Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes › Wilsons stormvogeltje
Wilsons stormvogeltje
Oceanites oceanicus | Wilson's storm-petrel | Paíño de Wilson
Wilsons stormvogeltje broedt aan de kusten van Antarctica en bereikt de Europese wateren in onze zomer, wanneer de Zuidelijke Oceaan in het donker ligt. Voor Portugal en Galicië en in de Golf van Biskaje is hij vanaf juni een gewone verschijning; op de Noordzee blijft hij een grote zeldzaamheid.
Geluid
Op zee vrijwel zwijgzaam, al is in een foeragerende groep achter een boot soms een dun, piepend geluid te horen. In de kolonie is hij 's nachts luidruchtig: een nasaal, raspend aark aark van vogels op de grond, en uit de spleet een eentonig geratel van het mannetje, aark-uh-a-a-uh-uh, dat minutenlang wordt volgehouden. Daarvan valt in Europese wateren niets te horen; hier geeft de vogel zich met geen enkel geluid bloot.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein en compact, zwartbruin, met korte, brede en afgeronde vleugels waarvan de voorrand vrijwel recht is, wat een stompe, peddelvormige omtrek geeft die niets weg heeft van de spitse vleugel van het vale stormvogeltje. De staart is recht afgesneden en de lange poten steken erachter uit; met wat oefening zie je dat op verrassende afstand en het is het bruikbaarste kenmerk dat er is. De zwemvliezen zijn geel, al heb je daar een boot en goed licht voor nodig. De witte stuit is groot en loopt ver door op de flanken en de zijden van de ondersteun, en over de grote dekveren van de bovenvleugel loopt een bleke grijsgele baan, breder en warmer van kleur dan de doffe streep van het madeirastormvogeltje. De vlucht is recht en glijdend op stijve, licht opgeheven vleugels; foeragerend hangt de vogel boven het water met de vleugels in een flauwe V en danst hij op zijn lange poten over het oppervlak.
Verwarringssoorten
Het stormvogeltje is in onze wateren de gewone verwarring: dat heeft kortere poten en helemaal geen pootprojectie, fladdert in plaats van te glijden, en toont een witte streep over de ondervleugel die Wilsons stormvogeltje nooit heeft. Het vale stormvogeltje is groter en langvleugeliger, met een geknikte, spitse vleugel, een gevorkte staart, een smallere V-vormige stuitvlek die vaak in het midden is gedeeld, en een zwenkende, verende vlucht. Het madeirastormvogeltje is langvleugeliger en glijdt gelijkmatiger, met een smalle, scherp begrensde stuitband, een doffere bovenvleugelstreep en geen uitstekende poten. Het bont stormvogeltje is wit van onderen en kan niet worden verward. De regel op zee is: eerst de pootprojectie en de vleugelvorm, dan pas de stuit.
Leefgebied
In ons gebied volledig pelagisch, boven de rand van het continentaal plat en boven diep water, waar hij trawlers volgt en gretig afkomt op een vlek visolie. Hij foerageert trippelend en dippend met opgeheven vleugels en neemt kreeftachtigen, visjes en drijvend vet van het oppervlak. In de zuidelijke zomer broedt hij in rotsspleten en steenpuin langs de Antarctische kust en op de eilanden daaromheen, en foerageert hij in koud water langs de rand van het pakijs, waar het grootste deel van de wereldpopulatie de broedtijd doorbrengt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt rond Antarctica, op de Zuidelijke Shetlandeilanden, Zuid-Georgië, de Falklandeilanden, Kerguelen en de eilanden bij Kaap Hoorn, van november tot maart. Daarna trekt hij noordwaarts; in onze zomer is hij talrijk in de noordelijke Atlantische Oceaan en bereikt hij de Europese wateren, waar hij van juni tot september regelmatig is voor Portugal en Galicië en in de Golf van Biskaje, schaarser in de Straat van Gibraltar en bij de Canarische Eilanden en Madeira, en zeldzaam ten noorden van Ierland. In het gebied van deze gids broedt hij nergens. Voor Nederland staat één aanvaard geval op de lijst, op 7 november 2002 bij Veere; verreweg de meeste Europese waarnemingen komen van pelagische boottochten en niet van de kant.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Boek een pelagische tocht. Voor Galicië en vanaf de veerboten over de Golf van Biskaje is de soort in juli en augustus bijna te verwachten, en een chumvlek houdt de vogels minutenlang in beeld — de enige manier om de gele zwemvliezen echt te zien. Vanaf land zijn de kansen overal klein; wil je het in Nederland toch proberen, zoek dan hoogzomer en niet de najaarsstormen, want die leveren juist de twee gewonere stormvogeltjes. Vergelijk hem als het kan direct met stormvogeltjes in dezelfde vlek: het verschil in vleugelvorm is naast elkaar veel duidelijker.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern); dit is een van de talrijkste zeevogels ter wereld, met een populatie die in de miljoenen paren loopt. De kolonies liggen ver van menselijke bewoning, en de zorgen op lange termijn betreffen veranderingen in de krillvoorraad van de Zuidelijke Oceaan, predatie door jagers en ingevoerde zoogdieren op enkele subantarctische eilanden. In Europese wateren is de vogel alleen te gast, zodat de aantallen hier volgen wat er op Antarctica gebeurt en niet wat er hier wordt beheerd.

