Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Smelleken
Smelleken
Falco columbarius | Merlin | Esmerejón
Het smelleken is de kleinste valk van Europa: een compacte, gedrongen jager die laag over kwelder en heide scheert en kleine zangvogels in een vlakke achtervolging uit de lucht plukt. In Nederland zie je hem vooral tussen oktober en april, en dan meestal maar even.
Geluid
Meestal zwijgzaam buiten het broedgebied. Bij de nestplaats of bij verstoring een snel, schel en scherp ratelend kie-kie-kie-kie-kie, hoger, sneller en ijler dan het kek-kek-kek van de torenvalk. Het vrouwtje bedelt met een langgerekt, klaaglijk ieeh-ieeh. In Nederland hoor je het smelleken zelden of nooit.
Opname: Bubulcus — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Klein en stevig, met een korte staart en betrekkelijk korte, breed aangezette maar spits eindigende vleugels; in de vlucht oogt hij gedrongen, bijna als een grote lijster met valkenvleugels. Het mannetje is blauwgrijs op rug en vleugels, met een roomkleurige, rossig gestreepte borst en een grijze staart met één brede zwarte eindband. Het vrouwtje en de jonge vogels zijn donker grijsbruin boven, met zwaar bruin gestreepte onderdelen en een staart met meerdere lichte dwarsbanden. Het gezicht is het belangrijkst: er is nauwelijks een baardstreep, hooguit een vage schaduw, en er is geen duidelijke lichte wenkbrauwstreep — het gezicht oogt vlak en effen, zonder helm. De vlucht is snel, laag en klapperend met korte glijstukken, zelden hoog en nooit biddend.
Verwarringssoorten
Torenvalk is de meest gemaakte vergissing: die is slanker, heeft een veel langere staart en langere, ronder gepunte vleugels, bidt regelmatig boven één plek en jaagt op muizen; het mannetje heeft een roodbruine rug met zwarte stippen en een grijze kop. Het smelleken bidt vrijwel nooit en jaagt jagend-achtervolgend, laag over de grond. Boomvalk is langer en veel slanker, met lange sikkelvormige vleugels als van een reuzengierzwaluw, een korte staart, een scherp zwart-wit koppatroon met brede baardstreep, en volwassen vogels hebben een rossige broek. Bij twijfel: bekijk het gezicht — een duidelijke helm en baardstreep pleiten tegen smelleken — en de manier van vliegen.
Leefgebied
Broedt op open heidevelden, hoogveen, toendra en kale berghellingen in Noord-Europa, vaak in een oud kraaiennest of op de grond. In de winter is hij een vogel van wijde, open vlakten: kwelders en zeedijken, akkers, weidegebieden, stuifzanden en heide, altijd waar veel kleine zangvogels foerageren. Hij gebruikt lage uitkijkposten — een kluit, een paaltje, een omgevallen boom — en blijft graag onder de horizon.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van IJsland, Groot-Brittannië, Scandinavië en Noord-Rusland; de noordelijke vogels trekken zuidwaarts en overwinteren in West- en Zuid-Europa en rond de Middellandse Zee. Nederland heeft geen broedvogels, maar wel jaarlijks honderden wintervogels langs de Waddenkust, in het Deltagebied en op de Veluwe en Drentse heiden. In Spanje is het een schaarse wintergast, vooral in de vlakten van de Meseta, de rijstvelden en de kustlagunes.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Oktober tot maart, op een winterse ochtend op een zeedijk of langs een kwelder. Blijf staan en scan de horizon laag boven de vegetatie: een smelleken verraadt zich vaak doordat een hele zwerm graspiepers of fraters plotseling opstuift. Kijk ook naar lage zitposten in het open veld. Op de trekpieken in oktober en in maart is de kans het grootst op telposten langs de kust.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en wereldwijd stabiel. In Europa herstelde de soort zich na de DDT-jaren, maar in delen van Groot-Brittannië en Fennoscandinavië nemen de aantallen weer af door het verlies van heide en hoogveen, bebossing van open landschap en de achteruitgang van kleine zangvogels. Als wintergast in Nederland zijn de aantallen de laatste decennia eerder gedaald dan gestegen.




