Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Steppehoen
Steppehoen
Syrrhaptes paradoxus | Pallas's sandgrouse | Ganga de Pallas
Een zandhoen van de Centraal-Aziatische steppe dat in de negentiende eeuw enkele malen massaal naar West-Europa uitweek en toen tot in Nederland broedde. Tegenwoordig is het een van de zeldzaamste dwaalgasten van het continent; wie hem in Europa wil zien, is aangewezen op een uitzonderlijk jaar.
Geluid
In vlucht een laag, ratelend en enigszins nasaal koek-koek-eroek, herhaald in korte reeksen en met een kakelende inslag. Daarnaast fluiten de vleugels hoorbaar, een scherp, sissend geruis dat bij een groep de vogels al verraadt voordat ze in beeld zijn. Op de grond zwijgzaam.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een bleke, okerzandkleurige vogel met een oranje gezicht, een grijze nek en fijn zwart gebandeerde bovendelen. Op de buik zit een scherp begrensde zwarte vlek. De middelste staartpennen en de buitenste handpen zijn tot lange, dunne punten verlengd, zodat de vogel in silhouet zowel achter als aan de vleugeltip spits uitloopt. De poten zijn tot op de tenen bevederd; er is geen achterteen en de drie voorwaartse tenen zijn vergroeid tot één zool, waardoor de voet meer op een pootje van een zoogdier lijkt dan op een vogelvoet.
Verwarringssoorten
Van de twee Spaanse zandhoenders te scheiden aan de verlengde vleugel- en staartpunten en aan de gehele lichaamsbouw: het steppehoen oogt bleker, langer en spitser en mist elk contrastrijk borstpatroon. Het witbuikzandhoen heeft een witte buik en een kastanjebruine borstband; het zwartbuikzandhoen heeft eveneens een zwarte buik, maar is forser, donkerder van bovenzijde en heeft een korte, stompe staart en een zwarte lijn over de onderborst. Op afstand kan een overvliegend steppehoen op een duif of een patrijs lijken; let dan op de snelle, kwikkende vleugelslag en op het fluiten van de vleugels.
Leefgebied
Droge grassteppe, grind- en zandwoestijn met ijle begroeiing en, in de winter, stoppelvelden en braak. Broedt op vlak, kaal terrein en vliegt dagelijks grote afstanden naar drinkplaatsen. De Europese dwaalgasten uit de invasiejaren zaten op stuifzand, duinvlakten, heide en pas geoogste akkers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de steppen van Kazachstan, Mongolië, Zuid-Siberië en Noord-China. In het voorjaar en de zomer van 1863, 1888 en 1908 trok de soort in groten getale westwaarts en bereikte toen Fenno-Scandinavië, Ierland en zelfs Spanje. In 1888 en 1889 werden er in West-Europa nesten gevonden, ook in Nederland. Sinds 1908 zijn de invasies uitgebleven en gaat het nog om enkele vogels tegelijk, vrijwel alleen in Oost-Europa.
- Broedvogel (zomer)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Er is geen betrouwbare manier om deze soort in Europa te zoeken; de Nederlandse gevallen dateren uit de invasiejaren van ruim een eeuw geleden. Wie het steppehoen wil zien, reist naar de steppe van Oost-Kazachstan of naar de Gobi, en zoekt daar in de vroege ochtend bij drinkplaatsen. Voor Europa geldt: houd bij een oostelijke invasiemelding de kustduinen en pas geoogste akkers in de gaten, want daar zaten de vogels destijds.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de kernpopulatie in Centraal-Azië is groot maar schommelt sterk met de winters en de graasdruk. Het westelijke deel van het broedareaal in West-Siberië is ingekrompen, wat samen met de veranderde landbouw in de steppe als verklaring geldt voor het uitblijven van nieuwe invasies. Op de grond zijn de vogels gevoelig voor jacht en voor verstoring van drinkplaatsen.


