Alle soortenPapegaaiachtigenPapegaaien › Monniksparkiet

Monniksparkiet | Myiopsitta monachus

Monk parakeet | Cotorra argentina

De monniksparkiet is de enige papegaai ter wereld die zelf een nest van takken bouwt. Waar alle andere parkieten een holte zoeken, vlecht deze soort een bouwwerk van dorre twijgen dat het hele jaar door bewoond blijft — vaak een gemeenschappelijk gevaarte waarin verschillende paren elk hun eigen kamer en eigen invliegopening hebben. In Europa ligt het zwaartepunt in Spanje, waar de vogel in de parken van Madrid, Barcelona en Málaga tot het gewone straatbeeld hoort.

Monniksparkiet (Myiopsitta monachus)
Foto: Bengt Nyman — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, rauw en wat blaffend kwak-kwak-kwarr, vaak met een omhoog getrokken tsjap-jèh ertussen; lager, schorrer en onregelmatiger dan het schelle gekrijs van de halsbandparkiet. Bij een nestkolonie is het de hele dag hoorbaar: kibbelen, kwetteren en krassen door elkaar, ook uit het binnenste van het nest, waar vogels op het donker zitten te praten. Jaarrond, en het luidst in de vroege ochtend en in het laatste uur voor het donker.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Gedrongen, betrekkelijk kortstaartige parkiet, iets groter dan een merel maar zwaarder gebouwd. Voorhoofd, wangen en keel zijn lichtgrijs; de borst is grijs met een fijne schubtekening, doordat elke veer een lichtere zoom draagt. Dat grijze kapje en die geschubde borst zijn samen het sluitende kenmerk. Bovendelen, vleugeldekveren en staart zijn helder grasgroen, de buik geelgroen, de slagpennen diepblauw. De snavel is oranjebruin tot hoornkleurig, nooit rood. In de vlucht valt het blauw van de slagpennen op tegen de groene vleugelboeg, en het vliegbeeld is korter en botter dan van de andere parkieten in Europa: snelle, ondiepe slagen, maar met een staart die als een wig achter het lijf aan komt in plaats van als een lange wimpel. Man en vrouw zijn niet te onderscheiden; jonge vogels hebben een groenig aangelopen voorhoofd.

Verwarrings­soorten

In dezelfde stadsparken vliegt de halsbandparkiet, en dat is de soort waarmee hij het vaakst wordt verward — al gaat dat alleen goed op afstand of tegen de lucht. De halsbandparkiet is slanker en feller grasgroen, heeft een rode snavel en een veel langere, spitsere staart, en mist elk spoor van grijs op kop en borst. De grote alexanderparkiet is nog forser en nog langer gestaart, met een zware bloedrode snavel en een kastanjerode schoudervlek. Beide broeden in boomholten. Alleen de monniksparkiet bouwt een takkennest, en in de praktijk is dat bouwwerk het snelste kenmerk van allemaal: een donkere, rommelige bol van twijgen in een palm, ceder of plataan, of tegen een licht- of hoogspanningsmast, waar de andere twee hooguit een rond gat in een stam achterlaten.

Leefgebied

Vrijwel volledig gebonden aan bebouwd gebied: stadsparken met hoge losse bomen, brede lanen, tuinen, sportvelden, botanische tuinen en de groene randen van woonwijken. Het nest hangt hoog in een palm, ceder, plataan of eucalyptus, en even makkelijk in het staalwerk van een lichtmast of een elektriciteitsmast. Foerageert veel op de grond, kortpotig en wippend, in kort gras en op gemaaide gazons, en verder in bloeiende en vruchtdragende bomen; in de omliggende akkers, boomgaarden en moestuinen gaat hij op zaden, granen en rijpend fruit af. Blijft het hele jaar in de buurt van de kolonie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het natuurlijke areaal ligt in Zuid-Amerika: Bolivia, Paraguay, Uruguay, Argentinië en het zuiden van Brazilië, in open landschappen met verspreide bomen. De Europese bevolking gaat terug op ontsnapte en losgelaten kooivogels vanaf de jaren zeventig. Spanje herbergt er verreweg de meeste: een landelijke telling kwam in 2015 op ongeveer 20.000 vogels, verspreid over meer dan honderdveertig gemeenten, met ruim vier vijfde daarvan in Barcelona, Madrid en Málaga. Daarnaast zijn er kolonies in Italië (Rome, Genua, Milaan, Cagliari), Portugal, Brussel, Athene en enkele Franse en Engelse steden. Nederland heeft er maar twee, in Apeldoorn en op Goeree, samen goed voor 39–55 vogels.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek het nest, niet de vogel. Een monniksparkietenkolonie verraadt zich van honderd meter afstand als een of meer donkere takkenbollen hoog in een boomkruin of tegen een mast, en daar zitten vrijwel altijd vogels bij. In Madrid loont het Parque del Oeste en de Casa de Campo, in Zaragoza het Parque del Tío Jorge, in Barcelona het Parc de la Ciutadella en in Málaga het Parque de Málaga. In Nederland is het Mheenpark in Apeldoorn het adres. Ga rustig onder het nest staan en kijk omhoog: de vogels bouwen door met verse twijgen en klauteren aan de buitenkant rond, zodat je het schubpatroon op de borst van dichtbij ziet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern); in Zuid-Amerika is de soort plaatselijk zo talrijk dat hij als landbouwplaag geldt. In Europa gaat het om een exoot die teruggaat op ontsnapte kooivogels. Hij staat niet op de Europese lijst van zorgwekkende invasieve exoten, maar wel in het Spaanse Catálogo español de especies exóticas invasoras (Real Decreto 630/2013): bezit, vervoer en handel zijn daar verboden en de overheden zijn verplicht de aantallen terug te dringen. De vastgestelde schade is van twee soorten: vraat aan fruit en gewassen, en nesten op elektriciteitsmasten, die storingen en brandgevaar opleveren; daarbij komen geluidsoverlast bij de kolonies en concurrentie om voedsel met inheemse vogels. Over de aanpak wordt in Spanje stevig gediscussieerd: Madrid meldde ruim zeventienduizend weggevangen vogels, terwijl de stadstelling van 2019 op dertienduizend uitkwam, en SEO/BirdLife en Ecologistas en Acción trekken zowel die cijfers als het nut van de methode in twijfel, omdat parkieten snel leren de vangkooien te mijden. In Nederland is de bevolking klein en op twee plekken geconcentreerd; wegvangen werkt bij zulke aantallen nog, en dat is de reden dat er hier op wordt aangedrongen voordat de soort zich verder verspreidt.