Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes talaandig
Nepenthes talaandig
Een kannenplant die is genoemd naar een volk. Nepenthes talaandig werd in 2014 beschreven uit het Pantaron-gebergte in centraal Mindanao, in hetzelfde artikel als Nepenthes pantaronensis, en de beschrijvers kozen de naam om de Talaandig te erkennen, de inheemse bevolking in wier voorouderlijk gebied de plant groeit. Het is een forse klimplant met kleine, bolle onderbekers in roestrood en violet, en slanke, geelgroene bovenbekers: twee zo verschillende gedaanten dat ze aan één plant nauwelijks bij elkaar lijken te horen. De soort is een van vier nieuwe kannenplanten die in 2014 in één artikel uit de bergen van centraal Mindanao werden beschreven, een aantal dat laat zien hoe weinig bekend de bergen van centraal Mindanao tot voor kort waren.

Herkenning
De stengels klimmen tot acht meter en zijn zeven à acht millimeter dik. De bladeren zijn elliptisch, tot 35 cm lang maar slechts 4,5 cm breed, met vier lengtenerven aan elke kant van de middennerf, en een smal gevleugelde bladsteel van zes centimeter die een derde van de stengel omvat. De onderbekers zijn klein en gedrongen, bol of eivormig, ongeveer 10 cm hoog en 5 cm breed, met gefranjerde vleugels tot zeven millimeter breed. Het peristoom is afgeplat, tot anderhalve centimeter breed en gekarteld, donkerrood; de buitenkant van de beker is roestrood tot violet met roodpaarse vlekken, de binnenkant wit met paarse vlekken. De bovenbekers zijn slank, rond 20 cm lang, onderaan licht opgezwollen, geelgroen met rode spikkels en van binnen crèmekleurig; hun vleugels zijn tot richels teruggebracht en het peristoom is tot 1,2 cm breed.
Gelijkende soorten
De beschrijvers vergelijken de soort met Nepenthes cornuta, die in hetzelfde artikel werd beschreven. Die heeft slanke, cilindrische onderbekers en een gegroefde, niet gevleugelde bladsteel; Nepenthes talaandig heeft bolle onderbekers met een afgeplat, gekarteld peristoom en een gevleugelde bladsteel. Van de andere kannenplanten van het Pantaron-gebergte groeit Nepenthes pantaronensis epifytisch en heeft ze veel grotere bekers met een breder peristoom. Het contrast tussen de kleine, donkere onderbekers en de lange, lichte bovenbekers is voor Nepenthes talaandig het beste veldkenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil waarin de twee bekervormen een duidelijke taakverdeling hebben. De bolle onderbekers staan op of vlak boven de grond, met gefranjerde vleugels die als looprichels werken, en vangen vooral kruipende dieren; het gekartelde peristoom verlengt de gladde zone naar binnen. De slanke bovenbekers hangen hoger in de vegetatie en zijn met hun lichte kleur en rode spikkels vermoedelijk vooral op vliegende insecten afgestemd. Aan de binnenkant van het peristoom zitten de nectarklieren die dieren naar de rand lokken. Specifiek prooi-onderzoek is voor deze soort niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Terrestrisch op ultramafische grond, in open plekken en op lichte bergkammen in lager bergbos, rond 1000 m hoogte (R3, B5, B1). De voorkeur voor licht is duidelijk: de plant klimt waar het bos onderbroken is en de zon de bodem bereikt. Omdat de beschrijving alleen 'rond 1000 m' geeft en geen bereik, blijft het hoogteveld leeg. Ultramafische bodems ontstaan uit gesteente van de aardmantel dat door gebergtevorming aan het oppervlak is gekomen. Ze zijn rijk aan magnesium, ijzer, nikkel en chroom en arm aan stikstof, fosfor en kalium, en de vegetatie erop blijft vaak lager en opener dan op andere bodems. Voor kannenplanten zijn dat gunstige omstandigheden: er is licht, en de concurrentie van snelgroeiende planten is gering.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Mindanao, in het Pantaron-gebergte in de provincie Bukidnon, het voorouderlijk gebied van de Talaandig in het oosten van die provincie. Volgens de beschrijvers is over de verspreiding nog weinig vastgelegd, maar verwachten ze dat de soort in het gebergte wijdverbreid is. Deze gids geeft geen nadere vindplaatsen.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. De kleur van de onderbekers loopt van roestrood tot violet, met roodpaarse vlekken in wisselende mate; de bovenbekers zijn geelgroen met rode spikkels. Natuurlijke hybriden worden niet genoemd. Het sterke verschil tussen onder- en bovenbekers is normaal voor het geslacht en geen aanwijzing voor twee soorten. Omdat de soort pas sinds 2014 een naam heeft en de meeste waarnemingen van één gebergte komen, kan toekomstig veldwerk meer variatie aan het licht brengen dan nu bekend is.
Waar en wanneer te zien
Zoek op zonnige kammen en in open plekken in het bergbos van het Pantaron-gebergte, rond 1000 m, en kijk eerst naar de grond: de kleine, bolle, donkere onderbekers liggen vaak half in het strooisel. Volg dan de stengel omhoog naar de lange geelgroene bovenbekers. Toegang tot het gebied verloopt via lokale overheden en inheemse gemeenschappen, en het is gebruikelijk en gepast om een lokale gids in te schakelen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. De beschrijvers stelden kwetsbaar (Vulnerable) voor, omdat er nog weinig over de verspreiding bekend was, al verwachtten ze dat de soort wijdverbreid zou blijken. Ultramafische grond in centraal Mindanao is gewild bij mijnbouwbedrijven, en ook houtkap en uitbreiding van landbouw bedreigen het bergbos. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes talaandig | Gronemeyer, Coritico, Wistuba, Micheler, Marwinski, Gieray & Amoroso, 2014
Beschreven door Gronemeyer, Coritico, Wistuba, Micheler, Marwinski, Gieray & V.B. Amoroso in 2014, in het opentoegankelijke tijdschrift Plants (deel 3, nr. 2, p. 284-303). Eerder, in 2012, online aangekondigd onder de voorlopige naam "Nepenthes species 3". Pantaron-bergketen, centraal Mindanao, Filipijnen; terrestrisch op ultramafische bodem, rond 1000 m hoogte, in het voorouderlijk gebied van het Talaandig-volk, oost-Bukidnon. Vernoemd naar het Talaandig-volk, op wiens voorouderlijk grondgebied (oost-Bukidnon) deze soort groeit.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.