Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Grote pijlstormvogel

Grote pijlstormvogel

Ardenna gravis | Great shearwater | Pardela capirotada

De grote pijlstormvogel is de best getekende van de grote pijlstormvogels: donkere kap, witte halsband, zwarte snavel en een donkere vlek midden op de witte buik. Hij broedt op een handvol eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan en trekt jaarlijks in miljoenen door de noordelijke Atlantische Oceaan, ook langs West-Europa.

Grote pijlstormvogel (Ardenna gravis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. Bij voedselconcurrentie op zee, vooral in groepen achter vissersschepen, klinkt een schor, nasaal en ruziënd eh-eh-eh of een grauwend gra-gra. In de kolonies op Tristan da Cunha roepen de vogels 's nachts, maar dat is buiten het gebied van deze gids. Wie hem langs de Nederlandse of Britse kust ziet, hoort hem vrijwel nooit.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Iets kleiner en compacter dan Kuhls pijlstormvogel, met smallere en stijver gehouden vleugels. De donkerbruine kap loopt tot onder het oog en wordt scherp begrensd door een witte halsband, wat op afstand het beste kenmerk is. De snavel is dun en zwart, niet geel. De bovendelen zijn bruin met lichte veerranden, waardoor de rug geschubd oogt, en boven de staartwortel staat een smalle witte band in de vorm van een hoefijzer. Op de witte buik staat een donkere vlek, en de witte ondervleugel draagt onregelmatige donkere strepen en een donkere okselvlek. De vlucht is sneller en stijver dan die van Kuhls, met korte reeksen krachtige slagen tussen de glijvluchten.

Verwarrings­soorten

Kuhls pijlstormvogel mist de kap en de halsband, heeft een gele snavel en een egaal grijsbruine kop die geleidelijk in het wit overgaat. Scopoli's pijlstormvogel eveneens, en beide zijn breder gevleugeld en trager in de vlucht. Grauwe pijlstormvogel is geheel donker. Noordse pijlstormvogel is veel kleiner, zwart-wit en zonder kap, buikvlek of witte stuitband. Een jonge drieteenmeeuw kan bij slecht licht op zeetrek verwarring geven, maar heeft een zwarte nekband, een zwarte staartband en een heel andere, fladderende vlucht.

Leefgebied

Volledig een vogel van de open oceaan, met een voorkeur voor koeler water en voor de rand van het continentaal plat, waar hij zich bij groepen zeevogels aansluit. Hij vangt vis en inktvis vanaf het oppervlak maar duikt ook echt, tot meerdere meters diep, en zwemt daarbij met de vleugels. Rond trawlers verzamelen zich soms honderden vogels die zich op de bijvangst storten en luidruchtig met elkaar vechten. Aan land komt hij in dit gidsgebied niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De broedplaatsen liggen ver buiten het gebied van deze gids, op Tristan da Cunha, Gough en Nightingale in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Vanaf april trekken de vogels met de klok mee de noordelijke Atlantische Oceaan rond: eerst langs Noord-Amerika naar Newfoundland en Groenland, in augustus oostwaarts over de oceaan, en in september tot november zuidwaarts langs Ierland, de Golf van Biskaje en Iberië. Daarmee is hij hier geen dwaalgast maar een echte doortrekker. Voor de Nederlandse kust blijft hij zeldzaam: enkele waarnemingen per najaar, vrijwel altijd bij aanhoudende noordwestenwind, terwijl hij een paar honderd kilometer westelijker bij honderden tegelijk voorbij kan komen.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kies in Nederland eind augustus tot half oktober een zeetrekpost als Westkapelle of Camperduin op de tweede of derde dag van een westerstorm; de kans is klein maar reëel, en let vooral op het contrast tussen donkere kap en witte hals. Wie de soort met zekerheid wil zien, gaat naar de zuidwestpunt van Ierland of naar de Golf van Biskaje: de veerboot naar Santander in september levert vaak tientallen tot honderden vogels op, meestal rond de middag boven het diepe water.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), met een bevolking van vele miljoenen paren die vrijwel geheel op drie eilandengroepen broedt. Juist die concentratie maakt de soort kwetsbaar: een enkele ingevoerde muizen- of rattenbevolking of een olieramp bij Tristan da Cunha zou een groot deel van het geheel raken. Daarnaast spelen bijvangst in de visserij, het inslikken van plastic en het traditionele, tegenwoordig gereguleerde oogsten van jongen op de eilanden een rol.