Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes hamata

Nepenthes hamata

Een van de meest bizar gebouwde kannenplanten ter wereld. Het peristoom van Nepenthes hamata draagt geen gewone ribbels, maar een krans van lange, gekromde tanden die als haken over de mond van de beker naar binnen steken; de naam betekent 'met haken'. De soort werd in 1984 vrijwel gelijktijdig tweemaal beschreven: door J.R. Turnbull en A.T. Middleton in het Indonesische tijdschrift Reinwardtia, en door de Japanse kannenplantkenner Shigeo Kurata als N. dentata. De naam van Turnbull en Middleton kreeg voorrang. Het is een bergsoort van Midden-Sulawesi, lange tijd een zeldzaamheid die alleen van enkele expedities bekend was.

Nepenthes hamata
Foto: Jan Wieneke in kweek — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes hamata — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: onbekend in kweek — Public domain · Wikimedia Commons
Nepenthes hamata — de standplaats
De standplaats · Foto: Urs Zimmermann, Switzerland ( www.nepenthes.ch ) — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant tot zo'n zeven meter, met dunne stengels van 4 tot 5 mm en kleine, papierachtige bladeren, aan de klimstengels meestal maar 5 tot 7 cm lang. De onderbekers zijn klein en smal eivormig, 7 tot 11,5 cm hoog, met twee gefranjerde vleugels. De bovenbekers zijn onderaan licht eivormig en verder cilindrisch, 7 tot 20 cm hoog. Beide dragen het beroemde peristoom: een smalle rand waarvan de ribben zijn uitgegroeid tot sikkelvormige tanden van zo'n vijf millimeter, die over de binnenrand hangen. Het deksel is eirond, tot bijna 4 cm, en de onderzijde draagt tot 45 meercellige, draadvormige uitsteeksels aan elke kant. Veel planten zijn sterk donkerrood tot bijna zwart gevlekt.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Nepenthes tentaculata, een kleinere soort van Borneo en Sulawesi die ook draadvormige uitsteeksels op het deksel heeft, maar geen opvallende tanden op het peristoom. Binnen Sulawesi lijkt N. hamata het meest op de in 2020 beschreven Nepenthes diabolica, die eveneens een sterk getand peristoom heeft; die soort is dichter en wolliger behaard, en haar tanden zijn nog sterker ontwikkeld. Nepenthes nigra en Nepenthes glabrata behoren tot dezelfde groep, maar hebben een peristoom met hooguit fijne tandjes.

De val en hoe hij werkt

Wat de haken precies doen, is lang een raadsel geweest. De tanden op het peristoom zijn uitgegroeide ribben; tussen hun voet liggen nectarklieren, zodat een insect dat nectar zoekt over de rand moet lopen en zich tussen de tanden naar de mond beweegt. Eenmaal op het natte peristoom glijdt het naar binnen. De meest gegeven verklaring is dat de tanden het terugklimmen van gevangen dieren, of het stelen van nectar zonder het peristoom te betreden, bemoeilijken; dat is echter nooit experimenteel aangetoond. De draadvormige uitsteeksels onder het deksel hebben vermoedelijk ook een lokfunctie. Een prooistudie is niet gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Open bergkammen en toppen tussen ongeveer 1400 en 2500 m, waar de plant geworteld in dik mos groeit en in de lage bomen klimt (B1, R5). Het gaat om bemost boven-montaan bos en dwergbos op de kammen, met een hoge luchtvochtigheid en een koel klimaat. De plant groeit terrestrisch of als epifyt en verdraagt halfschaduw. Voor een kannenplant is zo'n standplaats gunstig: de voortdurende vochtigheid houdt de bekers gevuld en het peristoom glad, terwijl de arme bodem weinig stikstof en fosfor levert, zodat de extra voeding uit prooi een echt voordeel geeft.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Sulawesi en daar bekend uit de provincie Midden-Sulawesi, onder meer van de Lumut (de typelocatie), de Sojol, de Tambusisi en de Tomongkobae-bergen, en ook van het oostelijke schiereiland. Dat stemt overeen met de aanduiding 'Sulawesi' in de eigen soortenlijst. Een deel van de populaties ligt in het Nationaal Park Lore Lindu en het natuurreservaat Morowali. Sulawesi ligt ten oosten van de lijn van Wallace, in de overgangszone tussen de Aziatische en de Australische flora en fauna, en telt veel minder kannenplanten dan Borneo; des te opvallender is dat een groot deel van de soorten op het eiland endemisch is.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 3 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of wilde vormen formeel beschreven. De kleur varieert van groen met rode vlekken tot vrijwel geheel donkerrood of zwart. Natuurlijke hybriden zijn gemeld met N. glabrata en N. tentaculata. Wat vroeger in de handel als 'rode, behaarde hamata' werd aangeboden, bleek later een eigen soort, N. diabolica.

Waar en wanneer te zien

De bergen van Midden-Sulawesi zijn alleen via meerdaagse tochten te beklimmen, meestal vanuit dorpen aan de voet met plaatselijke gidsen. Zoek op de open kammen boven ongeveer 1400 m in het mos en in de lage bomen naar de kleine, getande bekers; ze zijn door hun donkere kleur in het mos niet altijd gemakkelijk te zien. Het Nationaal Park Lore Lindu heeft rangers en paden, maar de toppen met N. hamata liggen ver van de gebaande wegen.

Staat van instandhouding

De IUCN Rode Lijst beoordeelt de soort als niet in gevaar (Least Concern, beoordeling 2018): ze is verspreid over meerdere bergen, de meeste populaties zijn afgelegen en niet direct bedreigd, en een deel ligt in beschermde gebieden. Verzameling voor de handel was vroeger een zorg, maar sinds weefselkweek de soort in de jaren negentig ruim beschikbaar maakte, is de prikkel om wilde planten te verzamelen sterk verminderd. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes hamata | Turnbull & Middleton, 1984

Nepenthes hamata kreeg in 1984 vrijwel gelijktijdig twee namen: Shigeo Kurata publiceerde de soort als "N. dentata" in The Gardens' Bulletin Singapore, terwijl John R. Turnbull en Anne T. Middleton haar in Reinwardtia als "N. hamatus" beschreven — laatstgenoemde naam kreeg prioriteit en wordt in de belangrijkste naslagwerken aangehouden. Het typemateriaal (J.R. Turnbull & A.T. Middleton 83121a) werd op 19 september 1983 verzameld op de westrug van de berg Lumut, centraal Sulawesi (1°07'Z, 121°39'O), op 1850-1900 m hoogte; het zou in het Herbarium Bogoriense liggen, maar is daar later moeilijk terug te vinden gebleken. De westrug van de berg Lumut, centraal Sulawesi, Indonesië, op 1850-1900 m hoogte. De naam is afgeleid van het Latijnse "hamatus" ("gehaakt") en beschrijft het uiterlijk van de sterk ontwikkelde peristoomtanden van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.