Alle soortenPapegaaiachtigenPapegaaien › Guayaquilaratinga

Guayaquilaratinga | Psittacara erythrogenys

Red-masked parakeet | Aratinga de Guayaquil

Een groene papegaai met een rood gezicht die in een handvol Spaanse steden vrij rondvliegt en er ook broedt. De soort hoort thuis in het droge kustland van West-Ecuador en Noordwest-Peru; wat er boven Valencia en Barcelona krijst, gaat terug op ontsnapte kooivogels. In Noordwest-Europa is het niet meer dan een enkele losgebroken vogel.

Guayaquilaratinga (Psittacara erythrogenys)
Foto: Michael Warnock — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, krassend kreeh-kreeh of krrah, schor en met een barst erin, meestal in reeksen van drie tot zes noten en bijna altijd in de vlucht uitgestoten. Het is dieper en rauwer dan het schelle gekrijs van de halsbandparkiet en klinkt eerder als scheurend papier dan als een fluitsignaal. Een opvliegende groep maakt een ongelijk, oorverdovend koor waarin geen twee vogels tegelijk inzetten. Bij het foerageren in een kruin zijn de vogels opvallend stil, op een zacht keffend gemompel na.

Luister: Roep van wilde vogels in het Laquipampa-reservaat, PeruWikimedia Commons

Opname: Igor Lazo — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Middelgrote, stevig gebouwde groene parkiet met een lange, spits toelopende staart en een zware, hoornwitte snavel. Kop grasgroen met een uitgebreid dieprood masker: voorhoofd, teugel, de zone rond het oog en de wangen tot achter het oog, vaak doorlopend tot op kin en keel, met losse rode veertjes op de zijhals. Rond het oog een brede, kale, roomwitte ring; iris geeloranje. Op de vleugelboeg een scherp afgetekende rode vlek. Bij een opvliegende vogel lichten de kleine ondervleugeldekveren rood op tegen het geelgroene achterste deel van de ondervleugel — dat is het sterkste kenmerk dat de soort te bieden heeft. Jonge vogels hebben een geheel groene kop, een donkere iris en nauwelijks rood op de vleugel; het rood komt pas na een maand of vier op en breidt daarna nog jaren uit.

Verwarrings­soorten

De roodmaskeraratinga is de echte moeilijkheid: even groot tot iets groter en zwaarder, ook groen met rood op de kop, en in Spanje in dezelfde parken. Bij hem blijft het rood beperkt tot een brede band over het voorhoofd, met daarachter losse rode veertjes verspreid over kruin, wang en hals in plaats van een gesloten masker; de vleugelboeg is groen en de ondervleugel mist het rood volledig. De halsbandparkiet is veel slanker, met een nog langere en dunnere staart, een rode snavel en helemaal geen rood op de kop. Wees eerlijk over de grenzen van het veldwerk: jonge aratinga's missen het rood nog, oude vogels hebben er meer van dan boekjes laten zien, en in de Spaanse kolonies vliegen mengvormen rond die van beide soorten iets hebben. Een deel van de waarnemingen blijft daarom op geslachtsniveau steken.

Leefgebied

In Spanje volledig gebonden aan de stad en haar randen: parken met oude, dikke bomen, palmenlanen langs boulevards, tuinen van villawijken en de bomenrijen langs droge rivierbeddingen die dwars door de stad lopen. Broedt in holten — uitgeknaagde gaten in palmstammen, spleten onder dakranden en in oude muren. Foerageert op knoppen, bloesem, zaden en vooral vrucht: vijgen, dadels van sierpalmen, en in de akkers en moestuinen rond de stad ook citrus en amandel. Slaapt gezamenlijk in een vaste boomgroep, jaar in jaar uit dezelfde.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

In Europa alleen in Spanje ingeburgerd, met de vaste kern in Valencia en kleinere groepen in Barcelona, Madrid en enkele plaatsen aan de Middellandse Zeekust. Het gaat om tientallen tot hooguit enkele honderden vogels; er wordt niet systematisch geteld, en omdat een deel van de waarnemingen niet met zekerheid op naam komt lopen de cijfers uiteen. Elders in Europa betreft het losse ontsnapte vogels zonder broedgeval. Buiten Europa bestaan stevige verwilderde bevolkingen in Californië — die van Telegraph Hill in San Francisco is de bekendste — en op Hawaï en in Florida. Het oorspronkelijke areaal beslaat het droge kustland van West-Ecuador en Noordwest-Peru, tot ongeveer 1500 meter hoogte.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in Valencia in de bomen van de drooggelegde Turia-bedding en in de tuinen rond de oude stad, het laatste uur voor zonsondergang. Je hoort de vogels eerder dan je ze ziet: een groep krijst luid en trekt hoog en snel in rechte lijn over, op weg naar de slaapplaats. Wacht tot een vogel gaat zitten en begint te eten, want dan pas komt de kop rustig in beeld. Let vooral op het moment van opvliegen — alleen dan zie je het rood aan de onderkant van de vleugel, en dat is de enige zekerheid die het veld je biedt.

Staat van instandhouding

In het eigen areaal gaat het niet goed: de IUCN houdt de soort sinds 1994 op Near Threatened, met een klein en versnipperd areaal in het Tumbesgebied, een krimpende bevolking in de orde van tienduizend vogels en de vangst voor de kooivogelhandel als voornaamste oorzaak, naast houtkap en ontginning. In Europa gaat het om een exoot die teruggaat op ontsnapte en losgelaten kooivogels; sinds de invoer en handel in Europa aan strenge banden liggen is de aanvoer van nieuwe vogels vrijwel opgedroogd en moeten de Spaanse groepen op eigen kracht verder. Wat ze hier aanrichten is nauwelijks onderzocht. Als holenbroeder kan de soort in beginsel botsen met inheemse vogels die dezelfde holten nodig hebben, maar de aantallen zijn zo klein dat er geen meetbaar effect is vastgesteld; vraatschade aan fruit blijft plaatselijk en beperkt. De soort staat niet in het Spaanse Catálogo de especies exóticas invasoras, waar de monniksparkiet en de halsbandparkiet wel op staan, zodat er geen landelijk plan is en het beheer bij de gemeenten ligt.