Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Stellers eider
Stellers eider
Polysticta stelleri | Steller's eider | Eider chico
De kleinste en snelste van de eiders, en in prachtkleed een van de fraaist getekende eenden van het noorden. In de havens van Varanger drijven ze 's winters met honderden vlak onder de kade, zodat een soort die op papier onbereikbaar lijkt daar op tien meter afstand zit.
Geluid
In de winter grotendeels zwijgzaam. Mannetjes geven een laag grommend geluid en korte blaffende noten; vrouwtjes zijn spraakzamer, met een schor blaffend kroe en lage keelgeluiden binnen de groep. Op een windstille dag in een Noorse haven is dat gemompel hoorbaar, maar verder moet je het van het beeld hebben.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Het mannetje heeft een witte kop met een zwarte keel, een zwarte oogvlek en een groengele plek achter op de kruin, een zwarte nekstreep, een warm okerkleurige onderzijde met een scherpe zwarte vlek op de flank en blauwzwarte, wit omzoomde schouderveren. Het vrouwtje is diep roodbruin met donkere veercentra, een bleke oogring en een blauwpaarse spiegel die boven en onder wit is afgezet. De snavel is klein en grijs, voor een eider opvallend kort. Mannetjes in eclipskleed lijken op vrouwtjes maar zijn zwarter, met een grijsbruine kop en een fijn gebandeerde borst; het witte voorvleugelveld blijft in vlucht opvallen.
Verwarringssoorten
In prachtkleed is verwarring uitgesloten. Het probleem zit bij vrouwtjes en eclipsmannetjes, die op afstand als een donkerbruine eend tussen eiders vallen. Let dan op formaat en bouw: veel kleiner dan een eider, met een kort en hoog voorhoofd, een klein grijs snaveltje en een spits, opgewipt achterlijf dat eerder aan een wintertaling doet denken dan aan een zee-eend. De blauwpaarse spiegel met twee witte randen is bij rust vaak al zichtbaar, en in vlucht valt de smalle vleugel met de snelle slag op. Zwarte zee-eend en jonge eider missen die spiegel en hebben een veel zwaarder snavelprofiel.
Leefgebied
Overwintert op zee, dicht onder de kust: ondiepe zandbodems, kelpvelden op rotsbodem en de getijdenzone van havens en baaien, waar de groepen duiken op kleine schelpdieren, kreeftachtigen en slakjes. Broedt op de natte kusttoendra van Siberië en Alaska, bij ondiepe poeltjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de arctische kusten van Rusland en Alaska. De vogels aan de Atlantische kant overwinteren in de Barentszzee en de Oostzee; Varanger in Noord-Noorwegen is de vaste plek, met groepen bij Vadsø, Vardø, Kiberg en Båtsfjord, en verder de Finse en Baltische kust. Zuidelijker is de soort een grote zeldzaamheid: Nederland heeft zes aanvaarde gevallen, verspreid over de Waddenkust, Flevoland en Zeeland, en de laatste dateert alweer van 2000.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in februari of maart langs de haven van Vadsø of de kade van Båtsfjord en kijk simpelweg naar beneden; de groepen foerageren tussen de boten en laten je dichtbij komen. Elders langs de Noordzee is het loterij: scan grote eidergroepen op formaat en let op de kleine, spitse eend die sneller en vaker duikt dan de rest.
Staat van instandhouding
Als kwetsbaar geclassificeerd. De Europese winterpopulatie is sinds de jaren negentig fors gedaald en de broedaantallen in Alaska zijn ingestort. Knelpunten zijn olievervuiling en scheepvaartongevallen in de nauwe overwinteringsgebieden, verdrinking in staande netten, loodvergiftiging door opgepikte hagel, predatie van nesten door vossen en jagers, en verandering van de toendra.


