Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes tentaculata
Nepenthes tentaculata
Een kleine, algemene bergbekerplant van Borneo en Sulawesi, genoemd naar de 'tentakels' op het deksel: draadvormige, meercellige aanhangsels die vooral langs de rand van de bovenkant staan. Nepenthes tentaculata werd in 1873 door Hooker beschreven naar planten die Thomas Lobb twintig jaar eerder had verzameld. Hij is een van de weinige soorten die op beide eilanden voorkomen, en hij is de spil van de 'Hamata-groep', een kring van verwante bergsoorten waartoe ook de N. hamata van Sulawesi behoort.



Herkenning
Een klimplant met stengels tot 3 m lang en 5 mm dik, met leden tot 10 cm, rond tot driehoekig in doorsnede. De bladeren zijn ongesteeld, lancetvormig tot elliptisch, tot 15 cm lang en 3 cm breed, met een afgeronde tot spitse top en een hartvormige, stengelomvattende voet; de rank wordt tot 15 cm. De onderbekers zijn in het onderste derde eivormig en daarboven cilindrisch, zelden hoger dan 15 cm (uitzonderlijk tot 30 cm en 8 cm breed), met gefranjerde vleugels en een eironde mond; het peristoom is vrijwel cilindrisch, tot 5 mm breed, met kleine ribben en piepkleine tanden. De bovenbekers zijn meer cilindrisch, met richels in plaats van vleugels en een peristoom van 1 tot 5 mm. Het deksel is eirond en draagt bij de meeste vormen draadvormige aanhangsels op de bovenkant. De hele plant is kaal.
Gelijkende soorten
Het gemakkelijkst te verwarren met Nepenthes muluensis, die bijna gelijke onderbekers heeft maar met een rondere mond, doorgaans smallere bladeren en opvallende bovenbekers met een wit deksel, een ronde mond en sterk gereduceerde of geen vleugels. N. murudensis van de berg Murud geldt als een reuzenvorm van N. tentaculata: robuuster, zonder draadharen op het deksel en met een dichte beharing op bloeiwijze en delen van de plant. In het noorden van Sarawak maken sommige populaties van N. tentaculata bekers van meer dan 20 cm die daar sterk op lijken.
De val en hoe hij werkt
Een kleine valkuil van het gewone type. De draadvormige aanhangsels op de bovenkant van het deksel zijn het opvallendste kenmerk, maar hun functie is niet opgehelderd; ze staan buiten de mond en hebben daar geen voor de hand liggende rol in het vangen. Het peristoom is smal en fijn geribd; ongeveer 57 procent van zijn doorsnede ligt aan de binnenkant van de mond. De onderbekers staan in het mos op de grond en vangen lopend gedierte; de bovenbekers hangen in de lage vegetatie. Voor zo'n algemene soort is er opvallend weinig over de prooi gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Bemost nevelwoud (B1), en ook kamvegetatie op bergtoppen, meestal tussen 1200 en 2550 m, soms vanaf 400 m. De plant groeit op de grond, vaak in pollen veenmos, en verspreidt zich via ondergrondse stengels in plaats van als epifyt omhoog te klimmen. Hij staat daardoor vaak in groepen en vormt dichte matten van kleine bekers tussen het mos. De soort groeit samen met veel andere bergsoorten, wat het grote aantal hybriden verklaart.
Verspreiding en hoogte
Borneo (Sabah, Sarawak, Brunei en Kalimantan) en Sulawesi, Indonesië. Het is daarmee een van de weinige Nepenthes-soorten die zowel op Borneo als op Sulawesi voorkomt, en de soort is dus niet endemisch op één eiland. Hoogte: 400 tot 2550 m, meestal boven 1200 m. De gebiedsaanduiding in onze soortenlijst (Borneo en Sulawesi) klopt met de wereldchecklist.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er zijn twee infraspecifieke taxa beschreven, die niet algemeen erkend worden. Een zichtbaar verschil tussen vormen is de aan- of afwezigheid van de draadvormige aanhangsels op het deksel, die bij sommige vormen geheel ontbreken. Er zijn meer natuurlijke hybriden bekend dan bij bijna elke andere bergsoort, onder meer met N. burbidgeae, N. fusca, N. glabrata, N. hamata, N. maxima, N. muluensis (beschreven als N. ×sarawakiensis), N. nigra, N. pitopangii, N. rajah, N. reinwardtiana en N. stenophylla.
Waar en wanneer te zien
Een van de gemakkelijkste bergsoorten om te vinden. Op bijna elke berg van Borneo boven 1200 m met bemost bos, waaronder de Kinabalu en de bergen in de nationale parken van Sarawak, staat hij langs de paden in het mos. Zoek laag bij de grond naar groepjes kleine, groene tot rode bekers, en kijk van dichtbij naar de bovenkant van het deksel voor de draadharen. Omdat hij met zoveel soorten kruist, is het goed om bij afwijkende planten eerst aan een hybride te denken.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern; beoordeling 2018). Het areaal beslaat twee grote eilanden en veel berggebieden, waarvan een groot deel beschermd is, en de soort is plaatselijk talrijk. Ook eerdere beoordelingen, van 1995 en van Clarke in 1997, zagen geen bedreiging. De soort staat, zoals het hele geslacht, in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes tentaculata | J.D. Hooker, 1873
Beschreven door Joseph Dalton Hooker in 1873, in Prodromus Systematis Naturalis Regni Vegetabilis, deel 17, p. 90-105 (monografie "Nepenthaceae"), op basis van materiaal verzameld door Thomas Lobb in 1853 op Borneo. Er wordt in de oorspronkelijke beschrijving geen specifieke berg of regio genoemd. Alleen "Borneo" wordt in de oorspronkelijke beschrijving genoemd, zonder specifieke berg of regio. De soort is inmiddels bekend van Borneo en Sulawesi, op 400-2550 m hoogte (het merendeel tussen 1200-2550 m). Van het Latijnse tentacula ("tentakels") — verwijst naar de veelcellige aanhangsels op de bovenzijde van het bekerdeksel.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.