alle geraadpleegde literatuur noemt uitsluitend Mindanao. Mogelijk is de soort in onze lijst verwisseld met een van de bergsoorten van Palawan. Het werkelijke verspreidingsgebied is door het geringe aantal verzamelingen slecht bekend.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en door het kleine aantal verzamelingen is over variatie binnen de soort vrijwel niets te zeggen. Een natuurlijke hybride met Nepenthes truncata wordt vermoed, en in de literatuur worden ook kruisingen met planten uit de Nepenthes alata-groep genoemd. De kleur van de bekende bekers loopt van olijfgroen tot kastanjebruin, met een karmijnrood peristoom. Bloeiwijzen, vruchten en zaden zijn nog onbekend.
Waar en wanneer te zien
Het bergland van noordoostelijk Mindanao is afgelegen, en de veiligheidssituatie in delen ervan is wisselend. Wie er met lokale begeleiding en de nodige vergunningen het nevelwoud bezoekt, kan letten op slanke, olijfgroene tot kastanjebruine bekers met een opvallend breed, karmijnrood peristoom met lange tanden, aan planten met duidelijk gesteelde bladeren. Goede foto's en, met de juiste vergunning, herbariummateriaal met bloemen zouden een waardevolle bijdrage zijn aan de kennis van deze soort.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als kwetsbaar (Vulnerable). De soort is van weinig plaatsen bekend in een bergland dat onder druk staat van ontbossing en mijnbouw. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Doordat zo weinig over de verspreiding bekend is, is de werkelijke staat van de populaties onzeker; nader veldonderzoek is nodig.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes petiolata | Danser, 1928
Nepenthes petiolata werd in 1928 beschreven door Benedictus Hubertus Danser, in "The Nepenthaceae of the Netherlands Indies" (Bulletin du Jardin Botanique de Buitenzorg, serie III, 9(3-4): 249-438). Het holotype is het exemplaar Elmer 13705. Hooglandgebieden op het eiland Mindanao, Filipijnen, op 1450-1900 m hoogte. De naam komt van het Latijnse "petiolatus" ("gesteeld") en verwijst naar de manier waarop het blad is aangehecht.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.