Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes densiflora

Nepenthes densiflora

Een soort van de hoogste toppen van het noorden van Sumatra, die lange tijd voor een kruising werd gehouden. B.H. Danser meldde in 1928 planten die hij als hybride van Nepenthes bongso en N. pectinata beschouwde; in 1940 beschreef hij deze planten als de zelfstandige soort N. densiflora, genoemd naar de dichte, gedrongen bloeiwijze. Het is een plant van het open bergstruikgewas boven de boomgrens, tot meer dan 3000 m hoog, waar weinig andere bekerplanten nog groeien.

Nepenthes densiflora
Foto: gbohne from Berlin, Germany — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes densiflora — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: gbohne from Berlin, Germany — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes densiflora — de bloem
De bloem · Foto: gbohne from Berlin, Germany — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes densiflora — de standplaats
De standplaats · Foto: gbohne from Berlin, Germany — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant met een stompe driehoekige tot vierkantige stengel van 2 tot 8 mm dik en leden van 1 tot 9 cm. De bladeren zijn dun leerachtig, ongesteeld, omgekeerd eirond tot omgekeerd eirond-lancetvormig of licht spatelvormig, 3 tot 15 cm lang en 1 tot 3,2 cm breed, met een rode middennerf. De onderbekers zijn eivormig, ongeveer 10 cm hoog en 3 cm breed, met gefranjerde vleugels van 3 mm (franje ongeveer 5 mm). Het peristoom is aan de voorkant rond en 3 tot 5 mm breed, en verbreedt naar het deksel toe tot een afgeplatte rand van 18 mm, met ribben op 0,5 tot 1 mm. Het deksel is rond, 3 tot 3,5 cm in doorsnee, met aan de onderkant een dichte bezetting van putvormige nectarklieren; het spoortje is ongedeeld, tot 7 mm. De bovenbekers zijn breed tot smal trechtervormig, bij de mond iets ingesnoerd, 9 tot 23 cm hoog en 3 tot 4,5 cm breed, met een peristoom van 2 tot 4 mm aan de voorkant tot 11 mm bij het deksel en een rond deksel tot 5,5 cm. De bekers zijn bleekgroen, het peristoom rood gestreept. Nieuwe groei, ranken en bloeiwijze dragen een dichte roodbruine beharing.

Gelijkende soorten

Nepenthes bongso heeft slankere, veel langere bovenbekers en een ijlere bloeiwijze. N. ovata uit het gebied rond het Tobameer heeft een opvallend, zijdelings afgeplat, vaak haakvormig aanhangsel onder het deksel, dat N. densiflora mist; de onderbekers van N. densiflora hebben bovendien een langere hals. N. diatas van dezelfde toppen heeft een houtig peristoom met duidelijk uitstekende buitenrand. N. angasanensis is veel kleiner en heeft smalle buisbekers.

De val en hoe hij werkt

Het peristoom is asymmetrisch: smal aan de voorkant, breed en afgeplat onder het deksel. Juist daar, onder de dicht met nectarklieren bezette onderkant van het deksel, zoeken insecten de nectar, en daar is het oppervlak het breedst en het gladst als het nat is. Wie uitglijdt, valt in de beker, waar een verteringsvloeistof de prooi afbreekt. De bovenbekers hangen in het lage struikgewas en vangen vooral vliegende insecten; de onderbekers staan in het mos en vangen lopende dieren.

Standplaats en ecologie

Open bergstruikgewas en de overgang naar nevelwoud op de hoogste delen van het gebergte (R5, B1), van ongeveer 1700 tot boven 3000 m. Cheek & Jebb (2001) noemen de standplaats 'montaan struikgewas' tussen 1700 en 3000 m; Clarke (2001) geeft 1700 tot 3200 m. De vegetatie is laag, winderig en koud, met een dunne humuslaag op vulkanisch of ander gesteente.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Sumatra, in de provincie Aceh in het noorden van het eiland, met vindplaatsen in en rond het Nationaal Park Gunung Leuser. De wereldchecklist geeft als gebied alleen Sumatra.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Er is een natuurlijke hybride bekend met N. angasanensis. De soort zelf werd, zoals gezegd, eerst als kruising van N. bongso en N. pectinata opgevat; die interpretatie is verlaten. In de cladistische analyse van Clarke (2001) valt N. densiflora in een groep met andere hooglandsoorten van Sumatra.

Waar en wanneer te zien

De hoogste toppen van Aceh liggen in afgelegen, beschermd gebied en zijn alleen via meerdaagse tochten met vergunning en lokale gidsen te bereiken. Wie er is, zoekt boven de boomgrens in het lage, winderige struikgewas: bleekgroene bekers met een rood gestreept peristoom dat naar achteren sterk verbreedt, en een rond deksel. Neem warme kleding mee; op deze hoogte kan het 's nachts dicht bij het vriespunt komen.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst als niet in gevaar (Least Concern, beoordeling van Clarke uit 2018): de soort groeit op grote hoogte in afgelegen berggebied, grotendeels binnen een nationaal park, waar weinig directe bedreigingen zijn. Als lid van het geslacht staat ze in CITES bijlage II. Brand in het bergstruikgewas en klimaatverandering, die het leefgebied van hoogbergsoorten naar boven drukt, zijn de voornaamste langetermijnrisico's.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes densiflora | Danser, 1940

Nepenthes densiflora werd in 1940 beschreven door Benedictus Hubertus Danser, in "A new Nepenthes from Sumatra" (Bulletin du Jardin Botanique de Buitenzorg, serie III, 16: 268-271). De precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald; de soort is endemisch voor Sumatra, op 1700-3200 m hoogte. De naam is Latijn voor "dichtbloemig" ("densus", dicht, + "flos", bloem) en verwijst naar de dicht opeengepakte bloeiwijze van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.