Alle soortenPelikaanachtigenReigers › Mangrovereiger

Mangrovereiger

Butorides striata | Striated heron | Garcita estriada

De mangrovereiger is de tegenhanger van de groene reiger in de Oude Wereld: dezelfde kleine, ineengedoken vorm en dezelfde zware snavel, maar met een grijze in plaats van een kastanjebruine hals. In de zuidoosthoek van het kaartgebied is hij geen dwaalgast maar standvogel, langs de kusten van de Rode Zee, de kreken van de Golf en de oevers van de Nijl.

Mangrovereiger (Butorides striata)
Foto: Becky Matsubara — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. De standaardroep is een scherp, explosief kjeeuk, uitgestoten bij het opvliegen en tevens als alarm; een verstoorde vogel voegt er een hard, klikkend tsjuk-tsjuk aan toe. Bij het nest zijn de vogels luidruchtiger, met een schor skjeeuw en lage knorrende tonen. Aan een stille kust van de Rode Zee draagt de roep ver en is hij vaak het eerste teken dat een vogel van een rots is weggegleden.

Luister: RoepXC346389

Opname: Yeo SB — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein, gedrongen en kortpotig, met een grote platte kop, een ruige donkere kruin die bij opwinding als kuif overeind komt, en een lange, zware dolksnavel. De adult heeft een grijze tot grijsbeige hals en borst met een smalle witte lijn midden over de keel, donker leigroene bovendelen en dekveren met nette crème tot beige zomen — de strepen waaraan hij zijn Engelse naam dankt. Teugels geelgroen, poten dofgeel tot oranje. Vogels van de Rode Zee, ondersoort brevipes, zijn bleker en zandkleuriger dan Afrikaanse en Aziatische. Juveniel is bruiner, met zware beige streping op hals en borst en beige punten op de dekveren. In vlucht: ronde vleugels, ingetrokken hals, snelle ondiepe slagen, tenen net voorbij de staart.

Verwarrings­soorten

De groene reiger is de soort om uit te sluiten; de twee worden pas sinds de jaren negentig als aparte soorten behandeld. Een adulte groene reiger heeft een diep kastanjebruine hals, terwijl de hals van een mangrovereiger grijs is, hooguit beige overwassen. Jonge vogels zijn lastiger; een jonge groene reiger is warmer en roestiger op de dekveren. Het woudaapje is kleiner en toont een groot bleek dekveerpaneel tegen zwarte slagpennen. Een jonge kwak is veel forser en heeft grote witte druppelvlekken. De ralreiger laat in vlucht opvallend witte vleugels zien, en de westelijke rifreiger is veel langpotiger en langnekkiger.

Leefgebied

Beschut zout, brak en zoet water met begroeiing of structuur aan de rand: mangrovekreken, riffen en rotskusten bij laag water, getijdenslikken, havenkades, steigers en meertrossen, en langs de Nijl de rietranden, aangemeerde boten en irrigatiekanalen. Jaagt alleen en geluidloos, ineengedoken op een mangrovewortel, een rots of een touw, en staat minutenlang volkomen stil.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Voor deze gids hoort de soort bij de zuidoosthoek van de kaart. De ondersoort brevipes is standvogel langs de kusten van de Rode Zee in Egypte, Soedan, Eritrea, Djibouti, Saoedi-Arabië en Jemen en rond de Golf, en komt tot aan de Israëlische kust en in het Nijldal tot bij Luxor. Andere ondersoorten dekken vrijwel heel Afrika, Zuid-Azië en Australië, en één Zuid-Amerika. In Europa en het westelijke Middellandse Zeegebied is hij hooguit een uitzonderlijke dwaalgast: voor de Nederlandse lezer is dit dus geen soort om thuis op te wachten, maar een vogel van een reis.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop aan de Rode Zee in de twee uur na hoogwater een stuk rifplateau of een mangrovekreek af; met het vallende tij komen de reigers naar het droogvallende gesteente. Ze zitten op meertrossen, steigers en bootrelingen bij duikcentra en hotelpieren, vaak op zeer korte afstand, en een vogel die stil op donkere natte rots staat loop je zo voorbij. Speur bij Luxor vanaf de Nijloever bij het eerste licht de rietranden en de aangemeerde feluccas af.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern); de soort is wijdverbreid en algemeen in de tropen. De populatie van de Rode Zee en de Golf is klein maar lijkt stabiel, en de belangrijkste druk komt van kustbebouwing: het kappen van mangrovebosjes en het verharden van oevers voor resorts, jachthavens en havens. Waar mangrove blijft staan doen de vogels het goed, en steigers en meerpalen nemen ze zonder bezwaar als vervangende zitplaats aan.