Alle soortenValkachtigenValken › Giervalk

Giervalk | Falco rusticolus

Gyrfalcon | Halcón gerifalte

De grootste valk ter wereld, een vogel van het hoge noorden die op IJsland, in Lapland en in Arctisch Rusland op rotswanden broedt. Eeuwenlang was hij de kostbaarste jachtvogel van koningen en kaliefen; ten zuiden van de toendra is hij een uitzonderlijke wintergast.

Giervalk (Falco rusticolus)
Foto: Ólafur Larsen — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de horst een diepe, schorre reeks kjek-kjek-kjek, langzamer en veel zwaarder dan het alarm van de slechtvalk; het vrouwtje roept nog lager dan het mannetje. Daarnaast een klagend hie-jek bij de prooioverdracht. Buiten het broedgebied vrijwel zwijgzaam, dus een zuidelijke wintervogel hoort u niet.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Bubulcus — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Fors en breed gebouwd, met een zware borst, een brede vleugelbasis en een staart die in vlucht opvallend lang oogt. De slagen zijn traag en diep en de jachtvlucht is laag en recht, meer die van een havik dan van een slechtvalk. Er zijn drie kleurvormen: een witte met zwarte spikkels, een grijze met dwarsbanden en een donkere; de IJslandse vogels zijn overwegend grijs. Adult met gele washuid, oogring en poten en een vage, smalle baardstreep; juveniel bruiner, zwaarder gestreept en met blauwgrijze washuid.

Verwarrings­soorten

Slechtvalk: de enige echte verwarring. De giervalk is fors zwaarder en breder, slaat merkbaar trager, heeft een veel minder scherpe baardstreep op een egaler getekende kop en oogt in vlucht langer gestaart; de slechtvalk is compacter, kortgestaart en draagt een brede, scherp afgetekende zwarte baardstreep op een witte wang. Sakervalk in Oost-Europa: bleker en bruiner, met een lichte kruin en een smalle baardstreep, maar met slankere vleugels en zonder de zware borst. Een donkere jonge giervalk gaat op afstand makkelijk voor slechtvalk door; kijk dan naar bouw en slagtempo, niet naar kleur.

Leefgebied

Boomloze toendra, rotswanden en zeekliffen boven de boomgrens, met op IJsland lavavelden en heidevlakten vol sneeuwhoenders. Broedt op een richel of in een oud nest van raaf of ruigpootbuizerd, vaak generaties achtereen op dezelfde wand. In de winter langs kusten en tot ver op het zee-ijs, waar zeevogels en eenden te halen zijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van IJsland, Noord-Scandinavië en Arctisch Rusland, en verder rond de hele Noordpool tot in Groenland, Canada en Alaska. Noordelijke vogels zwerven in de winter zuidwaarts, tot in Zuid-Scandinavië en bij hoge uitzondering tot de Noordzeekusten. Nederland telt sinds 1849 een tiental aanvaarde gevallen, vrijwel alle tussen oktober en maart en meestal in de kustprovincies; in Spanje ontbreekt hij.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Wie hem wil zien reist noordwaarts: IJsland in mei en juni, of de Varanger in Noord-Noorwegen. Zoek daar een zware, brede valk die laag en recht over de heide op sneeuwhoenders jaagt, en werk de rotswanden af met de telescoop — een bewoonde richel verraadt zich van verre door witte strepen mest en een krans van veren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar de Europese bevolking is klein en de aantallen schommelen mee met de sneeuwhoenders: in een dal daarvan brengen veel paren niets groot. Roof van jongen en eieren voor de valkerij blijft in het noorden een probleem, en de opwarming van het poolgebied verandert zowel de sneeuwhoenderstand als de sneeuw en regen op de nestrichels.