Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes › Bont stormvogeltje
Bont stormvogeltje
Pelagodroma marina | White-faced storm-petrel | Paíño pechialbo
Het bont stormvogeltje is de vreemde eend onder de stormvogeltjes: een bleke, langpotige vogel die eerder op een franjepoot lijkt dan op een stormvogel en die de zee in verende sprongen oversteekt. Binnen het gebied van deze gids hoort hij bij twee eilandgroepen, de Selvagens en de Canarische Eilanden, en vanaf land wordt hij vrijwel nooit gezien.
Geluid
Op zee zwijgzaam. In de kolonie klinkt 's nachts, uit het hol en van vogels op de grond, een zacht kreunend koeren, oeoeoe-aah, en tussen de partners een sneller wik-wik-wik. Het zijn zachte geluiden die niet ver dragen en die gemakkelijk ondergaan in het gejammer van de pijlstormvogels die ernaast nestelen, zodat het meeste van wat je op een voorjaarsnacht op de Selvagens hoort van onder de grond komt en niet uit de lucht.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Onmiskenbaar zodra je hem redelijk ziet. De onderzijde is wit van kin tot ondersteun, de kop wit met een brede donkere streep door het oog en een grijsbruine kruin, de bovenzijde grijsbruin met een lichtgrijze stuit — een grijs vlak dus, geen witte band. De staart is recht afgesneden en donker, en de lange zwarte poten steken er ver achter uit, met zwemvliezen die bleekgeel zijn met donkere randen. De vleugels zijn lang en breed en worden stijf gehouden, vaak iets omhoog, met witte ondervleugeldekveren en een donkere achterrand. De vlucht geeft de doorslag: een reeks verende sprongen waarbij de vogel met beide poten tegelijk het water raakt en in hoge boogjes zijwaarts zwenkt, als een marionet aan draden; foeragerend hangt hij in de wind, peddelend en pikkend van het oppervlak.
Verwarringssoorten
Geen ander stormvogeltje in het gebied is wit van onderen, dus het gevaar zit niet bij het stormvogeltje, het vale stormvogeltje of het madeirastormvogeltje — alle drie donkere vogels met een witte stuit — maar bij kleine steltlopers en sterns op afstand. De rosse franjepoot in winterkleed heeft vrijwel hetzelfde witte gezicht met donkere oogvlek, maar zwemt, heeft een naaldfijne snavel en toont een scherpe witte vleugelstreep. Dwergstern en zwarte stern zijn langer en smaller van vleugel, vliegen met gelijkmatige slagen en stuiteren nooit op hun poten van het water af. Gezichtstekening, grijze stuit, nasleepende poten en huppelende vlucht laten samen geen twijfel.
Leefgebied
Buiten de broedtijd pelagisch, boven diep water ver uit de kust, waar hij in verende sprongen en korte zweefmomenten kleine kreeftachtigen en visjes van het oppervlak neemt. Hij broedt op vlakke of flauw hellende bodem van kleine eilanden en graaft daar een ondiepe gang in zachte grond, of nestelt onder matten van lage begroeiing — een heel ander decor dan de rotsspleten van de donkere stormvogeltjes. De kolonie wordt alleen 's nachts bezocht en houdt alleen stand waar ratten en katten ontbreken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied van deze gids broedt hij op de Selvagens, die verreweg het grootste deel van de wereldpopulatie van de Macaronesische vorm herbergen — een telling uit 1996 kwam op zo'n 61.000 paar, waarvan 36.000 op Selvagem Grande — en in veel kleinere aantallen op de Canarische eilandjes Montaña Clara en Alegranza. De vogels bezoeken de kolonies van de late winter tot juli en spreiden zich daarna over de open Atlantische Oceaan; net buiten de kaart zit nog een populatie op de Kaapverdische Eilanden. Verder broedt de soort in de Zuid-Atlantische Oceaan, voor Zuid-Australië en rond Nieuw-Zeeland. Voor Nederland is er één aanvaard geval, op 23 november 1974 in het Westland, en dat is meteen het enige geval rond de Noordzee.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zonder boot lukt het niet. Tussen april en juli biedt een pelagische tocht vanaf Lanzarote richting de Chinijo-eilandjes, of een tocht vanaf Madeira in de richting van de Selvagens, de reële kans; zoek naar een klein bleek vogeltje dat over de deining stuitert, niet naar de vorm van een stormvogeltje. Rustig weer helpt, want juist die huppelende vlucht wil je zien en die gaat verloren in een zware zee. Wie in Nederland op zeetrek zit, moet weten dat het bij één geval in ruim een halve eeuw is gebleven: de winst zit in de reis, niet in de dijk.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), dankzij de zeer grote kolonie op de Selvagens, maar binnen ons gebied is het beeld ongelijk: de Canarische populatie is klein, beperkt tot twee eilandjes en kwetsbaar. Ingevoerde ratten, katten en konijnen, die eieren en jongen pakken of de gangen vertrappen, vormen de grootste bedreiging, samen met lichtvervuiling die uitgevlogen jongen op de naburige bewoonde eilanden aan de grond brengt. Het weghalen van ingevoerde zoogdieren van de broedeilanden is de maatregel die het meest voor de soort heeft betekend.

