Alle soortenKraanvogelachtigenKraanvogels › Canadese kraanvogel

Canadese kraanvogel

Antigone canadensis | Sandhill crane | Grulla canadiense

De kraanvogel van Noord-Amerika, die af en toe met de verkeerde groep meevliegt en in een Europese kraanvogelzwerm terechtkomt. Wie hem vindt, vindt hem bijna altijd door een groep van duizend kraanvogels kop voor kop af te zoeken.

Canadese kraanvogel (Antigone canadensis)
Foto: Frank Schulenburg — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rollend, ratelend getrompetter, garrooo-a-a-a, lager en veel meer knerpend dan het heldere kroo-kroo van de kraanvogel. In een roepende groep hoor je het verschil eerder dan je het ziet; het loont om bij een slaapplaats de opnames van tevoren in het hoofd te hebben.

Luister: Vluchtroep van een overvliegende vogel, met de slaapplaats op de achtergrondXC111489

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Iets kleiner en compacter dan de kraanvogel, egaal grijs, vaak met roestbruine vegen over rug en flanken doordat de vogel zich met ijzerhoudend slib insmeert. De kop is het kenmerk: een kale, felrode vlek over voorhoofd en teugel, daaronder een witgrijze wang en keel. Er loopt geen zwart-witte streep langs de hals. De afhangende tertials vormen een kleinere, strakkere pluim dan bij de kraanvogel. Jonge vogels hebben een roestbruine kop en hals en missen het rode voorhoofd.

Verwarrings­soorten

In een groep kraanvogels zoek je op drie dingen. Ten eerste de kop: de kraanvogel heeft een zwarte kop met een brede witte streep die van achter het oog langs de hals naar beneden loopt; de Canadese heeft een egaal grijze hals en alleen wit op wang en keel. Ten tweede het rood: bij de kraanvogel een klein rood kruintje bovenop, bij de Canadese een grotere rode vlek die tot over de teugel naar de snavel doorloopt. Ten derde het formaat en de achterhand: net wat kleiner, met een kortere, minder wollige pluim van tertials. Op afstand valt vooral de lichte kop op tussen alle zwart-witte koppen.

Leefgebied

In Europa waar de kraanvogels zijn: stoppel- en maisakkers, natte graslanden en de rand van ondiepe plassen en zandbanken waar de groep slaapt. In het broedgebied venen, zeggemoerassen en toendra. De vogel zoekt geen eigen plek op; hij eet en slaapt met de groep mee en verplaatst zich ook met de groep.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Noord-Amerika, met een noordwestelijke tak in Noordoost-Siberië. Europa telt enkele tientallen gevallen, met het zwaartepunt in Ierland, Groot-Brittannië, IJsland en Scandinavië, en daarnaast waarnemingen op het vasteland tot in Frankrijk en Spanje. Vogels die zich eenmaal bij Europese kraanvogels hebben gevoegd, duiken soms jaren achtereen langs dezelfde trekbaan op.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek niet naar de vogel maar naar de groep. Sta in oktober of november bij een pleisterplaats in Noordoost-Duitsland of in januari bij Gallocanta of een Extremeense dehesa, en werk de groep systematisch af met de telescoop terwijl de vogels grazen. Let op de kop, niet op het lichaam: die lichte, roodgemaskerde kop tussen honderden zwart-witte springt eruit zodra je erop bent ingesteld.

Staat van instandhouding

Wereldwijd talrijk en toenemend; de soort is in Noord-Amerika een van de succesvolste watervogels. Voor Europa gaat het uitsluitend om dwaalgasten. De risico's die er zijn, gelden dezelfde als voor de kraanvogel waar hij bij zit: verstoring van slaapplaatsen, aanvaringen met hoogspanningsleidingen en verlies van veilige pleisterplaatsen.