Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes deaniana

Nepenthes deaniana

Een grote kannenplant van de top van Thumb Peak, een kleine ultramafische berg bij Puerto Princesa op Palawan. Nepenthes deaniana werd in 1908 door John Muirhead Macfarlane beschreven en is vernoemd naar Dean C. Worcester, Amerikaans zoöloog en bestuurder in de Filipijnen. Het holotype, een verzameling van Curran van de berg die toen Mount Pulgar heette, ging verloren toen het herbarium van Manilla in 1945 werd verwoest, en duplicaten zijn nooit gevonden. De botanicus A. D. E. Elmer noteerde in 1912 dat hij er een grote steriele soort had gezien met bekers 'van een voet lang en zes duim dik'.

Nepenthes deaniana
Foto: Albert Kang — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

De meeste planten vormen een compacte rozet of een korte, stijve, rechtopstaande stengel tot een meter hoog; klimstengels tot zes meter, die bovenbekers dragen, zijn zeldzamer. De bladeren zijn langwerpig, tot 40 cm lang en 18 cm breed, met een ronde of stompe top en een voet die plotseling versmalt tot een stengelomvattende bladsteel. De bladschijf is groen, stengel, middennerf en rank geel. De onderbekers zijn groot en variabel van vorm, van eirond en bolrond tot amforavormig of cilindrisch, tot 30 cm hoog en 20 cm breed, met gefranjerde vleugels tot bijna twee centimeter breed. Het peristoom is tot 2,5 cm breed, met ribben die aan de binnenrand uitlopen in naaldachtige tanden van 4 mm. Het deksel is breed elliptisch tot eirond, tot 8 cm lang, zonder aanhangsels. De onderbekers zijn oranje tot roodbruin met een geeloranje binnenkant; de zeldzame bovenbekers zijn trechtervormig en overwegend geel.

Gelijkende soorten

De soort hoort bij een groep verwante reuzensoorten van Palawan en omgeving, waartoe ook Nepenthes attenboroughii, Nepenthes mantalingajanensis en Nepenthes mira behoren. Over de afgrenzing binnen die groep zijn de meningen verdeeld: de taxonoom Jan Schlauer beschouwt Nepenthes gantungensis, Nepenthes leonardoi en Nepenthes mira als synoniemen van Nepenthes deaniana, terwijl andere auteurs ze als aparte soorten van andere bergen erkennen. Op Thumb Peak zelf is verwarring onwaarschijnlijk: de combinatie van grote bolle onderbekers met naaldachtige tanden op het peristoom, gele stengels en grote, afgeronde bladeren is kenmerkend.

De val en hoe hij werkt

Een grote grondval. De onderbekers staan in de rozet of vlak bij de voet van de plant, soms half in het mos, en kunnen een liter of meer bevatten. De brede, gefranjerde vleugels leiden kruipende dieren naar de mond, en het brede peristoom met naaldachtige tanden aan de binnenrand maakt het voor een gevallen prooi zeer moeilijk om weer naar buiten te klimmen. Het deksel draagt nectarklieren die insecten naar de rand lokken. Bovenbekers worden zelden gemaakt, alleen aan klimstengels, en zijn trechtervormig met een smaller peristoom. Gericht prooionderzoek aan deze soort is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Standplaats en ecologie

Terrestrisch in bemost, hoog-montaan bos en struweel en in kleine open plekken, op ongeveer 1180 tot 1300 m, in de topzone van een ultramafische berg (B1, R3). Het ultramafische gesteente levert een voedselarme bodem met veel zware metalen, en de topvegetatie is laag en open. Het klimaat is er koel en vochtig, met veel mist. Doordat de berg klein is, is ook de hoeveelheid geschikt leefgebied zeer beperkt.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Palawan, Filipijnen, en daar alleen bekend van de topzone van Thumb Peak, een relatief kleine ultramafische berg in de omgeving van Puerto Princesa. Onze eigen soortenlijst noemt 'Palawan, Filipijnen', wat met de literatuur overeenkomt. Wie de ruime opvatting van Schlauer volgt, zou planten van enkele andere bergen van Palawan en omgeving tot deze soort rekenen; in de hier gevolgde opvatting blijft de soort beperkt tot die ene berg.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 3 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. De onderbekers variëren sterk in vorm, van eirond en bolrond tot amforavormig, kruikvormig of cilindrisch, en ook in kleur, van oranje tot roodbruin. De bovenbekers zijn overwegend geel, met oranje accenten op vleugels, peristoom en deksel. De discussie over synoniemen maakt dat in de literatuur onder deze naam soms ook planten van andere bergen worden besproken.

Waar en wanneer te zien

Thumb Peak ligt binnen bereik van Puerto Princesa, maar de klim naar de topzone is steil en vergt een lokale gids en toestemming van de bevoegde instanties. De bekers staan vooral laag, in rozetten tussen mos en struiken, dus kijk naar de grond in open plekken van het bemoste topbos. De oranje tot roodbruine onderbekers met hun getande peristoom zijn van dichtbij onmiskenbaar. Blijf op de bestaande paden: de populatie is klein en de topvegetatie kwetsbaar.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst als gevoelig (Near Threatened). De soort is bekend van één kleine berg, maar de topzone is moeilijk bereikbaar, wat bescherming biedt. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Een zo beperkt leefgebied maakt de soort kwetsbaar voor elke verstoring, zoals verzamelen, brand en klimaatverandering; specifieke bedreigingen worden in de geraadpleegde bronnen niet genoemd.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes deaniana | Macfarlane, 1908

Nepenthes deaniana werd in 1908 beschreven door John Muirhead Macfarlane, in de monografie "Nepenthaceae" (Das Pflanzenreich IV, III, Heft 36: 1-91). De top van Thumb Peak (voorheen Mount Pulgar), een ultramafische berg in de provincie Puerto Princesa, Palawan, Filipijnen, op 1180-1296 m hoogte. De soortsnaam eert Dean C. Worcester.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.