Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes erucoides

Nepenthes erucoides

Rupsachtig, betekent de naam: de jonge bladeren en ranken van deze kannenplant zijn zo dicht behaard dat ze aan de harige rupsen van beervlinders doen denken. Nepenthes erucoides werd in 2019 beschreven door Alastair Robinson, Sarah Grace Zamudio en Rolly Caballero van één enkele top op het eiland Dinagat, voor de noordoostpunt van Mindanao. Het is een soort van het meest extreme ultramafische substraat waarop ooit een kannenplant is gevonden: lateritisch nikkelerts en verweerd chromietpuin.

Nepenthes erucoides
Foto: Alastair Robinson in kweek — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een kleine, stijve kannenplant met gereduceerde, hardbladige bladeren. De beschrijvers noemen de combinatie van kleine gestalte, sclerofylle bladeren en sterke beharing kenmerkend. Het opvallendste is het jonge blad: volgens de auteurs heeft het uitlopende loof misschien wel de dichtste beharing van alle Nepenthes, maar die haren vallen snel af naarmate het blad uitgroeit, zodat volwassen bladeren veel kaler zijn. De beschrijving wijst ook op kenmerken van het peristoom en de kolom achter de mond, en op de bouw van de bloeiwijze, die sterk lijken op die van de ultramafische bergsoorten van Palawan. Voor deze gids waren de maten uit de beschrijving niet in te zien; de maatvelden blijven daarom leeg.

Gelijkende soorten

Op Mount Redondo groeit Nepenthes erucoides samen met Nepenthes mindanaoensis en Nepenthes bellii; op lagere hoogte staan Nepenthes truncata (onder 800 m) en Nepenthes merrilliana (onder 600 m). Nepenthes mindanaoensis is een grotere plant met leerachtige, dikke bladeren met ingerolde bladsteelvleugels; Nepenthes bellii is een slanke klimmer met kleine, bolle bekers. De kleine gestalte, de harde, kleine bladeren en vooral de dicht behaarde jonge scheuten maken Nepenthes erucoides herkenbaar. De auteurs wijzen op een oppervlakkige gelijkenis met Nepenthes mantalingajanensis van Palawan, die zij toeschrijven aan een vergelijkbare omgeving en niet aan verwantschap.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil op een plant die in een uiterst vijandige omgeving leeft. Op lateritisch erts en chromietpuin is vrijwel geen stikstof of fosfor beschikbaar, en de bodem is rijk aan metalen die voor de meeste planten giftig zijn; juist daar geeft de dierlijke prooi de kannenplant een voorsprong. Kenmerkend voor de soort is de bouw van het peristoom en van de kolom, het verdikte deel achter de mond waar het deksel aan vastzit; de auteurs zien die bouw ook bij de Palawaanse bergsoorten, wat op een gedeelde aanpassing aan zulke bodems wijst. Specifieke gegevens over nectarklieren en prooi waren voor deze gids niet beschikbaar.

Standplaats en ecologie

Montaan dwergbos op opvallend lage hoogte, tussen ongeveer 800 m en de top van Mount Redondo op 929 m (B1, R3). De bodem is lateritisch nikkelerts, verweerd chromietpuin en de klei die daaruit ontstaat: volgens de auteurs het meest extreme ultramafische substraat dat van Nepenthes bekend is. Het dwergbos erop is dun maar zeer soortenrijk. Dat een nevelwoudachtige vegetatie al onder duizend meter voorkomt, is een bekend verschijnsel op geïsoleerde bergtoppen dicht bij zee, waar wolken en wind al laag inwerken.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Mount Redondo, de hoogste top van het eiland Dinagat, in de gemeente Loreto, provincie Dinagat Islands. De beschrijvers noemen het een micro-endemische soort van één top. De aanduiding in onze soortenlijst klopt.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten beschreven. De soort kruist volgens de beschrijvers met Nepenthes mindanaoensis, waarmee ze op de top samen groeit; tussenvormen tussen de twee zijn dus te verwachten en moeten niet voor variatie van Nepenthes erucoides zelf worden aangezien. De dichte beharing is een kenmerk van jonge groei en niet van bepaalde planten.

Waar en wanneer te zien

Mount Redondo is geen grote berg, maar de omgeving van Dinagat wordt sterk door mijnbouw beheerst, en toegang tot de top loopt via lokale gemeenschappen en overheden. Wie er komt, kijkt het best naar nieuwe groei: de jonge, dicht behaarde bladeren en ranken zijn het duidelijkste kenmerk. Omdat de bodem uit los puin bestaat, is de vegetatie kwetsbaar voor betreding; blijf op bestaande paden.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar voorlopig als ernstig bedreigd, op grond van het zeer kleine verspreidingsgebied en de afnemende kwaliteit van het leefgebied. De Dinagat-eilanden zijn een van de belangrijkste nikkel- en chromietgebieden van de Filipijnen, en juist het erts waarop deze soort groeit, is het doel van de mijnbouw. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes erucoides | Robinson & Zamudio, 2019

Nepenthes erucoides werd op 31 oktober 2019 beschreven door Alastair Robinson, Alfredo Zamudio en Alberto Caballero, in Phytotaxa 423(1): 21-32. De berg Redondo, de hoogste top van Dinagat-eiland in de gelijknamige Filipijnse provincie, noordelijk Mindanao, op een ultramafische ondergrond van lateritisch nikkelerts en verweerd chromiet, tussen circa 800 m en de top op 929 m. De naam combineert het Latijnse "eruca" ("rups") met het Griekse achtervoegsel "-oides" ("lijkend op") en verwijst naar de opvallend harige, zich ontwikkelende bladeren en ranken, die doen denken aan de "weelderig harige rupsen van bepaalde nachtvlinders uit de onderfamilie Arctiinae, zoals die van het geslacht Arctia".

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.