Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes attenboroughii
Nepenthes attenboroughii
Een van de grootste kannenplanten ter wereld, pas in 2007 ontdekt op de top van een bergmassief in centraal Palawan. Missionarissen die in 2000 de berg beklommen, meldden daar grote kannenplanten te hebben gezien; in juni 2007 gingen Alastair Robinson, Stewart McPherson en Volker Heinrich tijdens een expeditie langs de kannenplanten van de Filipijnse archipel op onderzoek uit. In februari 2009 volgde de beschrijving in het Botanical Journal of the Linnean Society. De soort is vernoemd naar de Britse natuurfilmer Sir David Attenborough, een liefhebber van het geslacht. Ze haalde de lijst van tien opvallendste nieuwe soorten van 2009 en in 2012 die van de honderd meest bedreigde soorten ter wereld.

Herkenning
Een forse, rechtopstaande tot liggende struik tot anderhalve meter, zelden vertakt, met een opvallend dikke stengel van 2,5 tot 3,5 cm. De bladeren zijn groot en leerachtig: rozetbladeren 25 tot 30 cm lang en 8 tot 10 cm breed, bladeren van de liggende stengel 30 tot 40 cm lang en tot 15 cm breed. De ranken zijn 30 tot 50 cm lang. De onderbekers zijn klokvormig tot buisvormig, tot 30 cm hoog en 16 cm breed, met een breed peristoom van 0,8 tot 2 cm dat aan de binnenrand tandjes draagt. De bovenbekers zijn buis- tot trechtervormig en iets kleiner, tot 25 cm hoog en 12 cm breed. Kenmerkend is het smalle, rechtopstaande deksel, dat de mond nauwelijks afdekt. Plant en bekers zijn bezet met roodbruine zittende klieren. De buitenkant is bleekgeel tot lichtgroen, soms donkerpaars, en de binnenkant sterk kastanjebruin gespikkeld.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn andere reuzensoorten van Palawan, zoals Nepenthes deaniana, Nepenthes mantalingajanensis, Nepenthes mira en Nepenthes palawanensis; die laatste maakt nog grotere bekers. Verder is er verwantschap met Nepenthes peltata van Mindanao en met Nepenthes rajah van Borneo. De beschrijvers vermoeden dat deze soorten zijn ontstaan door uitwaaiering van een gemeenschappelijke voorouder uit Borneo. Nepenthes attenboroughii is herkenbaar aan de combinatie van klokvormige bekers, een smal, rechtopstaand deksel en de dikke, rechtopstaande stengel. Omdat er op haar berg geen andere kannenplanten groeien, is verwarring ter plaatse uitgesloten.
De val en hoe hij werkt
Een grote val met een gelaagde vloeistof. Omdat het deksel smal is en rechtop staat, valt er regen in de beker; de vloeistof bestaat daardoor uit een stroperige onderlaag en een waterige bovenlaag die zich niet mengen. In die bovenlaag leeft een eigen gemeenschap van organismen, vooral muggenlarven, en de plant profiteert zowel van gevangen prooi als van het afval van die bewoners. De gewone vangst bestaat uit grote wantsen en vliegende insecten; in oktober 2012 werd echter een dode spitsmuis in een beker aangetroffen, die in december van dat jaar tot een skelet met een plukje haar was verteerd. De grootste gemeten beker bevatte ruim anderhalve liter; bekers van twee liter worden verwacht.
Standplaats en ecologie
Gedrongen topvegetatie op rotsige, ultramafische bodem: een doorlopend struikgewas van 0,8 tot 1,8 m hoog, tussen ongeveer 1450 m en de top op 1726 m (R3, B1). De planten groeien er in verspreide populaties tussen struiken, samen met onder meer Leptospermum, Vaccinium, Medinilla, Pleomele en de orchidee Spathoglottis kimballiana. Het ultramafische gesteente levert een voedselarme bodem, rijk aan zware metalen, die een lage, open vegetatie in stand houdt. Het klimaat op de top is koel en vochtig, met veel wind en mist.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Palawan, Filipijnen, waar de soort alleen bekend is van één bergmassief in het centrum van het eiland en de verbonden kammen. Onze eigen soortenlijst noemt 'Palawan, 2009', wat overeenkomt met de literatuur; 2009 is het jaar van de beschrijving. Aanvankelijk was de soort alleen van één top bekend; later is ze ook op een naburige top en de verbindende kammen gevonden. Omdat de soort op de Rode Lijst als ernstig bedreigd staat, geeft deze gids geen nauwkeuriger ligging.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. Dat laatste is logisch: op de berg waar de soort groeit, komen geen andere kannenplanten voor. De kleur van de bekers varieert wel sterk, van groen en geel tot geheel donkerpaars, en planten in volle zon zijn doorgaans donkerder. Tussen onder- en bovenbekers verschilt vooral de vorm, klokvormig onderaan en meer buis- of trechtervormig bovenaan, en de grootte.
Waar en wanneer te zien
Deze soort is ernstig bedreigd en het doelwit van illegale verzamelaars. Er wordt in deze gids daarom geen route of vindplaats beschreven. Toegang tot de berggebieden van centraal Palawan is geregeld via de lokale overheid en vergt vergunningen en erkende lokale gidsen; volg die regels strikt. Wie de soort in het wild ziet: raak de planten niet aan, neem geen zaad mee, blijf op bestaande paden en deel geen coördinaten of herkenbare landschapsfoto's. Foto's van de planten zelf zijn geen probleem.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als ernstig bedreigd (Critically Endangered), vanwege het uiterst kleine verspreidingsgebied en de bedreiging door plantenstropers. Een pas beschreven soort met één klein leefgebied is bijzonder kwetsbaar voor het wegnemen van planten en zaad. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist; de Filipijnse wetgeving beschermt de soort daarnaast. Ook klimaatverandering vormt een risico: de soort staat al op de top en kan niet verder omhoog uitwijken.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes attenboroughii | Robinson, McPherson & Heinrich, 2009
Nepenthes attenboroughii werd in februari 2009 beschreven door Alastair Robinson, Stewart McPherson en Volker Heinrich, in het Botanical Journal of the Linnean Society. Het typemateriaal (A. Robinson AR001) ligt in het herbarium van de Palawan State University (PPC), Puerto Princesa City. De top van Mount Victoria, een ultramafisch gebergte in centraal Palawan, Filipijnen. De soort is vernoemd naar de bekende omroeper en natuurkenner Sir David Attenborough, een fervent liefhebber van het geslacht.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.